Zuster Andrea heeft geen stem. De struise vrouw spreekt, maar de klank van de video is uitgezet. Het zijn de uitgestalde foto's, teksten en brieven die haar verhaal vertellen. In 1941 verloor Emilie Fresco, een joods meisje uit Den Haag, haar baan bij het ministerie van Buitenlandse Handel, werd op de lijst voor verplichte tewerkstelling gezet en dook onder. Bij een betaalde vluchtpoging werd ze verraden en belandde ze in het SS-verzamelkamp in de Mechelse Dossinkazerne. Van daaruit werden 25.000 joden en zigeuners op transport naar de kampen gezet (1200 kwamen terug).
...

Zuster Andrea heeft geen stem. De struise vrouw spreekt, maar de klank van de video is uitgezet. Het zijn de uitgestalde foto's, teksten en brieven die haar verhaal vertellen. In 1941 verloor Emilie Fresco, een joods meisje uit Den Haag, haar baan bij het ministerie van Buitenlandse Handel, werd op de lijst voor verplichte tewerkstelling gezet en dook onder. Bij een betaalde vluchtpoging werd ze verraden en belandde ze in het SS-verzamelkamp in de Mechelse Dossinkazerne. Van daaruit werden 25.000 joden en zigeuners op transport naar de kampen gezet (1200 kwamen terug). Het ging er gortig toe in de kazerne. De mensen moesten er samen hun behoefte doen in grote bakken. Een besmetting met paratyfus veinzend, liet Emilie zich opnemen in het Onze-Lieve-Vrouweziekenhuis. Ze won er de sympathie van het verplegend personeel en van gasthuiszuster Gerarda in het bijzonder. Dra trok ze zelf de witte schort van verpleegster aan. Alles werd in het werk gesteld om haar wegvoering naar het concentratiekamp van Auschwitz op de lange baan te schuiven. Als nummer 486 stond ze ingeschreven voor transport met het 18e konvooi. Toen de grond onder haar voeten te heet werd, besloot ze onder te duiken. De Mechelse politieagent Alphonse Dictus die de ziekenzaal bewaakte, kneep een oogje dicht. Hij was lid van een verzetsorganisatie die de vlucht van Emilie Fresco afschermde en deed voorkomen als een zelfmoord: haar witte schort werd achtergelaten aan de waterkant. Het was een landgenoot van haar, Arthur Regout, een vermogend man, die haar opnam in zijn kasteel La Pairelle in Wépion bij Namen. De verdere duur van de oorlog bracht ze door in de familiekring van Regout, zonder te worden opgemerkt door de bezetter. Bij de bevrijding besloot Emilie Fresco, tot ongeloof van haar Haagse verloofde en haar uit Auschwitz teruggekeerde broer, om niet naar Nederland terug te gaan, zich tot het katholicisme te bekeren en als zuster Andrea in te treden bij de gasthuiszusters. Ze verpleegde zieken, werd overste van het rustoord van de zusters in Onze-Lieve-Vrouw-Waver en overleed op 16 maart van dit jaar. De vzw Emmaüs ontvangt de tentoonstelling Emilie Fresco/Redders en geredden in Mechelen tijdens de Tweede Wereldoorlog (tot 18.12) in het voortreffelijk gerestaureerde, laatbarokke kloostergebouw van de cellenbroeders of paters alexianen. De kloosterpandgang beschikt over fraai gesculpteerde stucplafonds. De christelijk geïnspireerde organisatie Emmaüs zet op deze plek die nu De Noker heet, een traditie van zeven eeuwen zieken- en welzijnszorg voort. In de periode van de Tweede Wereldoorlog maakte het gebouw deel uit van een zorgcomplex van de franciscanessen. Die deelden er soep uit, hadden er een verplegingsdienst en een nacht- en een dagcrèche. De speeltuin paalde aan een muur van de sinistere Dossinkazerne. De situatie is vandaag dezelfde: tuin met speeltuigen naast de ex-kazerne waar nu het Joods Museum van Deportatie en Verzet op de beloofde modernisering wacht. In opdracht van de Duitse bevelhebbers van de kazerne vingen de franciscanessen de min-driejarige kinderen op van joden die in de Dossinkazerne op hun deportatie zaten te wachten. Normaal werden de peuters vlak voor het vertrek naar de kampen opnieuw bij hun ouders gebracht. De zusters bezorgden soep in de kazerne, en melk voor de kinderen. Wanneer de kans zich voordeed, 'vergaten' ze al eens een kind terug te brengen. Het werd dan toevertrouwd aan een van de discrete reddingsnetwerken die er in kloosters, weeshuizen of gezinnen een onderduikadres voor vonden. Historica Hanne Hellemans ontleedde het netwerk van Réne Ceuppens, secretaris van kardinaal Jozef van Roey, het opvangnet van priester Ivo Cornelis in zijn weeshuis, en dat van de franciscanessen. Allen waren aangewezen op de moed van koeriers, allen stonden in contact met de verzetsorganisaties. Emilie Fresco is een stille en minimale tentoonstelling, discreet gehoogd met actuele kunst. Uit het archief van de familie Fresco: een joods gebedenboekje voor vrouwen, een liturgische kandelaar en een foto van de knappe turnster Emilie, hurkend in de struiken. Maar wat heet stil en minimaal, met de schreeuwende aanwezigheid van de duplicaten uit het Joden register, kalligrafisch geregistreerde leden van een ongewenst ras? Geen stem verheft zich. Op het scherm getuigt zuster Andrea met mimiek. 'Meine Stimme wurde zum Schweigen gebracht...', getuigt Sabine, een rijpe Duitse die in Portugal woont, tegen-over haar psycholoog. Gestrest pulkt ze voortdurend aan de ring om haar vinger. Het relaas van de mislukkingen in het leven stroomt onveranderlijk terug naar haar kindertijd, toen ze haar droom om operazangeres te worden in de kiem gesmoord zag door haar omgeving. 'Je stem is niet goed genoeg om te zingen', zo kreeg ze te horen. En toen ze toch zong: 'Wees stil Sabine, je zult de vogels doen schrikken.' Sabines klacht, uitvergroot op een wand van de Oude Stadsfeestzaal, is ingedeeld volgens de bedrijven in Die Walküre, opera van Richard Wagner. Daarin zingt de verstoten Wotansdochter Brunhilde haar smart uit. Haar zang is dan inderdaad hoorbaar achter de gordijnen op het podium in de feestzaal. Wie ze open doet, staat opnieuw oog in oog met Sabine. Nu zingt ze, ze kan het niet goed, ze blijft de partij van Brunhilde repeteren. Moeilijk te zeggen of het medelijden om haar aanmodderen primeert op de bewondering voor haar aanhoudend pogen om te beantwoorden aan haar zelfbeeld. Met Sabine/Brunhilde, een installatie met 2 dvd-projecties door de Portugees Vasco Araujo, opent de tweede biënnale voor videokunst Contour (tot 20.11), georiënteerd op actuele vrouwelijke profielen, beelden en getuigenissen. De werken zitten ingebed in twaalf bekende of verholen sites in de stad, de meeste met een uitgesproken historisch, vele ook met een religieus karakter. Voor November, een hommage aan haar vriendin Andrea Wolf, die uit Japanse gevechtsfilms de technieken leerde om als extreem-linkse terroriste te strijden, vond Hito Steyerl asiel in de kerk van Sint-Katelijne, toch een toevlucht voor hopeloze gevallen. Nadat ze werd afgeknald, leefde Wolf verder in de vorm van een wereldwijd verspreid 'global image'van martelares. Nog meer protest en vernietigingsdrang in deze kerk, bij Ana Poliok die van haar film La Fe alleen het doofstomme openingsbeeld overhield en de slotscène waarin een jonge vrouw een desolate weg afloopt, nergens heen, maar gesterkt door een overweging van Nietzsche: 'Ik weet dat er iets onkwetsbaars in me is. Iets dat de stenen kan doen stukspringen ( Sin Titlo)'. Haar protest blijft een individueel gebaar. Het destructieve potentieel van de vrouw in Runa Islams 16mm-film in de kleine Theaterkapel, is ook niet simpel te verklaren, tenzij als een verheerlijking van de vrouwelijke grilligheid. Licht streelt, heldin streelt met de ogen enigerlei verblindend wit porselein, prachtig beschilderd. En dan moet alles, met tergend langzame wreedheid, aan diggelen. Een gratuit gebaar als realisatie van volmaakte vrijheid? Dubieus. Mooie paradox anders, hoe vallend porselein een zo gaaf filmkunstwerk kan opleveren. Klaarder is de spiegel der menselijke emoties bij de Screentests van Manon de Boer - vier fragmenten over verlangen - ondersteund door een heldere beeldvoering. En toch. De nu eens ernstige, dan weer relativerende toon waarop actrice Sara de Roo zegt hoe seks licht maakt, tot transcendentie en totale openheid leidt, het bewaart iets van een mogelijke zinsbegoocheling. De installatie van de dvd-projectie in kunstcentrum De Garage respecteert de intimiteit van het discours. Zonder spoor van troebelheid, vol van een geheimzinnig wijs levensinzicht ten slotte: Here & Elsewhere. 'Denk je dat beelden een eigen bestaan leiden?' Ja. 'Ben je jezelf of pretendeer je jezelf te zijn? Beide. 'Ervaar je jezelf meer in de tijd of in de ruimte?' Beide. Een vader vuurt offscreen grote vragen af op zijn jonge dochter. Haar antwoorden zijn kort, gevoelig en intelligent. Kerry Tribe projecteert twee gesynchroniseerde video's, enkel gescheiden door een dunne naad. Ze brengt het meisje close in beeld, volgt haar bij het tanden poetsen en voegt af en toe een open stadsbeeld in, onder een wazig licht. Here & Elsewhere is het hoogtepunt van de Contour-biënnale. Het werk is ideaal geïnstalleerd in het intieme kader van het stadsmuseum Oud Schepenhuis. Dit was het eerste stadhuis van Mechelen, gebouwd aan het eind van de dertiende eeuw. Op de balken zijn bijbelse en profane scènes uit het laatste kwart van de veertiende eeuw gesculpteerd. Er zit een voorstelling bij van de Griekse filosoof Aristoteles, die zich uit verliefdheid als een paard liet berijden door Phyllis. Zo zette zij hem voor aap in het bijzijn van haar minnaar Alexander de Grote. Deze had van zijn mentor Aristoteles het verbod gekregen om zich met zoiets dwaas als het liefdesspel bezig te houden. Daarmee is het kapittel Vrouwenlisten aangesneden, onderdeel van de tentoonstelling Dames met Klasse/ Margareta van York en Margareta van Oostenrijk (tot 18.12). Een historisch onderwerp in een site die na renovatie modern en onwijs cool oogt, de vroegere brouwerij Lamot in de middeleeuwse havenwijk. De Lamot-site functioneert als een erfgoedcentrum met uitgebreide tentoonstellingsfaciliteiten. Meer lef dan list gebruikten de architecten Zaha Hadid en Caroline Voet om ons de materie van Dames met Klasse te doen bekijken met eigentijdse ogen. Labyrintische ruimten, uitdagend ronde en scherp hoekige volumes die de ruimte in stukken rijten. Een presentatie waarbij het inlevingsvermogen in het esthetische van de objecten een voorwaarde is om door te dringen tot de kern van de zaak: de verdwenen wereld van twee vrouwen uit het hertogelijk geslacht van Bourgondië, die vanuit hun Mechelse residenties een stempel drukten op de vaderlandse geschiedenis. Als weduwen, onverwacht belast met politieke verantwoordelijkheid, ijverden ze even discreet als succesvol voor vrede en welzijn. Ze laveerden tussen grote machtsblokken, waren geliefd door het volk in de eigen stad. De historici achter Dames met Klasse pretenderen niet dat ze de hele samenhang van het verleden kunnen recreëren, zoals hun negentiende-eeuwse voorgangers dat wel nog deden. Van de bij die oude visie aansluitende, romantische kunst, toont curator Joris Capenberghs een staaltje, buiten categorie: een schilderij van Willem Geets. Daarop is te zien hoe landvoogdes Margareta Van Oostenrijk in haar residentie, omringd door de prinsjes die aan haar hoede toevertrouwd zijn, een poppenkastvertoning bijwoont. De geschiedenis als theater dat men denkt te kunnen reconstrueren. We identificeren ons met decors en personages en stellen ons voor dat alles exact zo verlopen is. Dames met Klasse neemt het actuele standpunt in dat de geschiedenis - zeker als die vijfhonderd jaar achter ons ligt - eigenlijk een veld vol gaten is. We kunnen brokstukken verzamelen om ze als stukjes van een nooit meer helemaal te maken puzzel bijeen te leggen. Voor het onderzoek van de verbanden van politieke, sociale en economische aard schieten we aardig op met de overge- leverde boeken, documenten en registers. Maar inleving in de concrete omstandigheden waarin het hoge en het alledaagse cultuurleven zich afspeelde, lukt zo veel beter aan de hand van objecten - schilderijen, prenten en sculpturen, sier- en gebruiksvoorwerpen. Die zijn helaas vaak verdwenen, vernield of onbereikbaar geworden. In dat licht bekeken, heeft Capenberghs voor Dames met Klasse nog een ware schatkamer bijeengebracht. De voorwerpen, fragmenten van de geschiedenis van beide Margareta's, geven vandaag nog een glans af die de hoge graad van verfijning in hun hoofse cultuurbeleving illustreert. Daarbij tekenen zich langzaam twee verschillende persoonlijkheden af. Margareta van York verschijnt, een beetje bleekjes misschien, als nog volkomen ingebed in de vroomheid van de late Middeleeuwen. In de bibliotheek van de weduwe van hertog Karel de Stoute zijn alleen verluchte handschriften van devotionele aard teruggevonden. Ze was sober en sereen, vertrouwend in de toekomst, getrouw aan haar lijfspreuk 'Moge goeds ervan komen'. Haar stiefkleindochter, Margareta van Oostenrijk, maakte zich ook vertrouwd met de profane cultuur van de renaissance en van de pas ontdekte Nieuwe Wereld. Ze maakte zelf gedichten en speelde muziek. Een landvoogdes met branie - in Cambrai bewerkte ze de beroemde Damesvrede - en een creatieve melancholie. Philibert II van Savoye, haar laatste echtgenoot, treurde zij na in kunst en letteren. Haar leven balde ze samen in haar slagzin: 'Fortuin overstelpt haar met tegenspoed.' Door Jan Braet'Wees stil Sabine, je stem zal de vogels doen schrikken.''Fortuin overstelpt haar met tegenspoed.'