Is de toekomst van de verre ruimteverkenning niet weggelegd voor robots, aangezien zij zonder veel energieverbruik kunnen worden ingezet? (Michael Braspenningx, Antwerpen)

FrankDe Winne: De robots zijn meer en meer gesofisticeerd, maar toch zal er altijd een rol weggelegd zijn voor de mens. Die is namelijk niet voorgeprogrammeerd en kan dus reageren op onvoorziene omstandigheden. Het publiek reageert ook steevast veel geïnteresseerder op de verhalen van menselijke getuigen. Op een of andere manier wil de mens zichzelf blijven zien als een explorator. Hoe mooi de beelden van de robotcamera's of de ruimtetelescopen ook zijn, er gaat altijd meer aandacht naar de astronaut die terugkeert van een missie.
...

FrankDe Winne: De robots zijn meer en meer gesofisticeerd, maar toch zal er altijd een rol weggelegd zijn voor de mens. Die is namelijk niet voorgeprogrammeerd en kan dus reageren op onvoorziene omstandigheden. Het publiek reageert ook steevast veel geïnteresseerder op de verhalen van menselijke getuigen. Op een of andere manier wil de mens zichzelf blijven zien als een explorator. Hoe mooi de beelden van de robotcamera's of de ruimtetelescopen ook zijn, er gaat altijd meer aandacht naar de astronaut die terugkeert van een missie. De Winne: Ruimtevaart is inderdaad een dure wetenschap, maar in Europa besteden wij er amper 1 euro per inwoner per jaar aan. Aan de sociale zekerheid of armoedebestrijding besteden we duizenden euro's per jaar. We zouden daar inderdaad die ene euro aan kunnen toevoegen, maar veel verschil zal dat niet maken. De verkenning van de ruimte daarentegen heeft in het verleden altijd geleid tot vooruitgang. Van veel dingen kunnen we het nut ervan voor de toekomst zelfs nog niet goed inschatten. Maar stel bijvoorbeeld dat we vorige maand bij gebrek aan satellieten niet hadden geweten dat een verwoestende orkaan over de Filipijnen zou trekken, dan was de dodentol nog veel hoger geweest, net zoals de kostprijs. Ik zou dus zeker niet minder geld besteden aan ruimtevaart. Ze zorgt voor jobs, kennis en groei. Voor een relatief klein bedrag helpt ze ons onze planeet beter te beheersen. De Winne: Aan boord van een ruimtestation gaan we ervan uit dat een astronaut drie liter water per dag nodig heeft om te eten en te drinken. Daarbij komt nog 30 centiliter om zich te wassen. In de ideale omstandigheden kunnen we daarvan tot 70 procent recycleren, waardoor we netto één tot anderhalve liter per dag per persoon moeten meenemen. De Winne: Dat is een heel uitgestrekte vraag. Ik weet het niet. Ik ben daar niet intelligent genoeg voor. Zodra je zou weten dat het begrensd is, zou je bovendien ook moeten kunnen vertellen hoe dat dan begrensd is. En wat is er dan daarbuiten? Wat als daar niets is? Hoe verder we kunnen kijken, hoe meer er te zien is. En we ontdekken elke dag nieuwe dingen. De verkenning van ons heelal staat echt nog in haar kinderschoenen. De Winne: Dat is zeker geen scenario waar ik rekening mee houd. Ik ben een optimist. De vooruitgang en de technologie moeten het mogelijk maken om op aarde te blijven leven, als we maar genoeg zorg dragen voor onze planeet. Op heel lange termijn zal de mens, als hij dan nog bestaat, wellicht wel moeten emigreren. Over ongeveer vijf miljard jaar, wanneer de zon zonder brandstof komt te zitten, zal het sowieso onleefbaar worden op aarde. Maar we hebben dus nog tijd. De mensheid bestaat nog maar net. Als we de levensduur van de zon zouden voorstellen als een jaar, dan is er nu nog maar een seconde voorbij. Volgende week: Onderwijsminister Pascal Smet (SP.A). Mail uw vraag naar mijnvraag@knack.be en maak kans op twee filmtickets.Hannes Cattebeke