Het faillissement van Forges de Clabecq zet een Waalse strijd voor werk op gang.
...

Het faillissement van Forges de Clabecq zet een Waalse strijd voor werk op gang.In 1781 gaf keizerin Maria-Theresia van Oostenrijk de toelating voor de oprichting van een smidse aan de Zenne in Clabecq. Uit het bescheiden atelier groeide op de golven van de Industriële Revolutie de vlakstaalproducent Forges de Clabecq. Na twintig jaar zorgen en nu vijf jaar van ononderbroken overlevingscrisis stuurde Europees commissaris voor Concurrentiezaken Karel Van Miert tijdens de eindejaarsfeesten de Forges het faillissement en zijn 1.800 arbeiders de werkloosheid in. Na de eerdere sluiting van Fabelta bloedt de schilderachtige Zennevalei in het Waals-Brabantse industrieel dood. Enkele kilometer hoger maar, aan de andere kant van de taalgrens, groeit en bloeit Halle, met reuzen als Colruyt. Twee snelheden, dat frusteert Tubeke. Burgemeester Raymond Langendries (PSC), Kamervoorzitter en promotor van de Nieuwe Politieke Cultuur, hengelt voorlopig zonder veel succes naar nieuwe, frisse KMO's. De plaatselijke immobiliënbaronnen halen ondertussen de eerste euro-ambtenaren binnen : rustig wonen op een halfuurtje autoweg van Brussel. Het ?zwarte schaap van de Waalse staalindustrie?, gelegen aan beide zijden van het kanaal Brussel-Charleroi, vertoont de aanblik van industriële archeologie. De vervuilde fabrieken, vervallen hangars en troostelose rijen arbeiderswoningen, verspreid over Tubeke, Clabecq en Ittre, gelijken op grijze dagen zoals het Liverpool in de hoogdagen van The Beatles. ?Liberaal Europa : neen. Sociaal Europa : ja,? hangt er in strijdend rood boven het portierslokaal. Hier staat Europa voor het kapitaal, en dus verwachten de arbeiders niets van de Europese Unie of toch wel : werkloosheid. De Europese Commissie verbood, op voorstel van Van Miert, de Waalse gewestregering ?haar? staalbedrijf te herkapitaliseren. Regeringsleider Robert Collignon (PS) en de zijnen, die al veertig procent Forges bezaten, kregen vorig jaar voor één frank de twintig procent van de historische eigenaarsfamilies de Dessys, vooral in de schoot geworpen (een stuk Forges was voor het faillissement beursgenoteerd). De EU-commissie bestempelt het verse Waalse geld als overheidssteun. De overbezette en eigenlijk verlies producerende staalsector verteert zo'n concurrentievervalsing niet. HOE GROTER HOE STERKERKarel Van Miert zat in december niet fout als hij de Forges de Clabecq als ?virtueel failliet? beschreef en in beleefdere termen weliswaar aanvoerde dat anderhalf miljard frank nieuw geld voor een bedrijf met acht miljard frank schulden weggegooid belastinggeld is. Maar zijn keurige argumenten overtuigen de C4's niet, die rond de winderige fabriekspoorten hun lege tijd passeren. Zij voelen zich gediscrimineerd, een steeds terugkerend thema in Waals-Brabant. Cockerill-Sambre, ook een Waals overheidsbedrijf, floreert nu in Luik en Charleroi dankzij meer dan honderd miljard frank staatssteun. En wil de Europese Commissie eens uitleggen waarom zij geen krimp gaf toen de Duiters het voormalige DDR-combinat Eco-Stahl in Eisenhüttenstadt als het ware aan Cockerill-Sambre wegschonken. Hoe groter hoe sterker, wordt er in Tubeke gegromd. Duitsland weegt zwaarder door dan België en Cockerill produceert tien keer meer dan de Forges. Dan spreekt Robert Collignon een veel duidelijker taal, vinden ze. Bijvoorbeeld, als hij sneert dat Van Miert een Vlaming is en dat de voormalige voorzitter van de Vlaamse socialisten er beter zou aan doen België te verdedigen omdat tenslotte België hem aanduidde voor de Europese Commissie. De Belgische EU-commissaris, die het de jongste maanden zijn landgenoten fel lastig maakte onder meer met zijn optreden tegen de Boelwerf, bij de commerciële televisiezender VTM en vooral met de veroordeling van de kortingen van de sociale-werkgeversbijdragen van het Maribel-stelsel geraakt in verlegenheid. In de media verdedigt hij de Europese vrije-marktprincipes, maar zijn stoere taal over profiterende ondernemingen brengt natuurlijk weinig troost voor het werkvolk van de Forges. Bovendien valt het compenserende Europees hulpprogramma voor Waals-Brabant fel tegen. Het Duitse commissielid Monika Wulf-Mathies ziet het anders dan wat Van Miert aan de Walen beloofde. Ze vroeg de Waalse regering om de steun voor de in verval geraakte industriegebieden (aan Luik, Borgworm, Hoei, Verviers en Aarlen) te herverdelen, zodat Tubeke en Rebecq er ook een stuk van krijgen. Met dit soort Europese rekenkunde is in Wallonië niemand opgezet. De Mars voor Werk, die op 2 februari vanuit Tubeke vertrekt, zal dus scherp anti-Europees smaken. Het handelt overigens niet om de zoveelste betoging van de Forges in Tubeke, maar wel degelijk om een Waalse en zelfs nationale manifestatie voor werk. Het rode syndicale bastion van de Forges slaagde erin het hele ABVV rond zijn strijd te mobiliseren. Ongetwijfeld volgen ook de christelijken. De actie viseert dus meer dan alleen de sluiting van een bedrijf. Dat failliete staalbedrijf staat in de vakbondswereld symbool voor het falend werkgelegenheidsbeleid. Zo belangrijk wordt dat staalbedrijf, dat ABVV-voorzitter Michel Nollet en algemeen ACV-secretaris Josly Piette zelf aan de onderhandelingen met de curatoren van de Forges deelnemen. Nu al krijgt de betoging van 2 februari de naam ?de Rode Mars? mee. De stoet moet, zoals de Witte Mars voor justitie, een signaal zijn waar de Waalse en Belgische regeringen en zelfs de Europese Commissie niet naast kunnen kijken. Bovendien biedt ze de Waalse strijdsyndicalisten rond de FGTB'ers Urbain Destrée en Jean-Claude Vandermeeren een kans op een revanche, na hun nederlagen bij de volmachtwetten en het mislukte centraal akkoord. (De socialistische ambtenaren voeren in dezelfde geest al actie op 29 januari). EEN STANDBEELD VOOR SPITAELSDe Forges slaagt er sinds altijd in zijn sociale strijd een politieke allure te geven. Roberto d'Orazio, het Marxistische hoofd van de syndicale delegatie met Marx, Lenin, Engels en de euroscepticus Riccardo Petrella op zijn nachtkastje toont zich daarin een niet te verbeteren meester. Solidarité is geen ijdel woord onder zijn sidérurgistes, ook met het tweehonderdtal Vlamingen dat er nu evengoed werkloos is. Het oude fabriekscomplex rond het kanaal heeft trouwens alles om een Germinal-gevoel te stimuleren (of een Daens-gevoel voor de Vlamingen). Met die traditionele Waalse vermenging van syndicalisme en politiek boekten de vakbonden in het verleden vaak succes. In Forges de Clabecq bij de crisis van 1992, bijvoorbeeld, toen iedereen duizend ontslagen verwachtte en uiteindelijk alleen de directie opstapte. Guy Spitaels, toenmalig voorzitter van de Waalse regering, schoof de Forges een half miljard frank zwaar overlevingskrediet toe. Karel Van Miert kantte zich daar fel tegen, maar voor een Europees Commissaris zwicht Dieu niet, vertellen nu nog de vakbondsdelegees. Voor hen verdient Spitaels een standbeeld op het dorpsplein van Clabecq. Naast dat van de gebroeders Goffin, die in de vorige eeuw de Forges groot maakten. Het zou een les inhouden voor zijn opvolgers. Sedert 19 december ligt de staalfabriek stil tegen een prijs van 80 miljoen frank onderhoudswerk per week. De handelsrechtbank van Nijvel, de rechters-commissarissen en de curatoren zetten alles op alles om de ontslagen arbeiders, desnoods met voor een faillissement zeer creatieve akkoorden, opnieuw aan de slag te krijgen. Slechts op die manier blijven de gebouwen en de installaties beschermd, gaan de bestaande klanten niet lopen en blijft een kans op overname mogelijk. Maar overname is in Tubeke nog een heel verafstaand idee, waarover niemand graag concreet wordt. Welke troeven heeft de Forges voor een kandidaat-investeerder ? Twee : dankzij het faillissement zijn de schulden uit het verleden begraven en de Europese Commissie zal zich een stuk toleranter opstellen tegenover overheidssteun aan een nieuw Forges de Clabecq. Maar ongeveer al de rest zit tegen. De fabriek is fel verouderd. Ze vervaardigt de verkeerde producten : vlakke staalplaten die de Oost-Europeanen en de Aziaten even goed en veel goedkoper fabriceren. De lonen liggen hoog en de productiviteit laag. Een echt management ontbreekt : in het afgelopen jaar waren er drie of vier verschillende gedelegeerd bestuurders. Weliswaar is het sociaal passief sedert het faillissement weggewerkt, maar een overname van slechts een deel van de werknemers blijft sociaal moeilijk liggen. Bovendien zitten nagenoeg alle mogelijke overnemers zelf opgezadeld met een overcapaciteit. Het Cockerill-Sambre van Jean Gandois heeft geen belangstelling (meer) voor stukken van de Forges en plant de komende jaren zelf een paar duizend afvloeiïngen. De Usines Gustave Boël in La Louvière kent zijn eigen problemen in verband met de fusie en de bijhorende afslanking van het personeelsbestand met het Nederlandse Hoogovens. Nog eens proberen met het Franse Usinor-Sacilor dan maar ? Voorzitter Robert Collignon van de Waalse regering twijfelt aan de overlevingskansen van het staalbedrijf in Tubeke. Hij weigerde achthonderd miljoen frank te offeren aan lonen en grondstoffen om de Forges gedurende drie maanden verkoopbaar te presenteren. Maar zelfs als de fabriek weer staal begint te gieten, is het verre van gered. ?De tijd werkt niet in het voordeel van de arbeiders van Forges,? waarschuwde rechter-commissaris Olivier Dewulf. Met even veel recht had hij daaraan kunnen toevoegen dat zelfs de voortzetting van de activiteit niet in het voordeel speelt van de meerderheid van de werknemers.? Guido Despiegelaere De troosteloosheid van de Forges de Clabecq : weinig hoop op overleving.Roberto d'Orazio (in het rood) spreekt het werkvolk toe : solidarité.