Vijftien jaar geleden richtte Guy Joosten, een van onze meest gevierde operaregisseurs en zangdocenten, mee de Operastudio Vlaanderen op. Na zijn vertrek daar ging het bergaf met de studio, het departement Onderwijs vond het 'te zeer in zichzelf gekeerd' en even zag het ernaar uit dat ze opgedoekt zou worden. Joostens vaderreflex speelde op, en hij zocht mee naar oplossingen. De Operastudio kan verder werken, maar Joosten werd wel gevraagd om de leiding ervan opnieuw formeel op te nemen.
...

Vijftien jaar geleden richtte Guy Joosten, een van onze meest gevierde operaregisseurs en zangdocenten, mee de Operastudio Vlaanderen op. Na zijn vertrek daar ging het bergaf met de studio, het departement Onderwijs vond het 'te zeer in zichzelf gekeerd' en even zag het ernaar uit dat ze opgedoekt zou worden. Joostens vaderreflex speelde op, en hij zocht mee naar oplossingen. De Operastudio kan verder werken, maar Joosten werd wel gevraagd om de leiding ervan opnieuw formeel op te nemen. GUY JOOSTEN: Zoiets, ja. Al bekijk ik het nu niet meer als missionariswerk, maar als een manier om de contacten die ik in de operawereld heb opgebouwd aan te wenden. De crisis laat zich ook in het operavak voelen: er worden minder nieuwe (co)producties gemaakt, er wordt minder risico genomen, minder jonge talenten krijgen een kans. Operahuizen moeten zich op veel plaatsen ook met andere vormen van muziektheater inlaten. Je kunt dat allemaal jammer vinden, maar daar moet je in een opleiding wel rekening mee houden. Diploma's uitreiken volstaat niet, we moeten ook deuren openen voor onze studenten. JOOSTEN: Vandaar ook de tweejarige opleiding, met in het eerste jaar een intensief 32 urenprogramma om vaardigheden aan te leren, en in het tweede jaar onder meer stages. Bij de Vlaamse Opera, maar ook bij de Munt, de opera van Essen, het Klarafestival, noem maar op. In onze eigen producties komt nadruk te liggen op hedendaags repertoire. We hebben net een masterclass gehad met componist Wim Henderickx. Verderop komen onder meer René Jacobs, Nathalie Dessay, Peter Konwitschny en Dietrich Henschel masterclasses geven. JOOSTEN: Het was alleszins door te weinig output dat de studio in de problemen kwam. Dat probeer ik op te lossen door de toelatingsexamens te laten jureren door wie straks ook het eindproduct beoordeelt: onder meer operadirecteurs Peter De Caluwe en Aviel Cahn. We worden terecht afgerekend op resultaten. We moeten ons niet alleen tegenover het onderwijs, maar tegenover de hele subsidiërende maatschappij verantwoorden. Een vraag die we ook moeten durven te stellen: zijn er niet te veel opleidingen? Moet echt elk conservatorium een zangopleiding hebben? JOOSTEN: Je moet in elk geval een notie hebben van hoe de zakelijke kant functioneert - daarvoor dient ons vak 'methodologie'. Zingen is niet meer alleen netjes gedrapeerd naast een piano gaan staan en goed zingen. JOOSTEN: We zijn destijds gestart in de schoot van de Vlaamse Opera. Nu zijn we een onafhankelijke instelling die ermee samenwerkt, maar ook met de Munt, de opera van Essen, het Liceu in Barcelona, waar we onze studenten auditie laten doen. Bovendien hebben we vandaag twaalf studenten met elf nationaliteiten. Daarnaast moet ik voor onze eigen producties ook zelf geld zoeken, en is dat met een expliciet label 'Vlaams' niet altijd even evident, als ik bijvoorbeeld bij bemiddelde relaties in Brussel ga aankloppen voor steun. Al die aspecten moesten blijken uit een nieuwe naam: de Internationale Opera Academie. De IOA, in het Engels dezelfde afkorting. JOOSTEN: Het medium blijft fascineren, ondanks de vele kunstpausen die decennialang het einde ervan hebben aangekondigd. We hebben hier operamanagers die een goede balans vinden tussen traditie en nieuw repertoire en kwaliteitsvol werk afleveren. Er is een nieuw en jong publiek. Maar we moeten het blijven aanboren, want voor je het weet, valt er een hiaat en ben je een generatie kwijt. DOOR RUDY TAMBUYSER'Diploma's uitreiken volstaat niet, we moeten ook deuren openen voor onze studenten.'