De benzinestank is niet te harden, aldus een commentaar in Le Peuple van 30 april 1905. Het partijblad van de Zwitserse socialisten heeft geen goed woord voor het groots opgezette evenement van de nog jonge Zwitserse Automobielclub (ACS) in het Bâtiment électoral aan de boulevard Georges-Favon in de binnenstad van Genève. 37 exposanten stellen er tentoon op 1200 m2. De reporter van Le Peuple haalt zwaar uit naar feestredenaar Charles Forrer die beweert dat de auto voor meer bewegingsvrijheid en meer comfort zal zorgen. Tegelijk voorspelt hij dat op termijn elk gezin een eigen auto zal kunnen kopen. Vooral die laatste uitspraak vindt veel weerklank.
...

De benzinestank is niet te harden, aldus een commentaar in Le Peuple van 30 april 1905. Het partijblad van de Zwitserse socialisten heeft geen goed woord voor het groots opgezette evenement van de nog jonge Zwitserse Automobielclub (ACS) in het Bâtiment électoral aan de boulevard Georges-Favon in de binnenstad van Genève. 37 exposanten stellen er tentoon op 1200 m2. De reporter van Le Peuple haalt zwaar uit naar feestredenaar Charles Forrer die beweert dat de auto voor meer bewegingsvrijheid en meer comfort zal zorgen. Tegelijk voorspelt hij dat op termijn elk gezin een eigen auto zal kunnen kopen. Vooral die laatste uitspraak vindt veel weerklank. De eerste Exposition Nationale Suisse de l'Automobile et du Cyclisme sluit af met 17.514 bezoekers en een nettowinst van 15.000 Zwitserse franken. Een jaar later melden zich meer dan 30.000 kijkers en kandidaat-kopers aan de kassa. Maar een blote borst op de affiche heeft zoveel kwaad bloed gezet bij de conservatieve burgerij van Genève dat het autosalon in 1907 moet verhuizen naar Zürich. Voor een keer staat Le Peuple aan de kant van de rijke bourgeoisie. In 1911 ligt niemand nog wakker van het voorval, het sein voor de terugkeer naar Genève. Voor één jaar, want de Eerste Wereldoorlog dreigt. In 1923 is het oorlogspuin geruimd, de inrichters verwelkomen voor het eerst bekende buitenlandse constructeurs zoals Citroën, Fiat, Maybach en vanzelfsprekend ook Rolls-Royce. De Tweede Wereldoorlog leidt tot een nieuwe onderbreking. In 1947 neemt het organisatiecomité de draad weer op. De controverse over de standplaats is intussen definitief begraven. Genève presenteert zich hoe langer hoe meer als de hoofdstad van de informele politiek, waar belangrijke internationale verdragen worden ondertekend en internationale instellingen een veilig en comfortabel onderkomen vinden. De Zwitsers doen officieel niet aan buitenlandpolitiek, ze bezitten dus ook geen eigen automobielindustrie. Een pluspunt, want daardoor bekleedt geen enkel merk een bevoorrechte plaats in het tentoonstellingspark Palexpo waar straks de 75e editie van het Autosalon van Genève van start gaat, de meest prestigieuze autohappening van het jaar en een must voor de professionals uit de autowereld. De sector verkeert in crisis. Ondanks ingrijpende herstructureringen mét afdankingen én fabriekssluitingen stapelen de verliezen zich op. De autoverkoop blijft dalen terwijl de kosten stijgen. De teleurstellende bedrijfsresultaten van een toonaangevend constructeur als DaimlerChrysler wijzen op de ernst van de malaise. In een poging het tij te keren, doet DC-voorzitter Jürgen Schrempp nu zelfs een beroep op de hulp van zijn Amerikaanse dochteronderneming Dodge. Door de gunstige dollarkoers kan Dodge zijn modellen goedkoper verkopen in Europa en op die manier voor het moederhuis nieuwe marktsegmenten ontsluiten die buiten het bereik vallen van bijvoorbeeld BMW. Het is niet de eerste risicovolle stap van voorzitter Schrempp om zijn Beierse concurrent voor te blijven. BMW realiseert meer omzet en winst dan ooit en vormt een directe bedreiging voor de leiderspositie van DaimlerChrysler in het luxesegment. Op een lager niveau werkt Opel aan een comeback. Genève krijgt de primeur van de tweede Zafirageneratie die in alle opzichten een nummer groter is en beter oogt dan zijn voorganger, lange tijd nochtans het succesnummer onder de compacte monovolumes. Met zijn Flex7 zetelsysteem blijft hij toonaangevend op het vlak van ingenieuze moduleerbaarheid en gebruiksvriendelijkheid. Ford Europa heeft eindelijk een antwoord klaar op de Zafira en gelijkaardige modellen van andere merken: een 7-zitter volgens SAV-concept (Sports Activity Vehicle). Die moet de leemte opvullen tussen de Galaxy en de Mondeo. Op de vraag of en zo ja wanneer dat nieuwe model in productie gaat, blijft men bij Ford het antwoord voorlopig schuldig. Bij Alfa Romeo is het aftellen al wel begonnen. De Alfa Brera maakt hier zijn officiële debuut en er bestaat geen twijfel over, hij verdient de prijs van de mooiste (betaalbare) auto van het salon. De sierlijke coupé (2+2) bezit dezelfde technische basis als de vierdeurs 159 die straks de succesvolle 156 opvolgt. De Brera zal onder meer leverbaar zijn met een zescilinderbenzinemotor die in samenwerking met General Motors is ontwikkeld. Of die succesvolle samenwerking wordt voortgezet na de recente boedelscheiding tussen Fiat Auto en GM blijft onzeker. In Turijn wordt momenteel een zoveelste paleisrevolutie uitgevochten waarvan niemand de afloop kan voorspellen. Ondertussen zakt Fiat Auto elke dag dieper weg in een uitzichtloze situatie. In 2000 realiseerde de groep nog een omzet van 25,4 miljard euro, eind vorig jaar was die geslonken tot 19,3 miljard euro. De koers van het aandeel stuikte gewoon ineen, van 25 euro naar 5 euro. Om van Fiat verlost te raken, legde GM-baas Rick Wagoner vorige week één miljard euro op tafel. Over drie maanden moet hij opnieuw zijn portefeuille te voorschijn halen om het saldo van 550 miljoen euro te betalen. De voorzitter van de Fiat-groep Luca di Montezemolo wil ondertussen snel werk maken van de beursintroductie van Ferrari, dat voortaan een eigen leven gaat leiden. Volgens ingewijden zijn voorzitter Luca di Montezemelo en diens rechterhand Sergio Marchionne van plan om ook Alfa Romeo af te splitsen van Fiat Auto en onder te brengen in een samenwerkingsverband met Maserati. Of zij op die manier sneller een koper zullen vinden voor het merk Fiat blijft een open vraag. Fiat heeft de voorbije jaren immers een enorme schuldenberg opgebouwd en heeft een nauwelijks in te halen technologische achterstand opgelopen. Enkel op het vlak van dieselmotortechnologie heeft het Italiaanse merk gelijke tred kunnen houden met bijvoorbeeld zijn Franse concurrenten die zoveel beter presteren. Met de gloednieuwe C6 knoopt Citroën aan bij zijn rijk verleden van Gran Turismo-modellen. De gedurfde vormgeving van de C6 laat niemand onberoerd, zijn radicale en vernieuwende aanpak inzake technologie en comfort al evenmin. Peugeot vervolledigt het 407-gamma met een stijlvolle coupé die voor een keer niet werd getekend door Pininfarina. Het ontwerp is van de hand van chefdesigner Gerard Welter van Peugeot, die daarmee een rijkgevulde carrière afsluit. Peugeot en Citroën hebben trouwens nog meer plannen. Drie jaar geleden heeft PSA (Peugeot/Citroën) een samenwerkingsakkoord gesloten met Toyota voor de bouw van een vierdeurs mini op een gemeenschappelijk platform. Die samenwerking heeft geleid tot de geboorte van een leuke drieling. De Citroën C1, Peugeot 107 en Toyota Aygo bezitten dezelfde technische componenten, maar kregen een verschillend snoetje. De klant kan kiezen tussen een 1.4 l. dieselmotor (70 pk) van Peugeot/Citroën en een 1 l. driecilinder benzinemotor (68 pk). De basisprijs zou rond 8500 euro liggen. De eerste wagens rollen nog dit voorjaar van de band in het Tsjechische Kolin. De gloednieuwe fabriek beschikt over een productiecapaciteit van 300.000 auto's per jaar. Met dat project versterkt PSA zijn positie op de Europese markt, ten koste van de Duitse concurrenten. Dat geldt nog meer voor Toyota dat goed op weg lijkt om zijn ambitie waar te maken en nummer één in de wereld te worden. Dit project bewijst bovendien dat het ondertussen mogelijk is geworden om een nieuwe auto te ontwikkelen in minder dan drie jaar tijd. Tot slot nog dit. Naar aanleiding van de viering van de honderdste verjaardag van het Autosalon van Genève zal er geen kritisch commentaarstuk verschijnen in Le Peuple. De linkse partijkrant is niet meer, zoals dat heet. Urbain VandormaelDe autosector verkeert in crisis. Ondanks afdankingen én fabriekssluitingen stapelen de verliezen zich op.