De kennis van genen en mogelijke toepassingen ervan (gentechnologie) neemt explosief toe. Er worden aan de lopende band nieuwe genen ontdekt, en de middelen om in te grijpen op de genetische samenstelling van lichamen verfijnen.
...

De kennis van genen en mogelijke toepassingen ervan (gentechnologie) neemt explosief toe. Er worden aan de lopende band nieuwe genen ontdekt, en de middelen om in te grijpen op de genetische samenstelling van lichamen verfijnen. Die inspanningen worden verkocht als het streven naar een nieuwe vorm van geneeskunde, waarbij de mens de fouten die de natuur introduceert, corrigeert. Voorlopig is de kennis beperkt. De efficiëntste manier van genetisch ingrijpen is het zoeken naar fouten in embryo's en het aborteren - of in het geval van in-vitrofertilisatie (ivf) het niet terugplaatsen - van lichaampjes met een fout. In de praktijk impliceert dat meestal dat embryo's verwijderd worden omdat ze met een zware handicap zitten. Mongolisme is het klassieke voorbeeld, maar een groeiend aantal genetische aandoeningen wordt op die manier onder controle gehouden. Veel koppels willen, als ze kunnen kiezen, geen gehandicapt kind. Een aanpak die op kritiek stuit, onder meer van gehandicapten of hun ouders die vinden dat ze gestigmatiseerd worden, dat het leven met een handicap zinvol kan zijn. Het was onvermijdelijk dat er een situatie zou ontstaan, die de ethische grenzen van het genetisch testen aftast. Sommige dove mensen gaan de mogelijkheid na van genetische ingrepen die garanderen dat ze een doof kind krijgen. Met als basisstelling dat ze beter met een niet-horend kind kunnen communiceren dan met een ander. Een zwaar ethisch dilemma. Want weigeren op die vraag in te gaan, kan als een vorm van discriminatie worden beschouwd. Zeker omdat 'gezonde' koppels gemakkelijk zouden kunnen beslissen om een doof kind niet te willen. Doofheid wordt veroorzaakt door een reeks genen, waarvan een aantal goed bekend is en opgespoord kan worden. Een van de stappen die een doof koppel zou kunnen doen om een doof kind te krijgen, is het aborteren van een niet-dove foetus na een genetische test. Waarmee dus een naar ónze normen kerngezond kind zou worden weggehaald. Een enquête onder bijna drieduizend genetici wees uit dat in een aantal landen (zoals de Verenigde Staten en Italië) een derde bereid zou zijn een doof paar zo'n test te laten ondergaan. In de praktijk zou het voor een vastberaden doof koppel niet eens zo moeilijk zijn om een horend kind te laten aborteren. Het zou volstaan om de test op de ene plaats, en de abortus ergens anders te laten uitvoeren, zonder over de ware motieven te praten. Dirk DraulansEen doof koppel zou kunnen overwegen een niet-dove foetus te aborteren.