Vlaanderen, het jaar des Heeren 2008. Een patiënt met suikerziekte is niet meer tevreden over zijn thuisverpleegkundige. Nee, dan liever die van zijn ziekenfonds - ook al werkt ze eigenlijk niet in zijn gemeente. De nieuwe verpleegster komt alle dagen langs om hem een insulinespuit te geven. Om 14.00 uur, terwijl hij ze eigenlijk om 18.00 uur moet krijgen. Zijn hele suikerhuishouding raakt in de war. 'Ik heb meteen geprobeerd om die verpleegkundige te bereiken. Zoiets is dringend', zegt huisarts Jan De Lepeleire. 'Vier dagen heeft het geduurd voordat ik haar aan de lijn kreeg. Ze legde uit dat het niet in haar dagelijkse ronde paste om die man rond zessen een spuit te geven. Maar mijn patiënt is wél volledig ontregeld.'
...

Vlaanderen, het jaar des Heeren 2008. Een patiënt met suikerziekte is niet meer tevreden over zijn thuisverpleegkundige. Nee, dan liever die van zijn ziekenfonds - ook al werkt ze eigenlijk niet in zijn gemeente. De nieuwe verpleegster komt alle dagen langs om hem een insulinespuit te geven. Om 14.00 uur, terwijl hij ze eigenlijk om 18.00 uur moet krijgen. Zijn hele suikerhuishouding raakt in de war. 'Ik heb meteen geprobeerd om die verpleegkundige te bereiken. Zoiets is dringend', zegt huisarts Jan De Lepeleire. 'Vier dagen heeft het geduurd voordat ik haar aan de lijn kreeg. Ze legde uit dat het niet in haar dagelijkse ronde paste om die man rond zessen een spuit te geven. Maar mijn patiënt is wél volledig ontregeld.' Het loopt fout met de coördinatie tussen de diensten in de zorgsector, zegt De Lepeleire nadrukkelijk. Behalve huisarts in Lint is hij ook onderzoeker en docent aan het Academisch Centrum Huisartsengeneeskunde in Leuven. Als voorzitter van het Samenwerkingsinitiatief Thuiszorg (SIT) in Mortsel krijgt hij er dagelijks mee te maken. Zowel op het vlak van preventie als van thuiszorg is de logica soms zoek. 'Om borst- en baarmoederhalskanker te voorkomen, krijgen vrouwen uitnodigingen van verschillende instanties om zich te laten screenen. Dat is op zich al verwarrend. De resultaten daarvan komen ook nog eens in twee afzonderlijke registers terecht. In de provincie Antwerpen zijn dat voor borstkanker het Regionale Screeningscentrum en voor baarmoederhalskanker het Provinciaal Instituut voor Hygiëne. Tussen beide is er weinig communicatie. Op de koop toe is dat in elke provincie anders geregeld', zegt De Lepeleire. En nog: 'Kind en Gezin heeft een vaccinatiebank, waarin het de gegevens bijhoudt van alle vaccins die de organisatie aan kinderen toedient. Het is al jaren de bedoeling dat andere toedieners van vaccins hun gegevens ingeven in die databank, maar dat gebeurt nog altijd niet. Het is toch ongelooflijk dat je in deze tijden zo moeilijk kunt achterhalen welke inentingen een kind al heeft gekregen?' Ook de organisatie van de thuiszorg is voor veel mensen een onoverzichtelijk kluwen van diensten. Hoe intenser of complexer de benodigde zorg wordt, hoe meer hulpverleners en diensten erbij betrokken worden. Maar hoe zorg je ervoor dat al die spelers goed samenwerken? Tien jaar geleden zocht Vlaanderen daar een antwoord op. Het Vlaams Parlement keurde toen het Thuiszorgdecreet goed, over de erkenning en de subsidiëring van alle vereni-gingen en welzijnsvoorzieningen die actief waren in de thuiszorg. Samenwerkingsini-tiatieven Thuiszorg staan sindsdien in voor het overleg tussen de diensten, en stellen zorgplannen op voor mensen die veel en complexe hulp nodig hebben. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor zorgcoördinatoren. Dat kunnen familieleden zijn, of de huisarts, een maatschappelijk assistent of een verpleegkundige. Een bijzonder zinvol initiatief, vond ook de federale overheid. Ze besliste om vanaf 2002 naast het Vlaamse initiatief ook een eigen Geïntegreerde Dienst Thuiszorg (GDT) op te starten. De Vlaamse en de federale overheid trokken voor de Samenwerkingsinitiatieven Thuiszorg en voor de Geïntegreerde Dienst Thuiszorg middelen uit voor overleg tussen de betrokken spelers. Maar ze legden daarbij wél verschillende criteria op. Zo gebruiken de SIT en de GDT andere zorgplannen en andere zorgbehoefteschalen. Daarnaast is het niet vanzelfsprekend om als zorgcoördinator zoveel verschillende betrokkenen op hetzelfde moment rond de tafel te krijgen. Zoiets kost ettelijke telefoons en e-mails - en wie zal dat allemaal doen? Bovendien komt er nogal wat papierwerk bij kijken om een GDT-goedkeuring te krijgen. Jan De Lepeleire: 'Amper 5 procent van de SIT-plannen krijgt ook GDT-financiering. En vergeet niet dat je voor beide zorgplannen samen, Vlaams en federaal, maximaal 300 euro per jaar kunt krijgen. Daarvoor moet je niet alleen de verschillende hulpverleners samen aan tafel zien te krijgen, maar ook vijf verschillende documenten opsturen naar drie instanties, die ook nog eens jaarlijks een inspectie doen. Reken eens na hoeveel tijd daarin kruipt, en je begrijpt waarom heel wat huisartsen en andere zorgverstrekkers niet happig zijn op die zorgplannen.' Een van de verzuchtingen van de huisartsen is dat ze vaak met wisselende equipes moeten samenwerken, wat de communicatie niet bevordert. De Lepeleire: 'Maar we leven in een land dat zweert bij volledige vrijheid van dienstverlening. De SIT's werken lokaal met heel verschillende diensten en spelers. Mensen doen een beroep op thuiszorgverpleegkundigen die samenwerken met hun ziekenfonds, of op een zelfstandige thuisverpleegkundige die ze toevallig kennen... Of die persoon ook het best is uitgerust voor de taak, dat is een andere kwestie. Ik heb het meegemaakt dat een verpleegkundige, een vriendin van een palliatieve patiënt, het voor bekeken hield omdat ze gewoon geen kaas gegeten had van complexe pijnstilling.' De thuiszorg voor dementerende patiënten organiseren, is vaak nog complexer. 'Alleen al voor de coördinatie van die zorg bestaan er minstens zes instanties waarop je een beroep kunt doen: de SIT's, rust- en verzorgingstehuizen, regionale dienstencentra van de ziekenfondsen, lokale dienstencentra van de OCMW's, tot voor kort de expertisecentra dementie en, in sommige gevallen, palliatieve netwerken. Raak daar als kind van een dementerende ouder maar eens wijs uit', aldus De Lepeleire. 'Laatst heb ik aan een buitenlandse gast proberen uit te leggen hoe onze thuiszorg in elkaar zit, maar dat was een onmogelijke opgave. Als men zegt dat thuiszorg belangrijk is, dan moet men het overleg daarover beter financieren en meer coherente procedures uitwerken. Zoals het nu loopt, haken de spelers af.' Volgens een studie uit 2001 bereikten de Samenwerkingsinitiatieven Thuiszorg amper 9 procent van de mensen die daar baat bij hadden; een recentere studie gewaagt van 27 procent. 'Maar dan nog blijkt dat er in de thuiszorg veel te weinig efficiënt wordt overlegd', zegt De Lepeleire. 'Naast een gebrekkige financiering is de grootste reden de enorme versnippering van de diensten in ons land. De twee grootste ziekenfondsen bieden allebei dezelfde dienstverlening aan, elk met hun eigen mensen natuurlijk, en daarnaast zijn de lokale dienstencentra, andere overheidsdiensten en heel wat zelfstandigen actief op het terrein. Zolang dat niet verandert, blijft het moeilijk om de violen op elkaar af te stemmen.' DOOR RIA GORIS