Tien jaar na zijn eerste presentatie in deSingel toont Stéphane Beel (44) de boeiende ontwikkeling van zijn werk. Ondertussen kreeg hij internationale waardering. Voor Woning M. en de verbouwing van een melkfabriek tot CM kantoor in Eeklo kreeg hij een vermelding in de Mies van der Rohe Award, de officiële architectuuronderscheiding van de Europese Gemeenschap. Ook buitenlandse opdrachten bleven niet uit; binnenkort wordt de verbouwing en de uitbreiding van het Centraal Museum in Utrecht in gebruik genomen. De boeiende expositie documenteert zowel realisaties als ontwerpen die in de projectfase bleven steken.
...

Tien jaar na zijn eerste presentatie in deSingel toont Stéphane Beel (44) de boeiende ontwikkeling van zijn werk. Ondertussen kreeg hij internationale waardering. Voor Woning M. en de verbouwing van een melkfabriek tot CM kantoor in Eeklo kreeg hij een vermelding in de Mies van der Rohe Award, de officiële architectuuronderscheiding van de Europese Gemeenschap. Ook buitenlandse opdrachten bleven niet uit; binnenkort wordt de verbouwing en de uitbreiding van het Centraal Museum in Utrecht in gebruik genomen. De boeiende expositie documenteert zowel realisaties als ontwerpen die in de projectfase bleven steken. De laatste jaren nam Beel in samenwerking met Lieven Achtergael deel aan verschillende wedstrijden voor grote publieke gebouwen. Het winnend ontwerp voor het gerechtsgebouw in Gent toont glashelder een zoeken om het gebouw een sereniteit te geven die ver verwijderd is van een drang naar opzichtigheid. Hoe een afgeschreven industriegebouw nieuw leven kan krijgen met een eenvoudige ingreep toont Beel in de renovatie van de Tacktoren te Kortrijk. Daarnaast realiseerde Beel een aantal woningen en verschillende tentoonstellingsconcepten in Watou, Brussel en Antwerpen. Gelijktijdig verscheen bij Ludion een lijvig boek waarin Geert Bekaert stap voor stap het parcours toelicht dat Beel heeft afgelegd. In een korte tekst synthetiseert Beel zijn houding en gedrevenheid ten aanzien van architectuur. Hij heeft een afkeer van het trendy woord minimalisme. Dit begrip wekt de indruk dat het werk tot stand komt met een minimale inspanning. Niets is minder waar, de eenvoud bereiken vraagt de grootste inzet. Het proces van eliminatie met behoud van een gelaagdheid aan betekenissen slorpt energie op. Hij gebruikt liever het woord terughoudendheid, een attitude die volgens Beel noodzakelijk is om het leven toe te laten. Als antwoord op een wereld met een overvloedige visuele pollutie wil hij zijn gebouwen stilte geven. Afstand nemen van opzichtige vormelijkheid is fundamenteel in zijn zoektocht naar de essentie.EEN IRRITANTE LOGICAEen ontwerp moet volgens Beel orde aanbrengen om nadien het geheel vrij te kunnen laten. In zijn zoektocht naar een heldere, klassieke schoonheid is het oeuvre van Mies van der Rohe richtinggevend. Het werk van Beel bezit een evidente helderheid, haast een irritante logica, zegt Geert Bekaert. Anderzijds weet hij positieve en negatieve randvoorwaarden te verwerken in zijn ontwerpen. De affiche van de expositie is de bouwwerf van deSingel. Naast een aantal kleinere chirurgische ingrepen ontwierp Beel ook een schitterende uitbreiding. Met behulp van grote perspectieftekeningen op schildersdoek worden de ruimtelijke kwaliteiten van de ingreep verhelderd. Hopelijk worden de financiële middelen gevonden om deze noodzakelijke infrastructuur te realiseren. Zijn overtuiging dat het glashelder stellen van de problematiek van cruciaal belang is komt ook tot uiting in de ontwerpen voor de herinrichting van verschillende stedelijke musea in Antwerpen. Wie tot begin dit jaar een bezoek bracht aan het Rubenshuis kwam via de achterdeur binnen, een rommelig parcours dat begon in het grote atelier. Nu komt men binnen via de hoofdingang met een direct zicht op de tuin. De wandeling is evident, van het 16de eeuws woonhuis naar het 17de eeuws atelier, met als eind- en hoogtepunt het groot schildersatelier. Dit evident verloop om het interieur te ontdekken was enkel mogelijk door het samenbrengen van de noodzakelijke infrastructuur, zoals ticketverkoop en vestiaire, voor het Rubenshuis. Het paviljoen is er niet zomaar, het is het logisch antwoord dat museagrafisch volledig te verantwoorden is. Wie ervoor pleit om het paviljoen te slopen, moet beseffen dat hij tegelijk terugkeert naar het ronduit slechte circuit, een oplossing Rubens onwaardig. Toen Rubens zijn atelier bouwde, koos hij ook voor een radicale oplossing. Wellicht zien de Antwerpenaars in dat de oplossing van Beel een eerbetoon is aan de plaats waar ooit de grote schilder woonde en werkte. Wat de kracht van terughoudendheid en het intelligent omgaan met een bouwplaats kan opleveren, is vanaf eind deze maand zien in Machelen. In dit kleine dorp aan de Leie opent het Raveelmuseum haar deuren. Met een grote vanzelfsprekendheid weet Beel de nieuwbouw te verankeren in het dorpsweefsel. De typisch Vlaamse smalle kavel met een opeenvolging van constructies is het vertrekpunt. Hierdoor krijgt het museum in het interieur een aaneenschakeling van diverse kamers met een voortreffelijke lichtbeheersing. Het verrassende parcours levert ook mooie uitzichten op de tuinen rond het museum en de kerktoren. Dit "voorbeeldig" gebouw mag nu al op de lijst geplaatst worden voor de Open Monumentendagen. Het is een verrijking van ons patrimonium waarop Vlaanderen trots mag zijn, een realisatie met Europese klasse.Marc Dubois