Geert Wilders, Marine Le Pen, Nigel Farage en Filip Dewinter: met de broek op de knieën, een voor een, om in de gratie te komen bij Vladimir Poetin en Donald Trump. Zijn dit nu werkelijk de nationalisten die hun land opnieuw sterk zullen maken, de krachtige leiders die veiligheid en welvaart zullen brengen? Laat er geen twijfel over bestaan: dit Europa heeft politieke leiders nodig die opnieuw willen vechten voor hun samenleving, voor onze toekomst. Maar dit zijn clowns, schijnpatriotten die hun geschiedenis niet kennen. Want als die ons één ding leert, dan is het dat het voor leiders van kleinere landen bijzonder dom is om hun heil te zoeken bij hoogmoedige leiders van grote landen. Nu makker, later knecht.
...

Geert Wilders, Marine Le Pen, Nigel Farage en Filip Dewinter: met de broek op de knieën, een voor een, om in de gratie te komen bij Vladimir Poetin en Donald Trump. Zijn dit nu werkelijk de nationalisten die hun land opnieuw sterk zullen maken, de krachtige leiders die veiligheid en welvaart zullen brengen? Laat er geen twijfel over bestaan: dit Europa heeft politieke leiders nodig die opnieuw willen vechten voor hun samenleving, voor onze toekomst. Maar dit zijn clowns, schijnpatriotten die hun geschiedenis niet kennen. Want als die ons één ding leert, dan is het dat het voor leiders van kleinere landen bijzonder dom is om hun heil te zoeken bij hoogmoedige leiders van grote landen. Nu makker, later knecht. Het volstaat een stap terug te zetten naar het Duitsland van de vroege negentiende eeuw om duidelijk te maken waarom het gedweep van de zelfverklaarde Europese nationalisten met figuren als Trump en Poetin gevaarlijk is. De kleine Duitse staten waren op dat moment gedegouteerd van het Heilige Roomse Rijk, een soort unie die ze door de Oostenrijkers door de strot werd geramd. De Duitse nationalisten wilden zelfstandigheid, en wat waren ze verrukt toen de Franse keizer Napoleon Bonaparte verandering aankondigde. Duitse nationalistische dagbladen waren uitzinnig. Napoleon zou hen bevrijden en samen met hen strijden tegen de Oostenrijkers en de Slavische volkeren in het oosten van Europa. Johann Wolfgang von Goethe mocht dan een briljant dichter zijn, maar in zijn nationalistische geestdrift beschreef hij Napoleon als een halfgod. Ludwig van Beethoven zag in Napoleon een nieuwe Julius Caesar en droeg zijn derde symfonie aan hem op. De diplomaat Louis de Bourrienne beschreef hoe de Duitse nationalisten elkaar verdrongen om hun onderdanigheid aan Napoleon te betuigen. De Franse diplomaat Charles de Talleyrand vond het aandoenlijk hoe zij met dozijnen om audiëntie bij de keizer vroegen: 'Vandaag kussen ze de hand die hen morgen wel eens zou kunnen vernietigen.' Gelijk had hij. Enkele jaren later was de Oostenrijkse overheersing vervangen door het Franse rijk. Beethoven veranderde beschaamd de titel van zijn symfonie. Zo vergaat het steevast politieke dwergen die in de gratie proberen te komen bij de reuzen en in een sterke leider elders een bondgenoot zoeken tegen hun rivalen thuis. Een ander voorbeeld is Italië in de zestiende eeuw. Er was de trotse Italiaanse stadstaten toen alles aan gelegen om hun autonomie, prestige en macht te vrijwaren, zeker met de islamieten die in het Oosten op de loer lagen. De strijdlust in de stadstaten laaide hoog op en toch gingen ook hun leiders op zoek naar steun bij de naburige grootmachten. Typerend was de houding van de patriottische dichter Francesco Petrarca. Eerst stak hij een lofzang af op Cola di Rienzo, een van de eerste Italiaanse nationalisten, daarna keerde hij zich tot de paus en vervolgens tot de Oostenrijkse keizer, de machtigste Europese leider in die tijd. Ludovico Maria Sforza van Milaan, de meest ambitieuze Italiaanse leider, vroeg om hulp van de Franse koning Lodewijk XII die pas opnieuw eenheid in zijn gigantische land had gebracht. Lodewijk greep de kans om Italië onder de voet te lopen. De fiere Italianen waren wanhopig. In plaats van hun rol als zelfstandige spelers te handhaven, werden ze de speelbal van Frankrijk en de Oostenrijkers. Sommige stadstaten, zoals Pisa, omarmden de aartsrivaal van die tijd, de islamitische Ottomanen, als bondgenoot. Het zou tot 1866, eeuwen later, duren alvorens de Fransen en de Oostenrijkers definitief uit Italië verdreven werden. En zo zijn er tal van andere voorbeelden: de houding van de Griekse stadstaten tegenover Alexander de Grote, het Balkannationalisme, enzovoort. De conclusie is duidelijk: als kleine landen, inclusief Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, zich willen handhaven in een wereld van grootmachtenrivaliteit, dan moeten ze vooral inzetten op hun eigen kracht en één front vormen. Zwakke staten die sterke staten aanbidden, eindigen meestal als onderworpenen of kanonnenvoer. Laat Wilders en consorten dus vooral hun geschiedenis beter leren alvorens zij zich onbesuisd in de armen van Trump of Poetin werpen. Om het in de stijl van Wilders te houden: je heil zoeken bij de grote jongens is voor lafaards. Je samenleving groot maken, dat is écht leiderschap. Jonathan Holslag (°1981) is professor internationale betrekkingen aan de VUB. Als kleine landen zich willen handhaven in een wereld van grootmachtenrivaliteit, dan moeten ze vooral inzetten op hun eigen kracht en één front vormen.