Damiaan De Schrijver speelt met Bert Haelvoet Que Sera Sera bij Tg Stan. Inspiratie vond hij bij François Truffauts boek Le cinéma selon Hitchcock.
...

Damiaan De Schrijver speelt met Bert Haelvoet Que Sera Sera bij Tg Stan. Inspiratie vond hij bij François Truffauts boek Le cinéma selon Hitchcock. Oorspronkelijk heette het stuk Hitchcock/Truffaut. Waarom werd het Que Sera Sera? Damiaan De Schrijver: Omdat dat mooi klinkt. Het stuk heet voluit Que Sera Sera / Hitchcock Truffaut Godard Cavett / Pour qui pour quoi. Zangeres Doris Day - bekend van de hit Que Sera Sera - speelde de hoofdrol in Hitchcocks The Man Who Knew Too Much (1956). Day speelde Josephine McKenna, een vrouw die met haar gezin op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was. Ze waren getuige van een moord. Daarop werd hun zoontje ontvoerd. In een scène zingt ze Que Sera Sera op een plek waarvan ze denkt dat haar zoontje er gevangen gehouden wordt. Het zoontje fluit mee en wordt zo gevonden. Hitchcock dacht zijn films minutieus uit. Vandaar Hitchcocks uitspraak: 'Mijn film is klaar als ik begin met draaien.' Hier spreekt een ware cinefiel. De Schrijver: Zeker niet. Het idee voor dit stuk ontstond toen Guido Henderickx - de intussen 77-jarige regisseur van onder meer Moeder, waarom leven wij? (1993) en Koning van de wereld (2006), die dringend een retrospectieve moet krijgen van VRT - me vertelde dat Truffauts Le cinéma selon Hitchcock (1966) zijn 'filmbijbel' is. Henderickx vertelde dat ook aan Bert Haelvoet en leende hem het boek. Bert leende het boek aan mij. We besloten toen om het, met Matthias de Koning als coach, te ensceneren én er tegenwicht aan te geven. Want Truffaut ligt als een fanboy aan de voeten van zijn meester. Hij bekeek alle Hitchockfilms zes keer. Terwijl Hitchcock The Birds (1963) afwerkte, stelde Truffaut hem vijfhonderd vragen over het filmvak. Op de persfoto's draagt u een pak dat van Hitchcock had kunnen zijn. De Schrijver: Ik speel Hitchcock. Ongeschoren! (bulderlach) Bert speelt Truffaut plus Jean-Luc Godard én Dick Cavett. Zo geven we dus tegenwicht aan alle oneliners die Hitchcock orakelt. Cavett had Hitchcock in 1972 te gast in zijn The Dick Cavett Show. Daar lichtte hij zijn werk droogkomisch toe. Bert en ik bekeken de show én de films van Godard, die veel minder stringent te werk ging. Passeren er ook muzen? Zoals Anna Karina, Godards muze? De Schrijver: Nee. Enkel Bert en ik staan op het podium. Met een stuk karton waarop we filmfragmenten projecteren. We openen met een verwijzing naar Hitchcocks Rope (1948) en tonen een video van de Amerikaanse filmstudente Emma Hampsten. Zij monteerde kussende, stervende en lijdende vrouwen uit Hitchcocks films. Zijn vrouwbeeld was op z'n zachtst gezegd gedateerd. Wij ontmaskeren hem niet, dat laten we aan het publiek over. We schetsen bovenal een komisch portret. Zijn uitspraken tonen dat machtsverhoudingen bepalen hoe we met elkaar omgaan. Daar spelen we mee. Slotvraag: zakt uw tegenspeler, net als Truffaut, ook door het ijs? De Schrijver: (grijnst) Enkel figuurlijk. Maar Truffaut overkwam het echt! In de winter van 1955 zakte hij door het ijs van een vijver vlak voor zijn eerste interview met Hitchcock. Sindsdien kon Hitchcock geen whisky on the rocks drinken zonder aan Truffaut te denken. Bert neemt een glas whisky tijdens de openingsscène. Zonder ijs. IJsblokjes op het toneel vergen een café naast het podium. Of u gebruikt glazen 'ijsblokjes'. De Schrijver: Ik héb zulke blokjes! Oké. We gaan in première met een glas whisky waarin glazen ijsblokjes dobberen. Dacht u ooit aan een carrière als rekwisiteur?