Fransen hebben vaak aan een datum zonder jaartal genoeg om een evenement van jaren, zo niet eeuwen geleden op te roepen. Zo staat 14 juli (1789) voor de bestorming van de Bastille en de daaropvolgende Revolutie, 18 juni (1940) voor de oproep van Charles de Gaulle tot verzet tegen de Duitsers en 18 brumaire (van het jaar VIII, volgens de revolutionaire jaartelling) voor de staatsgreep van Napoleon. 21 april (2002) is de laatste in die serie. Toen verloor de socialist Lionel Jospin de eerste ronde van de presidentsverkiezing, niet alleen van de zittende president Jacques Chirac, maar ook van de rechts-extremist Jean-Marie Le Pen. Hij mocht daardoor niet meedoen in de beslissende tweede ronde.
...

Fransen hebben vaak aan een datum zonder jaartal genoeg om een evenement van jaren, zo niet eeuwen geleden op te roepen. Zo staat 14 juli (1789) voor de bestorming van de Bastille en de daaropvolgende Revolutie, 18 juni (1940) voor de oproep van Charles de Gaulle tot verzet tegen de Duitsers en 18 brumaire (van het jaar VIII, volgens de revolutionaire jaartelling) voor de staatsgreep van Napoleon. 21 april (2002) is de laatste in die serie. Toen verloor de socialist Lionel Jospin de eerste ronde van de presidentsverkiezing, niet alleen van de zittende president Jacques Chirac, maar ook van de rechts-extremist Jean-Marie Le Pen. Hij mocht daardoor niet meedoen in de beslissende tweede ronde. Le 21 avril was aanvankelijk de dag van de bedreigde democratie. Sinds echter bleek dat de Franse politiek na de herverkiezing van Chirac, in de tweede ronde met 82 procent van de stemmen, nauwelijks is veranderd, symboliseert de datum vooral de verdeeldheid en machteloosheid van politiek links. Die werden bevestigd tijdens het EU-referendum op 29 mei, een datum die zijn overlevingsvermogen nog moet bewijzen, maar hard op weg lijkt te zijn naar onsterfelijkheid. Op 21 april streden acht linkse kandidaten, van wie zeven geen schijn van kans maakten, om een plek in de tweede ronde. Behalve Jospin ging het om een communist, een groene, drie trotskisten en twee kandidaten zonder duidelijke stempel. Sinds het begin van de campagne voor het referendum wankelt de fragiele eenheid tussen de kopstukken, de zogenoemde 'olifanten', van de Parti Socialiste (PS). Een splitsing binnen de grootste oppositiepartij is steeds waarschijnlijker, waardoor links nog verdeelder zou raken dan in 2002. De PS is nauwelijks nog één partij te noemen. Er zijn niet minder dan vijf verschillende stromingen, waarvan sommige op voet van oorlog met elkaar staan. François Hollande is sinds het vertrek van Jospin partijleider, of, zoals de Franse socialisten dat noemen, eerste secretaris. Tijdens een belangrijk congres over de toekomst van de partij, in Dijon twee jaar geleden, kreeg hij een ruime meerderheid van de leden achter zich. De PS leek er langzamerhand weer bovenop te komen. Bij de regionale verkiezingen van vorig jaar veroverden de socialisten 21 van de 22 regio's. Ook de Europese verkiezingen waren een prooi voor de PS, die 13 zetels won. Die successen zijn echter meer te danken aan onvrede over de rechtse regering dan aan alternatieve voorstellen uit eigen gelederen. Die kwamen er namelijk nauwelijks. Gesteund door de vakbonden beperken de socialisten zich in de regel tot verzet tegen de rechtse hervormingen in bijvoorbeeld het pensioenenstelsel of de 35-urenwerkweek. De enige verzachtende factor voor de PS is dat het Franse politieke stelsel één partij de absolute meerderheid geeft en dat het de oppositiepartijen daardoor lastig wordt gemaakt zich te profileren. Eind vorig jaar won Hollande opnieuw, dit keer een intern ledenreferendum over de vraag of de partij zich moest inzetten voor of tegen het grondwettelijk verdrag. Dat was nodig omdat de socialistische-partijleiding zowel uit voor- als tegenstanders bestond. Afgesproken was dat de hele partij de stem van de leden zou uitdragen. Hoewel 60 procent van de leden zich uitsprak voor het verdrag, legden de tegenstanders, met ex-premier Laurent Fabius als belangrijkste vertegenwoordiger, zich daar niet bij neer. 'Je stemt niet uit discipline, maar uit overtuiging', zei hij. Onbescheiden vergeleek de tweede man van de PS de situatie met de Dreyfus-affaire, eind negentiende en begin twintigste eeuw. Aanvankelijk waren de Franse socialisten tegen de valselijk beschuldigde joodse kapitein Dreyfus, waarna ze hun fout inzagen en voor hem gingen pleiten. Fabius vond zijn gelijk in de meerderheid van socialistische kiezers die uiteindelijk tegenstemde. De partijdirectie was minder ingenomen met de gang van zaken en verwijderde de dissident in een spoeddebat na het referendum uit haar midden. Fabius, die zijn presidentiële ambities nooit onder stoelen of banken heeft gestoken, hoopt tijdens het volgende partijcongres echter een meerderheid achter zich te krijgen, waardoor hij presidentskandidaat zou kunnen worden in 2007. Waarschijnlijk is dat ijdele hoop, want zowel binnen als buiten de partij geniet de weinig charismatische Fabius een geringe populariteit. De aanhangers van 'ja' en van 'nee', de respectievelijke fabiusiens en hollandais, begroeten elkaar inmiddels niet meer in het parlement en houden al sinds een paar maanden aparte bijeenkomsten. Tot zover de twee belangrijkste kampen binnen de partij. Al langer bestaande groeperingen binnen de PS zijn Socialisme en Democratie van de notoire olifant Dominique Strauss-Kahn, beschouwd als de sociaal-liberale vleugel binnen de partij, de Nieuwe PS en de Nieuwe Wereld. De laatste twee voerden campagne tegen het grondwettelijk verdrag en willen hun partij in de strijd tegen het oprukkende liberalisme juist weer verlinksen. In de aanloop naar het referendum werkten ze geregeld samen met extreem-links. De ironie van de strubbelingen binnen de PS is dat de partij in theorie het tij mee zou moeten hebben. Volgens een peiling in het weekblad L'Express wenst 41 procent van de kiezers op dit moment een linkse president, tegen 26 procent die liever een rechtse wil. Bovendien heeft het tijdperk van de onveiligheid als belangrijkste prioriteit van de Fransen plaatsgemaakt voor de angst voor werkeloosheid en sociale regressie, meer een links item. Velen beschouwen de liberale maatregelen uit Brussel als een bedreiging voor het Franse sociale model: ze zijn bang voor een afkalving van de publieke dienstverlening en voor bedreiging van de rechten van de Franse werknemers. Ze vrezen voor de liberalisering van de arbeidsmarkt en de daaruit voortvloeiende 'tsunami' van goedkope Oost-Europese arbeidskrachten die de banen van Fransen komen inpikken. Vrijwel alle politici, Chirac voorop, blonken de afgelopen maanden uit in linkse retoriek. Voorstanders van het grondwettelijk verdrag vonden dat de tekst bescherming bood tegen het liberalisme, tegenstanders waren juist bang dat de vergaande marktwerking in de grondwet werd verankerd. Helaas voor de PS kon de partij door de interne onenigheid niet de vruchten plukken van die gunstige omstandigheden. Als links al profiteerde, waren het veeleer de trotskisten en de communisten die weer eens van zich deden spreken. In 2002 hadden zij samen al 15 procent van de stemmen veroverd, en ook nu was het extreem-linkse 'nee' een belangrijke factor. Voor Chirac zou het referendum, dat op zijn initiatief is georganiseerd, daardoor alsnog een positieve zijde kunnen hebben. Voor de sluwe machtspoliticus betekent het misschien zelfs de redding van zijn politieke carrière. Dat zit zo: de president, verwikkeld in meerdere corruptieschandalen, wil koste wat het kost president blijven, al was het maar omdat de presidentiële onschendbaarheid hem uit handen van justitie houdt. Hij weet dat zijn partijgenoot en gedoodverfde tegenstander Nicolas Sarkozy zich kandidaat zal stellen voor het presidentschap en dat de minister van Binnenlandse Zaken populairder is bij de rechtse kiezers dan hijzelf. Als links echter verschillende serieuze kandidaten levert bij de eerste ronde van de volgende verkiezing in 2007, is er een kans dat de linkse kandidaten afzonderlijk zo weinig stemmen krijgen dat Chirac en Sarkozy allebei meer kiezers achter zich krijgen en het in de beslissende tweede ronde met elkaar moeten uitvechten. Dan zou Chirac, die iets meer sympathie geniet bij linkse kiezers, het mogelijk voor de derde keer kunnen winnen. Op het partijcongres in november moet blijken hoe de partij ervoor staat. Jong talent, zoals Wouter Bos in Nederland, wordt niet verwacht. Tekenend voor de staat waarin de partij verkeert, is dat steeds meer analisten rekening houden met de terugkeer van Jospin, die zich 'definitief' uit de politiek heeft teruggetrokken na zijn afgang van drie jaar geleden. Toch is hij volgens een meerderheid van de Fransen nog steeds de beste socialistische presidentskandidaat. De enige keer dat de ja-stemmen voor de grondwet stegen in de peilingen, was na een vlammend pleidooi van de gepensioneerde socialist. Olivier van BeemenDe PS is nauwelijks nog één partij te noemen, en bestaat uit niet minder dan vijf verschillende stromingen.