Ook uit Frankrijk was een verzameling films te zien waarin het zwartkijken tot schone kunst werd verheven. Op zich niets ongewoon: mediteren over de futiliteit van het bestaan heeft in de Franse film altijd iets chics en modieus gehad, passend bij het existentialistisch gedachtengoed in artistieke en intellectuele kringen. De "Nieuwe Somberheid" is echter heel wat extremer dan het toch wat vrijblijvend Rive Gauche-nihilisme.
...

Ook uit Frankrijk was een verzameling films te zien waarin het zwartkijken tot schone kunst werd verheven. Op zich niets ongewoon: mediteren over de futiliteit van het bestaan heeft in de Franse film altijd iets chics en modieus gehad, passend bij het existentialistisch gedachtengoed in artistieke en intellectuele kringen. De "Nieuwe Somberheid" is echter heel wat extremer dan het toch wat vrijblijvend Rive Gauche-nihilisme. De film die daarin het verst gaat, heet zeer toepasselijk "Sombre". Philippe Grandieux schetst hier het enerverend portret van een serial killer die we eerst verschillende vrouwen zien vermoorden, die dan verliefd wordt op een vrouw die hij spaart - waarna zij zijn liefde ook beantwoordt. Grandieux gebruikt op een experimentele manier alle filmische middelen om het onbehagen bijna fysiek tastbaar te maken, met veel beelden en geluiden die letterlijk pijn doen en misselijk maken. Het is weinig waarschijnlijk dat "Sombre" ooit een publiek zal vinden, zelfs in Toronto - en Canadezen zijn beleefde mensen - liep de zaal half leeg. Iets minder radicaal, maar nog altijd bestemd voor wie echt tegen een stootje kan, is "Seul Contre Tous". In zijn eerste lange film voert Gaspar Noé weer de brutale slager ten tonele uit zijn middellange film "Carne". Ontslagen uit de gevangenis probeert hij een rustig leventje te leiden in Rijsel, maar zijn zwangere vriendin en haar moeder drijven hem tot wanhoop. Hij keert terug naar Parijs, op zoek naar werk doolt hij met een revolver op zak door de straten, klaar om de hand aan zichzelf te slaan, maar niet zonder eerst een van zijn kwelgeesten te laten creperen. Noé geeft ons een beklemmende studie van de aliënatie en frustratie van een man ( Philippe Nahon), die altijd vernederd werd en in een eindeloze innerlijke monoloog - een litanie van de haat - zijn walging en xenofobie de vrije loop laat. De film sluit ons op in de verziekte psyche van deze radeloze man. "Seul contre tous" is schokkend en genadeloos - zelfs de dubbelzinnige verlossing aan het eind brengt geen soelaas. Maar je wordt hoe dan ook meegesleept door de enorme kracht van Noés cinematografisch talent. Dat komt spectaculair tot uiting in de schitterende Cinemascope-composities die op een tegendraadse manier het gevoel van beklemming en troosteloosheid onderstrepen, de brutale montage-effecten met naar Jean-Luc Godard verwijzende tussentitels en de onthutsende geluidsband. In "J'aimerais pas crever un dimanche" worden we helemaal ondergedompeld in een necrofiel sfeertje. Deze tweede film van Didier Le Pêcheur begint met een man ( Jean-Marc Barr) die in een mortuarium werkt en zich vergrijpt aan een "vers" slachtoffer: een jonge vrouw ( Elodie Bouchez) bezweken aan een overdosis. Zijn liefdesdaad brengt het meisje echter weer tot leven. De twee worden na deze ultieme transgressie onweerstaanbaar tot elkaar aangetrokken. "Tu est bandante pour une morte" is een typische dialoog voor deze sterke film, die ons meevoert in een subcultuur waar alleen extreme pijn nog genot kan verschaffen en alleen het idee van de dood het leven nog een beetje aantrekkelijk maakt. Vergeleken met de morbide rituelen uit "J'aimerais pas crever un dimanche" wordt "Une minute de silence"bijna lichte kost, het gitzwarte decor mag hier dan nog een met sluiting bedreigde koolmijn in Lorraine zijn. Florent Emilio Siri vertelt in zijn debuutfilm over de kameraadschap en het verraad tussen twee immigranten, een Pool en een Italiaan, van wie de vriendschap op de proef wordt gesteld door de sociaal-economische spanningen en ellende. P.D.