JA

opgetekend door Jan Jagers
...

opgetekend door Jan JagersUit cijfers van de Nationale Bank blijkt dat het aantal wanbetalingen bij kredietopeningen, in tegenstelling tot het stabiel gebleven aantal bij hypothecaire en gewone bankleningen, almaar is gestegen. In 2008 had 44,5 procent van alle betalingsachterstanden betrekking op een kredietopening. Dat is 2,5 procent meer dan in 2007. Het probleem met kredietkaarten van winkelketens of postorderbedrijven is dat ze verontrustend toegankelijk zijn. Klanten hoeven niet naar de bank en of ze solvabel zijn wordt niet of nauwelijks gecontroleerd. Zelfs wie al schulden heeft, kan eenvoudig krediet krijgen. Klopt, maar het probleem begint al bij het invullen van de vragenlijst. Dat gebeurt bijna altijd in de winkel, door de verkoper, heel snel en dikwijls niet volledig naar waarheid. Om makkelijker te kunnen controleren of de kredietverstrekkers hun plicht tot voorzichtigheid en informatie wel zijn nagekomen, zou de vragenlijst gestandaardiseerd moeten zijn. En zou je het krediet moeten aangaan op een neutraal punt, niet in de winkel. Want hoe je het ook wendt of keert, verkopers moeten cijfers halen en vinden dat belangrijker dan hun informatieplicht tegenover de klant. Dat het winkelkrediet nu onbeperkt is in de tijd, moet veranderen. Na 3 à 5 jaar zou het weer op nul moeten worden gezet. De praktijk wijst uit dat een aantal mensen niet begrijpt hoe het komt dat hun interest, meestal 16 à 19 procent, almaar blijft oplopen. Omdat niet meteen terugbetalen wettelijk mag, nemen ze soms krediet tot ze alleen nog maar interest kunnen afbetalen en geen kapitaal. Winkelketens zien het als een belegging. Want gemaakte schulden worden ingevorderd, hoe dan ook. Dat het aantal wanbetalingen met winkelkredietkaarten toeneemt, heeft vooral te maken met het almaar populairder worden van die vorm van kredietverstrekking. Uit cijfers van de Nationale Bank blijkt namelijk ook dat in verhouding tot het totale aantal kredietopeningen er sinds 2005 minder met betalingsachterstand zijn. En dat wie een kredietopening afsluit slechts 2,5 procent kans heeft om een wanbetaler te worden. Uiteraard moeten we betalingsachterstand proberen te vermijden, maar anders dan men soms beweert, zijn dus niet de helft van alle houders van een winkelkredietkaart wanbetalers. Dat bij 97,5 procent van de kredietopeningen het betalen probleemloos verloopt, toont aan dat er niets mis is met het product. Wie een algemene maatregel neemt, legt ook wie geen betalingsproblemen heeft bijkomende verplichtingen op. Winkelkrediet beperken in de tijd, de kaart bijvoorbeeld jaarlijks opzegbaar maken, is praktisch en juridisch moeilijk. Ik denk niet dat de consument daarop zit te wachten. Overigens zijn kredietopeningen in België nu al strenger gereglementeerd dan in de meeste andere Europese landen. De bank bezorgt bijvoorbeeld maandelijks een attest met een stand van zaken over hoeveel geld je hebt opgenomen en hoeveel je nog moet terugbetalen, zodat je de situatie als consument goed kunt volgen. Je moet een onderscheid maken tussen het product en het kanaal waarlangs het verkocht wordt. De tussenpersoon in de winkel waarmee de klant zijn krediet regelt, moet officieel erkend zijn, maar hoeft geen opleiding te hebben gehad. Het zou inderdaad beter zijn als dat wel zo was. Uit cijfers van de Nationale Bank blijkt dat het aantal wanbetalingen bij kredietopeningen, in tegenstelling tot het stabiel gebleven aantal bij hypothecaire en gewone bankleningen, almaar is gestegen. In 2008 had 44,5 procent van alle betalingsachterstanden betrekking op een kredietopening. Dat is 2,5 procent meer dan in 2007. Het probleem met kredietkaarten van winkelketens of postorderbedrijven is dat ze verontrustend toegankelijk zijn. Klanten hoeven niet naar de bank en of ze solvabel zijn wordt niet of nauwelijks gecontroleerd. Zelfs wie al schulden heeft, kan eenvoudig krediet krijgen. Klopt, maar het probleem begint al bij het invullen van de vragenlijst. Dat gebeurt bijna altijd in de winkel, door de verkoper, heel snel en dikwijls niet volledig naar waarheid. Om makkelijker te kunnen controleren of de kredietverstrekkers hun plicht tot voorzichtigheid en informatie wel zijn nagekomen, zou de vragenlijst gestandaardiseerd moeten zijn. En zou je het krediet moeten aangaan op een neutraal punt, niet in de winkel. Want hoe je het ook wendt of keert, verkopers moeten cijfers halen en vinden dat belangrijker dan hun informatieplicht tegenover de klant. Dat het winkelkrediet nu onbeperkt is in de tijd, moet veranderen. Na 3 à 5 jaar zou het weer op nul moeten worden gezet. De praktijk wijst uit dat een aantal mensen niet begrijpt hoe het komt dat hun interest, meestal 16 à 19 procent, almaar blijft oplopen. Omdat niet meteen terugbetalen wettelijk mag, nemen ze soms krediet tot ze alleen nog maar interest kunnen afbetalen en geen kapitaal. Winkelketens zien het als een belegging. Want gemaakte schulden worden ingevorderd, hoe dan ook. Dat het aantal wanbetalingen met winkelkredietkaarten toeneemt, heeft vooral te maken met het almaar populairder worden van die vorm van kredietverstrekking. Uit cijfers van de Nationale Bank blijkt namelijk ook dat in verhouding tot het totale aantal kredietopeningen er sinds 2005 minder met betalingsachterstand zijn. En dat wie een kredietopening afsluit slechts 2,5 procent kans heeft om een wanbetaler te worden. Uiteraard moeten we betalingsachterstand proberen te vermijden, maar anders dan men soms beweert, zijn dus niet de helft van alle houders van een winkelkredietkaart wanbetalers. Dat bij 97,5 procent van de kredietopeningen het betalen probleemloos verloopt, toont aan dat er niets mis is met het product. Wie een algemene maatregel neemt, legt ook wie geen betalingsproblemen heeft bijkomende verplichtingen op. Winkelkrediet beperken in de tijd, de kaart bijvoorbeeld jaarlijks opzegbaar maken, is praktisch en juridisch moeilijk. Ik denk niet dat de consument daarop zit te wachten. Overigens zijn kredietopeningen in België nu al strenger gereglementeerd dan in de meeste andere Europese landen. De bank bezorgt bijvoorbeeld maandelijks een attest met een stand van zaken over hoeveel geld je hebt opgenomen en hoeveel je nog moet terugbetalen, zodat je de situatie als consument goed kunt volgen. Je moet een onderscheid maken tussen het product en het kanaal waarlangs het verkocht wordt. De tussenpersoon in de winkel waarmee de klant zijn krediet regelt, moet officieel erkend zijn, maar hoeft geen opleiding te hebben gehad. Het zou inderdaad beter zijn als dat wel zo was.