De voormalige minister van Pensioenen Marcel Colla (SP.A) kon zich behoorlijk opwinden over de reclame die banken en verzekeringsmaatschappijen maakten voor hun pensioenproducten. Die schrokken er inderdaad niet voor terug om klanten te lokken door dramatische berichten te verspreiden over de toekomst van het wettelijk pensioenstelsel. Ook vandaag nog durven de verkoopjongens van de financiële instellingen twijfel te zaaien over de betaalbaarheid van de wettelijke pensioenen, 'nu de economie terugloopt en de bevolking met rasse schreden vergrijst'.
...

De voormalige minister van Pensioenen Marcel Colla (SP.A) kon zich behoorlijk opwinden over de reclame die banken en verzekeringsmaatschappijen maakten voor hun pensioenproducten. Die schrokken er inderdaad niet voor terug om klanten te lokken door dramatische berichten te verspreiden over de toekomst van het wettelijk pensioenstelsel. Ook vandaag nog durven de verkoopjongens van de financiële instellingen twijfel te zaaien over de betaalbaarheid van de wettelijke pensioenen, 'nu de economie terugloopt en de bevolking met rasse schreden vergrijst'. Maar verkopers zijn natuurlijk ook niet aan hun eerste leugen gebarsten. Een beschaafd land, met uitzondering van Argentinië dat eigenlijk nog een half ontwikkelingsland is, gaat niet failliet. De overheid zal de pensioenen altijd blijven uitbetalen, al moet ze daarvoor besparen of nieuwe belastingen heffen. De socialistische vice-premier en minister van Begroting Johan Vande Lanotte (SP.A), de 'goudhamster' van de paars-groene regering, heeft met het Zilverfonds een verzekering ingebouwd om de pensioenen te waarborgen tijdens de opa- en oma-boom tussen 2010 en 2030: dan komen er in ons land niet minder dan 800.000 gepensioneerden bij. Het Zilverfonds krijgt nu zowaar enkele meevallers op de rekening: de opbrengst van de UMTS-licenties, de rentewinst dankzij de verkoop van goudvoorraden van de Nationale Bank aan de Europese Centrale Bank, en wellicht straks ook nog de zogenoemde verstervingswinst: 250 tot 375 miljoen euro afkomstig van het Belgische geld dat (uit vergetelheid en slordigheid, of omdat het in het buitenland zit) niet voor euro's wordt omgeruild.SPAARQUOTE STIJGT OPNIEUWToch zitten de Belgen dus met een pensioenprobleem. Steeds meer Belgen dragen steeds meer geld naar de banken en verzekeringsmaatschappijen om voor een bijkomend pensioen te sparen. Zij tekenen in op pensioenspaarfondsen, pensioenspaarverzekeringen en gewone levensverzekeringen - het uitbetaalde kapitaal van een levensverzekering biedt evenzeer een pensioen. De inschrijvingen op de pensioenspaarfondsen zijn het afgelopen jaar met 9,2 procent gestegen, die op de pensioenverzekeringen met 8,6 procent. Ook de levensverzekeraars vliegen de gebraden eenden in de mond. OMOB, een belangrijke speler in die markt, zag zijn premie-incasso met eenvijfde stijgen. De toegenomen bezorgdheid over het toekomstig pensioen valt samen met de krimp in de consumptie en de vlucht uit de beurs. De hoge Belgische spaarquote, die in de gouden jaren negentig aan het dalen ging, is opnieuw aan het klimmen.Ook de overheid probeert het privépensioensparen - de derde pensioenpijler, naast het wettelijke pensioen en het aanvullende bedrijfspensioen - met aantrekkelijke voordelen te stimuleren. Een flink stuk van het ingezette geld is fiscaal aftrekbaar. Die fiscale voordelen werden onlangs nog verhoogd (nu: 590 euro per gezinspartner voor de pensioenspaarfondsen; fiscaal plafond van 1770 euro voor de levensverzekeringen). De gezinnen doen er hun voordeel mee, maar ook de banken en de verzekeringsmaatschappijen, die dus in niet geringe mate dankzij de overheid gouden zaken doen in hun pensioenbranche.Is de uitbetaling van het wettelijk pensioen in de toekomst geen probleem, het niveau ervan is dat des te meer. Werknemers die met pensioen gaan, zien hun inkomen naar beneden tuimelen; de gepensioneerde zelfstandigen zijn nog slechter af. Vastbenoemde ambtenaren kunnen zich optillen aan hun 'uitgesteld loon'. Het maandelijkse gezinspensioen bedraagt niet meer dan 1739 euro, op voorwaarde dan nog dat men 45 jaar heeft gewerkt, wat ongeveer niemand nog haalt. Minister van Sociale Zaken en Pensioenen Frank Vandenbroucke (SP.A) bestempelt dit als een kernprobleem van de actieve welvaartsstaat. Het wettelijk pensioen ligt zoveel lager dan het (gestegen) inkomensniveau, dat het tot een basispensioen is verschrompeld en aanvulling behoeft.DEMOCRATISERING BEDRIJFSPENSIOENSommige bedrijven zorgen voor zo'n aanvulling. Zij bieden hun werknemers een zogenoemd extra-legaal pensioen, in de vorm van een groepsverzekering of een pensioenplan. Het bedrijfspensioen helpt de inkomenskloof te dichten tussen het verloren salaris en het lage wettelijke pensioen. Er zijn evenwel maar 850.000 werknemers die van die tweede pensioenpijler profiteren, vooral kaderleden en bedienden in grote ondernemingen. Minister Vandenbroucke werkt aan de 'democratisering' van de bedrijfspensioenen. Hij wil ze veralgemenen tot de arbeiders en de kleine en middelgrote ondernemingen. De bedenker van de actieve welvaartsstaat kon de sociale partners van zijn gelijk overtuigen. Maar hij blijft met zijn wetsontwerp over de sectorale pensioenfondsen uitglijden over de technische bezwaren die de verzekeringsmaatschappijen en de pensioenfondsen hem voor de voeten gooien. Het veralgemeend sectorale pensioen had klaar moeten zijn voor de loonakkoorden 2001-2002. Het zal nog een hele klus worden om de wet tegen de nieuwe sociale onderhandelingen voor 2003-2004 in Het Staatsblad te krijgen. De kredietinstellingen, die twijfel blijven zaaien over het wettelijk pensioen, krijgen het nu zelf warm. De klanten voor hun commerciële pensioenformules stromen toe, daar niet van. KBC Verzekeringen verwelkomde het voorbije jaar 12.500 nieuwe pensioenspaarders. Het probleem ligt bij het ongunstige financiële klimaat. De pensioenspaarfondsen investeren gemiddeld zo'n 60 procent van hun geld in Belgische aandelen. Maar de beurs is niet meer wat ze enkele jaren geleden was. De Bel-20-index met de belangrijkste aandelen in Brussel heeft sinds begin 1999 niet minder dan een kwart van zijn waarde verloren. Veel pensioenspaarders beseffen niet dat ze op de beurs speculeren en mee het slappe beursklimaat ondergaan. Pensioenspaarrekeningen zijn eigenlijk speciale beleggingsfondsen, en die zijn dezer dagen niet in hun beste doen. Pensioenspaarverzekeringen komen er als een soort levensverzekering beter uit, maar de winstbonus kan tegenvallen. De banken hebben natuurlijk wel een punt als ze hun klanten voorhouden dat 'de wijze belegger' weet dat geduld rendeert op de beurs en dat beleggen in aandelen nog steeds de beste opbrengst biedt op langere termijn. En bij pensioensparen gaat het per definitie om de langere termijn.Van het slappe beursklimaat profiteren de levensverzekeraars. Voor hun beleggingen is het spannender dan ze gewend waren, dat wel. Maar de klanten nemen met een levensverzekering geen risico. Dat risicoloze sparen lijkt de nieuwe hype te worden. Zo moeten marktleiders als KBC en Fortis node vaststellen dat hun zogenaamde tak-23-producten erop achteruitgaan. Levensverzekeringen gekoppeld aan een beleggingsfonds (vaak een alternatief voor een gewoon beleggingsfonds of een Bevek) verliezen aan waarde als de koers van de aandelen in het fonds daalt.VERLIES PENSIOENFONDSENHoe hard de beurs in het pensioensparen toeslaat, blijkt uit de resultaten van de bedrijfspensioenfondsen. De Belgische Vereniging van Pensioenfondsen telt zo'n 135 fondsen van bedrijven (en beroepsgroepen als artsen, notarissen...), die samen zo'n tien miljard euro beheren. Vorig jaar boekten zij een negatieve return van zes tot zeven procent, na een nulopbrengst het jaar ervoor. De fondsen kennen dus een terugval. Gezien het slechte beursklimaat is de BVPF nog tevreden met dit resultaat, de schade bleef beperkt. Maar volgens voorzitter Karel Stroobants móét dit jaar het tij keren. De fondsen kunnen geen verliezen blijven boeken, want dan zullen de opgebouwde reserves niet langer volstaan om de pensioenverplichtingen na te komen. Naar adem snakken hoeven de bedrijfspensioenfondsen nog niet. Dankzij de wereldwijde beursgekte boekten zij tussen 1990 en 1999 een gemiddelde jaarlijkse opbrengst van 10,3 procent. Maar van goed tien naar min zes, dat is toch even slikken.Guido DespiegelaereVeel pensioenspaarders beseffen niet dat ze op de beurs speculeren en mee het zwakke beursklimaat ondergaan.