Jeremy Rifkin is de auteur van 'The European Dream: How Europe's Vision of the Future is Quietly Eclipsing the American Dream' (Polity Press, augustus 2004).
...

Jeremy Rifkin is de auteur van 'The European Dream: How Europe's Vision of the Future is Quietly Eclipsing the American Dream' (Polity Press, augustus 2004).Het past in het Europese politieke debat om zich te hoeden voor eerste indrukken. Toch is het zeker dat de Fransen en de Nederlanders de Europese grondwet een klap hebben toegediend en dat ze daarmee twijfel hebben gezaaid over de toekomst van de Europese Droom. Maar de referendums in Frankrijk en Nederland waren ingewikkelde operaties, zoals dat in de Europese politiek meestal het geval is. Extreem-rechts speelde met succes in op het nationalistische gevoel. Het slaagde er ook in om de antimigrantenstem te mobiliseren met het argument dat een verenigd Europa de poorten zou openzetten voor goedkope vreemde arbeidskrachten en een toevloed van moslimmigranten in de hand zou werken. Meer eurocentrisme zou ook een negatieve invloed hebben op de Franse en Nederlandse soevereiniteit en macht op het continent en in de wereld. Dat klinkt niet echt als een verrassing. In Frankrijk was vooral het stemgedrag van de socialisten interessant. De kans bestaat dat de Europese Droom daarmee in een nieuwe fase belandt, met grote gevolgen voor de toekomst van de Unie. Veel Franse socialisten zeiden dat ze 'nee' stemden, niet omdat ze minder Europa wilden - wel integendeel. Ze vrezen dat de grondwet te veel nadruk legt op het liberale, Angelsaksische model van de vrije markt en op die manier de visie ondermijnt van een coherent Europees sociaal model: dat steunt op de idee van strijd tegen uitsluiting en komt op voor culturele diversiteit, welvaart, duurzame ontwikkeling, vrede en mensenrechten. Ik ben het niet eens met de analyse die de socialistische dissidenten van de grondwet maken. De grondwet zal de werking van de interne markt zeker gemakkelijker maken, maar daarover waren alle Europese lidstaten - ook Frankrijk - het al eens bij de ondertekening van het Verdrag van Maastricht in 1992. Daartegenover maakt de grondwet er, zowel in zijn preambule als in de tekst zelf, geen geheim van dat de sociale markteconomie het hart en de ziel is van het Europese politieke experiment. Het Charter van de Fundamentele Rechten, dat in de grondwet is opgenomen, vormt een lofzang op de Europese Droom en op de principes waarop de sociale markteconomie is gestoeld. Maar er gebeurde vorige week nog iets, wat veel belangrijker is. De Franse en Nederlandse referendums betekenden het begin van een europeanisering van de politiek - aan keukentafels, in cafés, in bedrijven en kantoren, op straat. Vooral Frankrijk werd plotseling één groot klaslokaal waar over de toekomst van Europa werd gediscussieerd. Ik was daar, ik heb het gezien. De passie, de betrokkenheid, het engagement. Miljoenen Fransen die met elkaar het debat aangingen, over de grenzen van sociale klassen en generaties heen en van het kosmopolitische Parijs tot in de meest afgelegen landbouwstreken. Bijna vijftig jaar lang was de Europese Unie het exclusieve speelterrein van de Europese elite. Naar de mening van de publieke opinie werd zelden geïnformeerd. Met een bijna morbide paternalisme werd het hele continent bij de oefening betrokken om het eerste transnationale bestuursexperiment in de geschiedenis op te zetten. De Franse en de Nederlandse kiezers hebben zich meester gemaakt van de bal. Ze hebben daarmee van de Europese politiek een volkssport gemaakt. Ik betreur de uitslag van de referendums, maar ik moet toegeven dat de Fransen en de Nederlanders leven in de Europese politiek hebben geblazen. Niemand kan op dit moment voorspellen waar dat naartoe gaat. Tientallen miljoenen burgers die de grondwet lezen, paragrafen aanstrepen, over zinnen discussiëren. In Frankrijk bracht meer dan zeventig procent van het kiespubliek zijn stem uit: meer dan bij alle recente nationale verkiezingen. Er hing in het hele land elektriciteit in de lucht. De toekomst zal uitwijzen of vooral dat Franse enthousiasme de uiting was van een moment van politieke frustratie of van een ontluikend Europees politiek besef. Veel socialisten, vakbondsmensen en leiders uit het middenveld opperden voor 29 mei dat een nee-stem in heel Europa een debat op gang zou brengen over de beste manier om de sociale markteconomie te realiseren en een meer verenigd Europa tot stand te brengen. In het vooruitzicht van die dialoog overtuigden ze er miljoenen kiezers van om 'nee' te stemmen. Als het ze menens was, zou er nu een geanimeerd gesprek op gang moeten komen en een sociale mobilisering rond een verdieping van de Europese politieke agenda. Als de nee-stem alleen paste in een nationale politieke agenda en in de carrièreplanning van bepaalde politieke leiders, zal dat hele Europese debat snel naar de achtergrond verdwijnen. Mijn indruk is dat er voor de Franse en Nederlandse kiezers geen weg terug is - ook al was de oproep om 'nee' te stemmen door de persoonlijke agenda's van sommige politici of politieke groepen geïnspireerd. Waarom denk ik dat? De Fransen en de Nederlanders zijn met hun 'nee' in een politiek vacuüm terechtgekomen, dat ze zelf hebben veroorzaakt. Waar moeten ze nu naartoe? Geloven ze echt dat hun kinderen meer kans op voorspoed en geluk hebben als ze terugplooien op hun nationale grenzen? Of zouden ze toch meer kansen krijgen als ze meewerken aan het tot stand brengen van een expansief, open Europees continent met immense nieuwe mogelijkheden? Als veel Fransen en Nederlanders hun stem hebben laten bepalen door hun wens om de sociale markteconomie te bevorderen, moeten ze ook verder een sterk Europa doordrukken. Als ze daar niet in slagen, is niet de grondwet het echte slachtoffer van de referendums maar wel de toekomst van hun kinderen. Tot slot misschien dit: in de Verenigde Staten duurde het honderd jaar voor alle burgers en staten de grondwet volledig hadden geaccepteerd. Er was zelfs een bloedige burgeroorlog nodig voor iedereen zich uiteindelijk bij de tekst neerlegde. Geduld is een politieke deugd.