Eén van de meest in het oog springende sympathisanten van de ?mars voor werk? is Gino Russo, de vader van Mélissa en mede-oprichter van de Witte Comités.
...

Eén van de meest in het oog springende sympathisanten van de ?mars voor werk? is Gino Russo, de vader van Mélissa en mede-oprichter van de Witte Comités.GINO RUSSO : We willen het bestaansrecht van de traditionele politieke partijen niet betwisten. Wel hopen we ze zodanig onder druk te zetten dat ze eindelijk de echte oorzaken van de crisis aanpakken. Dat doen ze nog altijd niet. Ze pakken alleen de symptomen aan. Het is onze taak om de verantwoordelijken op een ander spoor te zetten en ze te overtuigen dat hun aanpak geen perspectief biedt. U hebt het dan niet alleen over justitie, maar ook over werkgelegenheid ? RUSSO : Het volstaat niet om te zeggen dat werkloosheid een wereldprobleen is. Als het daar bij blijft, zullen we nooit met de werkloosheid kunnen afrekenen. Het geld dat er twintig jaar terug was, is er nog altijd. Dat is niet weggevlogen. Waarom durft men dat kapitaal niet aanspreken om nieuwe jobs te scheppen ? Neem Forges de Clabecq. Het kan toch niet zijn dat de directie plots ontdekt dat het slecht met bedrijf gaat en dat de sluiting onvermijdelijk is. Dat is een langzaam proces. Er zijn mensen die betaald worden om te cijfers nauwgezet te controleren en tijdig te waarschuwen. Ik geloof dat ze Clabecq hebben laten sterven, wetens en willens. Er is geen positieve wil om naar oplossingen te zoeken. Niets doen zo heeft het onderzoek rond Julie en Mélissa aangetoond , is altijd de slechtste remedie. Ziet u een gelijkenis tussen uw gevecht en dat van een vakbondsman als Roberto D'Orazio ? RUSSO : De aanpak is verschillend, maar ten gronde gaat het om hetzelfde. Zij komen ook voor de kinderen op, zij het op een indirecte manier. Hun actie voor werk is in het belang van de families, dus van de kinderen. De wegen zijn misschien verschillend, maar de doelstellingen zijn dezelfde. Werkloosheid is dikwijls synoniem voor ontredderde families en niet zelden is het een geschikte voedingsbodem voor misdadigheid en perversiteit. Zal uw oproep voor de ?mars voor werk? de consensus binnen de witte beweging niet verstoren ? RUSSO : Het is toch niet omdat we veel in de media verschijnen, dat we niet langer voor onze opinies mogen uitkomen. Men moet ons de vrijheid laten om onze ideeën trouw te blijven. Indien die mars twee jaar terug was georganiseerd, toen Mélissa nog leefde, was ik ook meegestapt. Ik blijf mezelf trouw, de recente gebeurtenissen hebben mijn overtuiging niet veranderd. Ik ben achttien jaar arbeider en ik weet hoe werkloosheid je gezondheid en je familie kan ontredderen. Ik voel me heel verbonden met de mensen van Clabecq. Ik kan niet anders. Ze praten ook in mijn naam. Zullen die Witte Comités zich buiten de bestaande structuren bewegen ? RUSSO : Dat lijkt me een noodzaak. Als je in de structuren stapt die al sinds het begin van België bestaan, kun je niets uitrichten. Je bent dan de gevangene van een systeem, zodat je niets meer kan veranderen. Men verwachtte dat we ons, als de ouders van Julie en Mélissa, als slachtoffers zouden gedragen. We hebben dat geweigerd en daardoor is de machine ontspoord. De Witte Comités moeten aan de zijkant blijven. Ze moeten de ogen van de verantwoordelijken openen en ze dwingen om te kijken, te luisteren en te handelen. Ze moeten de mensen ook duidelijke antwoorden geven. Terwijl dit land vooral nood aan waarheid heeft, krijgen we de ware toedracht nog altijd niet te horen. Het is toch onbegrijpelijk dat niemand vertelt, waarom Michel Nihoul in de zaak van de kinderen niet langer in voorarrest blijft. Ook tegen eerste-minister Jean-Luc Dehaene heb ik gezegd dat de bal nu in zijn kamp ligt. Heeft Dehaene u begrepen ? RUSSO : We hebben hem gezegd wat we moesten vertellen en ik hoop dat het echt tot hem is doorgedrongen. Dehaene leek me wel gemotiveerd, maar hij is niet de enige in de regering. Het gevaar bestaat dat we binnen drie maanden horen dat de PS of de PSC van sommige hervormingen niet willen weten. Het is een beproefde tactiek in dit land om de obstructie van de anderen te gebruiken om alles bij het oude te laten.