D avid Chain stierf op 17 september 1998. Hij was 24 jaar en de eerste die in Noord-Amerika om het leven kwam bij een niet-gewelddadige actie om een stuk natuur te beschermen. David Chain viel onder een van de bomen, die hij en andere militanten van Earth First met het vege lijf verdedigen tegen de houthakkers van de Pacific Lumber Company in Noord-Californië.
...

D avid Chain stierf op 17 september 1998. Hij was 24 jaar en de eerste die in Noord-Amerika om het leven kwam bij een niet-gewelddadige actie om een stuk natuur te beschermen. David Chain viel onder een van de bomen, die hij en andere militanten van Earth First met het vege lijf verdedigen tegen de houthakkers van de Pacific Lumber Company in Noord-Californië. In de redwoods wemelt het van zeldzame planten en dieren. En daar gaat het om. Ook in de Patagonia-winkel in Santa Monica, een paar huizenblokken van Los Angeles' legendarische strand, waar films en feuilletons werkelijkheid zijn. "In L.A. draait alles rond schone schijn. Daarom kijken de klanten, die Patagonia niet kennen, hier al eens verbaasd op", zegt de winkeljuf, als weer iemand tussen de klim-, ski-, kajak- en andere kledij, Chains overlijdensbericht leest. "Please take a moment to reflect about and thank those, like David Chain, who are willing to put their lives on the line to protect the natural world that sustain us all." De poster ernaast toont Chains kameraden die in de bomen bivakkeren om te verhinderen dat de Pacific Lumber Company ze neerhakt. Zelfs wie Patagonia kent en in deze poster de cover van de jongste lentecatalogus herkent, is verrast door de hier bijhorende tekst: "These people are breaking the law, and we respect them for it." Elders in de winkel wordt de waterkwaliteit in de baai van Los Angeles in kaart gebracht. De beroemde Malibubeach krijgt slechte punten omdat enkele paarden- en runderfokkerijen in de buurt hun afvalwater lozen. "We kunnen niet verwachten dat de regering ons redt. Als burgers moeten wij onze natuurlijke grondstoffen zelf veilig stellen", klinkt het bij de Santa Monica BayKeeper. Zo begrepen is het milieumilitantisme van de Patagoniacs al minder verrassend. Verderop vragen zij ook steun voor actiegroepen zoals The Friends of the Yosemite Valley en Camp Four. En dit mag de ingewijden helemaal niet verbazen. Want daar, aan de voet van El Capitan, ligt de bakermat van Patagonia. Deze duizend meter hoge rotswand blijft niet alleen een toetssteen voor Patagonia's equipment maar ook voor zijn environmental engagement. KWALITEIT IS GELIJK AAN MILIEULang voor in 1973 het bedrijf de naam Patagonia meekreeg - een naam die extremen oproept -, beklommen een aantal mannen vooral de big walls in Yosemite Valley waarlangs de wilde Merced kronkelt. Een beklimming zoals die van El Capitan vergde soms meer dan een week en de behoefte aan beter gerief was groot. Een van die klimmers was Yvon Chouinard. Omdat de toen gebruikelijke rots- en karabijnhaken van ijzer waren en in de rots vastroestten, smeedde Chouinard ze in staal en verkocht ze om aan de kost te komen. Zij kostten 1,5 dollar; dat is wel tien keer meer dan de andere. Maar ze konden na gebruik uit de rotswand gehaald worden en opnieuw gebezigd worden. Wat ook betekende dat er geen haken meer in de wand achterbleven om minder goede klimmers te helpen. Zo ontstond niet alleen een clean climbing-techniek maar ook een bedrijf. Met Patagonia heeft Yvon Chouinard deze klimstijl in rots en ijs tot een levenshouding en een bedrijfscultuur verheven. Geen wonder dat hij door de meeste van zijn zevenhonderd medewerkers in de wereld als een goeroe wordt aanzien. Chouinard, intussen zestig maar nog even nederig als vroeger, is nu voorzitter van een multinational, die een slordige 6 miljard frank (165 miljoen dollar) omzet vertegenwoordigt. Maar als er moet worden opgekomen voor Camp Four, is hij er als eerste bij. Niet uit nostalgie, maar om te verhinderen dat de natuur moet wijken voor vakantiehuisjes en twee motels met drie verdiepingen. Motels? Alleen de wildernis en avonturiers mogen hier een kans krijgen. Patagonia ontwerpt nu eenmaal kleren en bagage voor outdoor-extremists, voor wie het beste net goed genoeg is: of zij nu ver weg trekken, bergfietsen, rots- of ijsklimmen, skiën, snowboarden, surfen, kayjkken, zeilen of in bergrivieren staan te vissen. Vandaar dat het bedrijf heel wat milieugroepen sponsort (zie kader) en blijft investeren in de ontwikkeling van nieuwe materialen en steeds handiger modellen. "Op een markt, die overspoeld wordt door goedkope massaproducten met avontuurlijke trekjes, gaan wij voor het echte avontuur; met de verantwoordelijkheid van dien. Daarom kunnen wij ons niet veroorloven te doen alsof", zegt David Olsen, sinds mei 1996 Patagonia's gedelegeerd bestuurder. Voordien zorgde Olsen voor de productie van alternatieve energie en voor de wetenschappelijke ondersteuning van milieubewegingen. Olsen is trouwens niet de enige Patagoniac die uit de milieubeweging stamt en Chouinards clean climbing-filosofie een nieuwe dimensie geeft. Na jaren van gul maar disparaat engagement, klonk het ordewoord vorig jaar radicaler dan ooit: "Q = E". Quality is niet meer denkbaar zonder Environment, zeg maar milieuzorg. TRANSPIRATIE ZONDER WARMTEVERLIESPatagonia verwierf altijd al faam met zijn soms zeer gesofistikeerde innovaties. Inmiddels heeft elk modemerk nu wel al fleeces in zijn collectie, maar slechts weinigen evenaren Malden Mills' synchilla-weefsel, waarop Patagonia van 1983 tot 1987 het monopolie had. Intussen heeft Patagonia dat weefsel in 1989 meer elasticiteit ( stretch) gegeven en het sinds 1993 ook gedubbeld met een Performance Enhancing Film (PEF). Deze film stopt de wind maar laat tegelijk het lichaam voldoende transpireren: zonder warmteverlies. Meer nog dan zijn concurrenten, met The North Face op kop, staat Patagonia niet zomaar voor outdoors kledij maar voor een equipmentconcept, dat ook in de meest extreme omstandigheden comfort biedt. Daarom wordt een kledingstuk van Patagonia zelden alleen gedragen, maar meestal in combinatie met andere kledinglagen, waarvan de eigenschappen elkaar versterken: het drielagensysteem of zogenaamde layering. Zo zorgde Patagonia tijdens de voorbije twaalf jaar voor steeds meer varianten van het Capilene-ondergoed, dat zweet beter dan eender welk weefsel evacueert; meer versies ook van synchilla en nieuwe alternatieven voor dons, dat al te veel vocht absorbeert. Over de buitenste layer voert Patagonia al tien jaar een historische discussie met Gore, de maker van het waterdichte maar "ademende" GoreTex. Patagonia blijft immers zoeken naar de ideale verhouding tussen het ademend vermogen van weefsels en hun waterdichtheid. Het blijft zijn H2No Storm coating verdedigen maar ontkent niet dat er, bij intense transpiratie, ook condensatie optreedt. Intussen gebruikt Patagonia in sommige van zijn modellen wel garens en weefsels van Gore, maar zoekt het vooral verder te innoveren. Omdat het transpiratievocht zo vlug mogelijk moet kunnen verdampen, klamme kou nare gevolgen kan hebben en jassen met ventilatieritsen tochtig zijn, laat Patagonia sinds vorig jaar het nylon niet langer in zijn geheel behandelen. Het nylongaren wordt nu zelf omkapseld met een polymeer op basis van silicon: daardoor stoot het weefsel voldoende water af en ademt het zoals geen ander in zijn soort. Encapsil heet dit procédé. Gedubbeld met synchilla of capilene leidt het meteen tot nieuwe ensembles voor duursporten in respectievelijk grote en minder grote kou. Zo is Patagonia ook de kille neoprenepakken, gebruikelijk bij watersporten, aan het beconcurreren met zijn Water Heater, een water- en winddichte bovenlaag gevoerd met een soort fleece, die het voorzichtig binnensijpelende water op lichaamstemperatuur brengt én houdt. LIEVER MET ORGANISCH KATOENHet Advanced Concept Development Center (ACDC), dat Patagonia drie jaar geleden in Bozeman (Montana) oprichtte, zal de sector trouwens met nog meer innovaties verrassen. Sinds het bedrijf in 1991 steeds verder uitzoekt hoe het zijn producten, en zelfs zijn transport, milieuvriendelijker kan maken, ondergaat Patagonia immers een ware groene revolutie. Kevin Sweeny, een van de zeven topmannen van het bedrijf, beaamt dat het verband dat hij legt tussen "sportkledij en dood, een verregaande maar consequente redenering is voor een zakenman, die zich als a citizen of the earth wil gedragen". Precies daarom wordt nu van elk product een Milieu Effecten Rapport (MER) gemaakt en heeft Patagonia zich sinds 1993 reeds aan drie algemene Environmental Assessment Reports onderworpen. Wat ooit met clean climbing en occasionele steun aan milieugroepen begon, wordt dus nu op industriële schaal merkbaar. Zo laat Patagonia het synchilla-weefsel - dat nochtans om zijn sensualiteit geprezen wordt - sinds 1993 aanmaken op basis van gerecycleerde PET-flessen: 25 stuks voor één Post-Consumer Recycled (PCR) synchillatrui. Een even opmerkelijke ommekeer kwam er begin 1996. Sindsdien laat Patagonia zijn katoenen kledij uitsluitend van organisch katoen fabriceren: aan de hand dus van katoenplanten die niet chemisch behandeld worden. Wie de San Joaquin Vallei, ten noordoosten van Ventura ziet verzilten, beseft vlug waarom Patagonia - met hoofdzetel in Ventura - de katoenboeren steunt die liever geen ontbladeringsmiddelen meer gebruiken. Dit in tegenstelling tot de banken, die hun bijna onvermijdelijke leningen verbinden aan een vaste oogstdatum en aan het strooien van defolianten om het de pikmachines nadien makkelijker te maken. Patagonia echter kiest voor het (alsnog iets duurder) organisch katoen. Met Levi's en Nike voorzichtig in zijn kielzog, wil Patagonia onder andere via de Organic Trade Association en vooral door toedoen van de vorig jaar opgerichte Organic Fiber Council bewijzen dat het anders kan. De traditionele katoenplantages, waar de slavenarbeid nooit veraf is, veroorzaken immers zoveel milieuschade dat organic cotton stilaan het onvermijdelijke alternatief wordt. Alhoewel, na een record van bijna 13.000 ton in 1995 daalde de wereldproductie van organisch (onbespoten) katoen in 1997 (in negentien landen) tot iets minder dan 8000 ton. Daarvan brachten de Verenigde Staten bijna 3000 ton voort. Terwijl de totale wereldproductie van traditioneel (bespoten) katoen bijna 20.000.000 ton bedroeg. Dit ontmoedigt Patagonia niet. Na enkele jaren van aarzelen, wijzigingen aan de top en massale ontslagen (midden 1991 werd één vijfde van de werknemers afgedankt) volgde er eind 1996 een nieuw mission statement: "We exist as a business to inspire and implement solutions to the environmental crisis." Radicaler kan moeilijk. De vier streefdoelen die elke werknemer van Patagonia onderschrijft, getuigen evenzeer van radicaliteit. Kwaliteit nastreven, dat ligt nog voor de hand. Minder gebruikelijk is wel dat zij daarom de gangbare paden zoeken te verlaten, dat zij ook in hun dagelijks leven integriteit moeten nastreven en op de koop toe de milieuzorg zowel privé als professioneel propageren. Geen wonder dat de sfeer in Ventura die is van een commune - met veel jonge moeders en grote kleuterklassen. Dat de werkuren zo glijdend zijn dat er gesurft, gepeddeld of geklommen wordt als het weer meezit. En dat er betoogd wordt als het moet. Of, zegt Kevin Sweeny nog, "In plaats van ons te richten op de charismatische leiders onder ons, willen wij iedereen medeverantwoordelijk maken voor ons streven en ons succes. Voortaan ook de Europese klant door onze vertegenwoordigers beter te selecteren en te begeleiden. Dat wordt de biggest issue van al." Temeer omdat Patagonia een groei beoogt die groter is dan het marktgemiddelde (5 procent) en dus moet winnen van merken, die het niet zo nauw nemen met de natuur.Frank De Moor