Met meer dan tien jaar vertraging is de chronische seksuele terreur in Oost-Congo eindelijk tot de Belgische huiskamers doorgedrongen. Reizigers in de regio maken al sinds het begin van de eerste burgeroorlog, in 1996, melding van verkrachtingen door leden van rondzwervende milities, en over ontvoeringen van meisjes als kokkin en seksslavin door rondtrekkende criminele bendes. Verkrachting werd zo gewoon dat jonge meisjes soms de overtuiging kregen dat het de normale manier is om seks te hebben.
...

Met meer dan tien jaar vertraging is de chronische seksuele terreur in Oost-Congo eindelijk tot de Belgische huiskamers doorgedrongen. Reizigers in de regio maken al sinds het begin van de eerste burgeroorlog, in 1996, melding van verkrachtingen door leden van rondzwervende milities, en over ontvoeringen van meisjes als kokkin en seksslavin door rondtrekkende criminele bendes. Verkrachting werd zo gewoon dat jonge meisjes soms de overtuiging kregen dat het de normale manier is om seks te hebben. Vorig jaar had toenmalig premier Guy Verhofstadt (Open VLD) in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties nog een schouderklopje gekregen van de Amerikaanse president Georges W. Bush, omdat hij het - toen al achterhaalde - probleem van de Noord-Ugandese Lord's Resistance Army en zijn seksslavinnen aankaartte. Hij had zich nuttiger gemaakt mocht hij het hebben aangedurfd om de problematiek van Oost-Congo aan te snijden. Maar nu is er geen houden meer aan. Het politieke toerisme naar de regio neemt toe. Politieke delegaties bezoeken, in het gezelschap van journalisten en gegidst door dynamische vertegenwoordigers van ngo's, slachtoffers van verkrachtingen in ziekenhuizen en beloven extra inspanningen om de gevolgen van de seksuele terreur te bestrijden. Meestal gaat het om niet meer dan wat druppels op een heel hete plaat - er worden enkele artsen gestuurd, de vleugel van een oud ziekenhuis wordt opgelapt. Het summum van bewustwording is ondertussen aangekondigd: op 24 juni wordt er in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg van Brussel een benefietconcert met zang en dans (en ongetwijfeld ook drank) gegeven, ter ondersteuning van de actie 'Stop de Seksuele Terreur in Oost-Congo'. Minister van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel (MR), aan wie de aandacht uiteraard niet ontgaan is, maakt extra middelen vrij voor de strijd tegen seksuele terreur. Ook minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht (Open VLD) heeft het probleem ontdekt, en heeft het op zijn eigen overtuigende wijze aangekaart bij de Congolese president Joseph Kabila. Die zal als gevolg daarvan nog meer geneigd zijn om voor de heropbouw van zijn land de kaart van de Chinezen te trekken, voor wie seksuele terreur en andere aspecten van de mensenrechten geen breekpunt zijn. De Gucht noemde het Congolese leger - terecht - als een van de grote zondaars, maar veel zoden zal dat niet aan de dijk zetten. In Oost-Congo zijn krachten aan het werk waarop De Gucht en de rest van de internationale gemeenschap, en blijkbaar zelfs president Kabila, geen greep meer hebben. Kabila belastte wel de man die zo'n succes maakte van de eerste vrije verkiezingen sinds jaren, de uit Butembo in Oost-Congo afkomstige Abbé Apollinaire Malu Malu, met de dwingende opdracht vrede te brengen in de regio - waarschijnlijk een te zware taak voor de kleine man met de grote diplomatieke en organisatorische talenten. Ondertussen verschuilt hij zich achter het feit dat hij democratisch verkozen is om De Gucht de mond te snoeren en met de Chinezen in zee te gaan, zonder zich al te veel zorgen te maken om zijn oostelijke heimat. Nochtans zijn er in Oost-Congo al jarenlang honderden organisaties actief. Die verrichten er al dan niet nuttig werk in moeilijke omstandigheden, met al dan niet bruikbare resultaten als gevolg. Een reportageploeg van het Britse Panorama, een van de uithangborden van de BBC, hing er anderhalf jaar rond in een poging bewijzen te vinden voor het feit dat leden van de VN-vredesmacht hand- en spandiensten zouden hebben geleverd aan moorddadige milities. Er werden geen harde bewijzen gevonden. Onderzoekers van het Internationaal Strafhof in Den Haag verzamelen er al jaren gegevens over schendingen van mensenrechten, seksueel geweld inbegrepen, maar het is nog altijd wachten op de eerste veroordeling. Er werden drie mannen gearresteerd, van wie één alleen van het inzetten van kindsoldaten wordt beschuldigd, en twee vooral zijn opgepakt omdat ze mee verantwoordelijk waren voor een hinderlaag waarbij op 25 februari 2005 negen blauwhelmen werden gedood. De laatste twee worden nu wel van seksueel geweld beticht. Als lokale Congolese autoriteiten eens verkrachters oppakken is dat altijd nieuws, omdat het zo zelden gebeurt. De internationale ngo Human Rights Watch profileert zich sterk op de regio en spuit rapport na rapport, blijkbaar zonder dat het veel verschil maakt op het terrein. In haar laatste werkstuk bundelt ze het ongenoegen van niet minder dan 63 internationale en Congolese mensenrechten- en hulporganisaties omdat er, ondanks een vredesakkoord dat op 23 januari 2008 in het stadje Goma tussen alle betrokken partijen is gesloten, nog altijd geen einde is gekomen aan het 'vreselijke lijden van honderdduizenden mannen, vrouwen en kinderen die brutaal geweld en dodelijke ziekten het hoofd moeten bieden'. Aan de vredesonderhandelingen namen speciale gezanten van de Afrikaanse Unie, de Europese Unie, de Verenigde Staten, de Verenigde Naties en de Internationale Conferentie voor de Regio van de Grote Meren deel. Maar op de plaatsen waar het écht warm is, waar de meeste mensen in nood zijn, blijven uitsluitend de grootste durvers onder de hulpverleners over, zoals medewerkers van Artsen Zonder Grenzen (dat niet op de lijst van 63 ngo's van Human Rights Watch prijkt). De rest lijkt vooral te vergaderen en rapporten te maken. In zijn laatste rapport drong Human Rights Watch erop aan dat er een speciale adviseur voor de mensenrechten in Oost-Congo zou worden benoemd. Dat was vlak nadat de VN beslist hadden om niet langer een mensenrechtenexpert naar Oost-Congo te sturen. Ze trokken ook hun laatste hulpverleners uit 'moeilijke' plaatsen terug. Wat het bevolkingsfonds van de VN, het UNFPA, niet tegenhield om een campagne voor te stellen die 'nee' zegt tegen het seksuele geweld. Het organiseerde een manifestatie in de Congolese hoofdstad Kinshasa, ver weg van de getourmenteerde vrouwen, en stelde dat verkrachting niet langer alleen iets van milities is, maar doorgesijpeld is naar civiele machthebbers en zelfs naar het gewone gezinsleven. Het fonds zal overal in het land acties steunen om de bewustwording te verhogen, zoals het promoten van theaters en filmvoorstellingen. Er zullen massaal T-shirts met boodschappen tegen seksueel geweld verspreid worden. Voor de rest herhaalde het UNFPA voor de zoveelste keer wat al meer dan tien jaar bekend is, maar waar pas nu aandacht mee te halen valt. Het stipuleerde ook dat het door budgetbeperkingen en de hoge kosten van transport in het land met zijn grotendeels onbruikbare wegen niet veel meer kan doen. De hoeveelheid rapporten die vanuit Oost-Congo naar de media wordt gestuurd, is bijna onrustbarend. Voor hulpverleners en onderzoekers is het een gouden regio. Zeker nu er tijdelijk meer geld in gepompt zal worden, onder druk van het besef dat er een chronisch probleem is. Het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid en -beheer van de Universiteit Antwerpen produceert elk jaar een reeks rapporten en syntheses over de regio. De Conflict Research Group van de Universiteit Gent doet hetzelfde. De groep is tot het inzicht gekomen dat het niet de grondstoffen zijn die in Oost-Congo voor zoveel problemen zorgen, maar wel de schabouwelijke manier waarop de ontginning van die grondstoffen wordt beheerd. De Antwerpse ngo International Peace Information Service (IPIS) focust ook op de analyse van de grondstoffenwinning in de regio, en de manier waarop die bijdraagt tot het geweld. Het brengt daarover regelmatig rapporten uit (twee in de voorbije maanden). De illegale ontginning van grondstoffen is voor de groep de hoofdbestaansreden van de meeste milities in Oost-Congo. Zelfs het officiële Congolese leger gaat zich te buiten aan de illegale winning van onder meer hout, coltan en zelfs drugs. IPIS onderneemt geregeld pogingen om de verspreiding van milities in Oost-Congo in kaart te brengen. Het valt te verwachten dat de groeiende aandacht voor het seksuele geweld de interesse in de grondstoffenproblematiek zal verzwakken, en dat er de volgende jaren meer studies over verkrachtingen en andere misbruiken van vrouwen en kinderen zullen komen. Meer dan 1 miljoen mensen zijn op de vlucht in Oost-Congo, en zijn kwetsbaar voor ondervoeding en allerhande ziektes. De cijfers over het aantal verkrachtingen zijn onbetrouwbaar, maar zijn eigenlijk irrelevant: iedereen weet dat seksueel misbruik veeleer regel dan uitzondering is in de regio. De Belgische ngo Memisa, die Congo door en door kent, waarschuwt er nu al voor dat de groeiende aandacht voor seksueel geweld ook perverse effecten kan hebben. Omdat er in verhouding tot de noden van de regio verhoudingsgewijs weinig ontwikkelingsgeld beschikbaar is, bestaat de vrees dat als gevolg van de verbetering van opvang en behandeling van slachtoffers van verkrachtingen de rest van de gezondheidsstructuur averij zal oplopen. Dat andere patiënten aan hun lot zullen worden overgelaten. Patiënten voor wie geen theaters en benefietconcerten georganiseerd worden. En over wie geen rapporten verschijnen. DOOR DIRK DRAULANS