Sinds vorig seizoen onderzoekt Theater Zuidpool (Antwerpen) de relatie tussen de evolutie in de kunsten en de globale maatschappelijke veranderingen tussen 1913 en 1990. Jonge theatermakers brengen materiaal aan dat niet noodzakelijk uit een boeiend archief komt, maar evengoed uit de hedendaagse literatuur, al dan niet voor theater geconcipieerd. Zo'n tekst is "Ik heb de koning van Engeland bediend" van Bohumil Hrabal (1914-1997), die in Oost-Europa verschillende verschuivingen...

Sinds vorig seizoen onderzoekt Theater Zuidpool (Antwerpen) de relatie tussen de evolutie in de kunsten en de globale maatschappelijke veranderingen tussen 1913 en 1990. Jonge theatermakers brengen materiaal aan dat niet noodzakelijk uit een boeiend archief komt, maar evengoed uit de hedendaagse literatuur, al dan niet voor theater geconcipieerd. Zo'n tekst is "Ik heb de koning van Engeland bediend" van Bohumil Hrabal (1914-1997), die in Oost-Europa verschillende verschuivingen van dichtbij meemaakte. Met Ditie, die het van simpele piccolo tot eerste kelner brengt, tekent hij met expressionistische uitschieters een eigentijdse Brave Soldaat Schweyk. Bittere humor wisselt af met milde zelfspot, barokke verbeelding met schampere verwijzingen naar een recent verleden. Ditie beleeft zijn moment suprême als hij de keizer van Abessinië attentvol een glas wijn kan inschenken. Hij krijgt er een onderscheiding voor, maar haalt zich ook de jaloezie van zijn chef op de hals die er slechts in slaagde de koning van Engeland te bedienen. Hrabal legt via de ongezouten getuigenis van Ditie, zout op vele slakken: de verkaveling van Oost-Europa door de grootmachten, het Hitler-Stalin-akkoord van 1939, het altijd opdoemende antisemitisme, de bedrieglijke glitter van het kapitalisme, collaboratie tegen wil en dank, en de vele menselijke intriges daartussendoor. Koen De Sutter vertolkt Ditie op kapotte planken, de deuren van de vele hotels en restaurants waardoor hij omhoogklom en waarlangs hij weer op straat vloog. De regie van Stef De Paepe wedt niet op directe herkenbaarheid, maar geeft de acteur ruim de gelegenheid om zijn personage via spaarzame lijnen te laten groeien. De Sutter speelt Ditie afstandelijk, in bepaalde details zeer betrokken, met verrassende fysieke en verbale uitvallen. Hij prikt Hrabals humor met heel fijne naalden op de huid van het publiek, met wie hij af en toe een haast lijfelijk contact zoekt om zich dan weer heel vlug in te kapselen in stil spel of uit te barsten in een Röslein auf der Heide-parodie. Hrabal maakte een synthese van de opkomst en ondergang van een Europese beschaving aan de hand van de niet eens spectaculaire lotgevallen van die ene Ditie, die met de beste bedoelingen hogerop wil en te goed is voor deze wereld. De Paepe en De Sutter gieten dit menselijk tekort in een vorm waarin woord, gebaar en beweging gewogen worden als goud. Het goud van het oude Praag, het kafkaiaanse woord van een bijzonder gevoelig auteur.Op 27, 28, 29/8 in openlucht in het Rubenshuis, vanaf 2/9 in Zuidpool, Lange Noordstraat 11, Antwerpen en op reis. Info: 03/231.57.58Roger Arteel