Raakt de provincie Kosovo verkaveld of wordt ze een internationaal protectoraat ?
...

Raakt de provincie Kosovo verkaveld of wordt ze een internationaal protectoraat ?WAT HET BUITENLAND de jongste jaren ook mocht beweren, voor Belgrado bleef Kosovo een Servische provincie. Begin juni ontvouwde voorzitter Aleksandar Despic van de Servische Academie voor Kunsten en Wetenschappen echter een plan om ze te verdelen in een deel voor de volksalbanese meerderheid en een deel voor de Servische minderheid. De volksalbanezen moeten eigen gebied krijgen, zoniet maakt hun geboortencijfer ze tot een erg dominante ?natie? in het Servische bestel. Zo luidde de redenering. Het plan stemde de Serviërs in Kosovo bitter. Want de Academie stimuleerde indertijd de voorbereiding van de oorlog in Kroatië (1991) en in Bosnië-Hercegovina (1992). Schoot ze de regering nog maar eens te hulp ? Wou president Slobodan Milosevic van Servië, bij monde van Despic, de volksalbanezen een stuk van Kosovo toekennen om des te beter de rest van Servië in de klauw te hebben ? De aartsvader van de Servische nationalisten en eerste president van de Federale Republiek Joegoslavië (Servië-Montenegro), schrijver Dobrica Cosic (75), lanceerde de gedachte jaren geleden al. En vorig jaar, tijdens de debatten over een nieuwe grondwet voor het nieuwe Joegoslavië, stelde Academielid Miodrag Jovici voor om Joegoslavië niet in twee republieken, maar over dertien administratieve gebieden te verdelen. Opzet was de centrale regering in Belgrado en het parallelle volksalbanese bestuur in Kosovo te verzwakken. Lokale autonomie voor de volksalbanezen zou de huidige politieterreur opheffen. En de verkaveling zou ook het vraagstuk oplossen van de Moslims in Sandzak, dat deels zou opgaan in Montenegro en deels in West-Servië. MYTHE.Het nieuwe Joegoslavië in dertien regio's verknippen, betekent evenwel dat Servië en Montenegro afstand doen van hun op het Congres van Berlijn (1878) verworven statuut van staat. En nu het oude Joegoslavië is uiteengevallen in Slovenië, Kroatië, Bosnië-Hercegovina, Macedonië en Klein-Joegoslavië, en de regering in Belgrado de nalatenschap van het vroegere geheel op de agenda plaatst, lijkt een regionalisering van Klein-Joegoslavië een ultieme oplossing. Zijnde een waarborg dat ze het separatistische Kosovo binnen Servië houdt. Maar de volksalbanezen dringen almaar harder aan op onafhankelijkheid. Zodat regionalisering veeleer getuigt van de staatkundige ambitie van de Servische elite dan van een realistische politiek. Gealarmeerd door het voorstel van Despic om een deel van Kosovo aan de volksalbanezen af te staan, vergaderde de Servische Weerstandsbeweging eind juni in het klooster van Gracanica. Gedreven redenaars richtten zich daar tot de lege zetel van Milosevic. Ze waren hun leider kwijt en zonder leider verliezen Serviërs hun zinnen. De Serviërs in Kosovo domineren de publieke instellingen, de bedrijven, het openbaar ambt, de politie. Die concentratie van macht in een zo arm gebied leidde naar een ramp. De Serviërs zijn onderling verdeeld, terwijl de relatief goed georganiseerde Albanezen dankzij hun stil verzet, ondersteund door de internationale gemeenschap rustig verder werken aan het onafhankelijkheidsproces. De vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap beloofden de volksalbanezen slechts te ijveren voor een herstel van de ruime autonomie die ze hadden voor Milosevic in 1987 in Servië aan de macht kwam. Het herstel van de status quo ante volstaat nu niet meer voor de volksalbanese politici. Ze willen op zijn minst een republiek die de evenknie is van Servië en Montenegro. Wellicht zou een onafhankelijk Kosovo mogelijk zijn, mocht het westelijke deel van het naburige Macedonië zelf met geen Albanees probleem kampen. Een derde Albanese staat, daar, naast Kosovo en het eigenlijke Albanië, zou de Balkan destabiliseren. Griekenland en Bulgarije zouden het ontstaan van een aaneengesloten Groot-Albanië ook niet tolereren. Kosovo binnen Servië lijkt dus voor iedereen aanvaardbaar, behalve voor de Albanese Kosovaren. Die waren wel gelukkig met het recent publiek gemaakte voorstel van de Zweedse Transnationale Stichting, dat Albanese en Servische politieke kringen al bijna twee jaar bespreken. In Kosovo zou een burgerlijk bestuur van de Verenigde Naties worden geïnstalleerd. Het VN-protectoraat van drie jaar zou door de VN-Veiligheidsraad voor drie jaar kunnen worden verlengd. Dat bestuur zou het ?Gebied? beheren met respect voor de mensenrechten en in naam van de Federale Republiek. Daarna zouden alle officiële functies overgedragen worden aan de Untans-staf, afkomstig uit landen zonder belangen in Kosovo. Een internationale politiemacht (Civ-Pol) zou ondertussen instaan voor de veiligheid en voor de terugtrekking van militairen en paramilitairen. Het ?protectoraat? stootte op protest van Albanese en Servische zijde. Toch lijkt de gedachte dat VN-ambtenaren tijdelijk de macht overnemen, voor de volksalbanezen aanvaardbaar. Hun leider Ibrahim Rugova, steunde bij zijn recent bezoek aan Bonn het plan. Van Belgrado mag een lagere ambtenaar af en toe verklaren dat Servië op voorwaarden wil onderhandelen. President Milosevic is voorzichtig, aangezien zijn uitspraken tegen hem kunnen worden gebruikt. Maar de officiële doctrine lijkt af te brokkelen. Ook Serviërs buiten Kosovo zien de Servische dominantie van een Albanese meerderheid niet meer zitten. Maar de mythe Kosovo is de wieg van de Servische ziel blijkt voorlopig nog sterker dan het plan een deel van Kosovo aan volksalbanezen af te staan. Branislav Milosevic De Albanese stem in het buitenland eist de onafhankelijkheid van Kosovo. Maar afscheiding is onverteerbaar voor Servië.