Dit zijn de gloriedagen van Jean-Pierre Leurquin. Vanuit zijn flat aan de Leopold II-laan in Brussel ziet hij de protserige KBC-tempel kreunen. Ook voor de Kredietbank Luxembourg (KBL/KB Lux) en moederholding de Almanij zijn het beroerde tijden. Ze hebben wellicht al honderden miljarden aan klantendeposito's en beurskapitalisatie verloren sinds Jean-Pierre Leurquin in maart 1994 zijn opération KB startte.
...

Dit zijn de gloriedagen van Jean-Pierre Leurquin. Vanuit zijn flat aan de Leopold II-laan in Brussel ziet hij de protserige KBC-tempel kreunen. Ook voor de Kredietbank Luxembourg (KBL/KB Lux) en moederholding de Almanij zijn het beroerde tijden. Ze hebben wellicht al honderden miljarden aan klantendeposito's en beurskapitalisatie verloren sinds Jean-Pierre Leurquin in maart 1994 zijn opération KB startte. In die tijd begon Leurquin te leuren met pakken KBL-documenten en microfiches. Die kreeg hij rechtstreeks of onrechtstreeks van enkele KBL-werknemers die de Luxemburgse bank voor zo'n 20 miljoen Duitse mark probeerden op te lichten - en die sindsdien in een ontslagprocedure met de bank verwikkeld waren. Twee van hen, onder wie Antonino 'Nino' Costa, hadden voordien echter KBL-documenten gestolen en gebruikten die als pressiemiddel om hun ontslagvergoedingen en de betalingsmodaliteiten ervan te verbeteren. In de daaropvolgende maanden geraakten de betrokken partijen het blijkbaar eens. In december 1994 dacht de KB Lux-top zelfs dat hij, door toedoen van een van de ontslagen werknemers, alle gestolen stukken gerecupereerd had. Dat was een nieuwe misrekening: Jean-Pierre Leurquin had bijna alle KBL-documenten van de twee ex-werknemers, al dan niet met hun medeweten, gefotokopieerd. Als blacklisted, zeg maar te mijden informant van de Gerechtelijke Politie in Brussel bezorgde Leurquin de documenten (op een juridisch aanvechtbare wijze) aan de Brusselse GPP: een stille wraak op de hiërarchie. Die stukken vormen immers sinds mei 1996 de basis van het ophefmakende onderzoek van rechter Jean-Claude Leys. Anderzijds probeerde Leurquin, al dan niet met medeweten van een of andere ontslagen KBL-werknemer en GPP-speurder, er vanaf april 1994 ook nog een cent aan te verdienen. De Bijzondere Belastinginspectie (BBI) was evenwel - net zomin als haar Franse, Nederlandse en andere buitenlandse collega's - niet (meteen?) geneigd te betalen voor de KBL-dossiers van hun respectieve belastingplichtigen. In juni 1994 probeert Leurquin in Parijs en Brussel bepaalde KBL-documenten aan de Franse industriereus Schneider te verkopen, om die groep in staat te stellen minstens één Belgische aandeelhouder van een dochtermaatschappij tot inschikkelijkheid te dwingen. Dat dacht althans Leurquin en hij hoopte daarvoor betaald te worden. Alweer tevergeefs. Zo is er de voorbije jaren verder met KBL-documenten en stukken uit Leys' gerechtsdossier geleurd en gegoocheld. Nu eens door Jean-Pierre Leurquin, dan weer door Antonino 'Nino' Costa en soms door beiden: al dan niet bijgestaan door derden. Want in dit spel kreeg ook de pers een rol toebedeeld. Wraak en chantage kunnen immers niet zonder mogelijkheden tot publicatie van de gevreesde inlichtingen.PRIMEURSOngeacht de authenticiteit van de (meeste) KBL-documenten, die door onderzoeksrechter Leys worden onderzocht en die door Leurquin, Costa en anderen in omloop worden gebracht, dient stilaan de vraag gesteld in welk spel gerecht en media optreden. Het is bekend dat Jean-Pierre Leurquin een grondige afkeer heeft van de Boerenbond, de Kredietbank, de Almanij en het Vlaams kapitaal in het algemeen. Een afkeer die hij deelt met enkele Brusselse speurders en onderzoeksmagistraten. Leurquin (61) is een geschorste veearts. Hij beschoot het huis van de toenmalige voorzitter van de Orde der Dierenartsen en werd in 1981 veroordeeld wegens bedreiging met wapens. Leurquin ging almaar meer drinken en konkelen. Een gedroomd tipgever en premiejager dus. Zo was hij wellicht de eerste die enkele hormonenboeren heeft verklikt. Hij verwijt het Brusselse parket nog steeds dat het de zaak liet aanmodderen: onder druk van de Boerenbond, beweert hij. Leurquin en consorten zien immers overal complotten, maar leven zelf van samenzweerderige bijeenkomsten, verdachtmakingen en intimidatie. Zo was het bericht in Het Laatste Nieuws omtrent de KB Lux-rekening van het ACV/CSC aanvankelijk niet voor woensdag 26 januari 2000 gepland maar voor vrijdag 28 januari: dan zou niet alleen José Masschelin de primeur hebben, maar ook Jean Nicolas als medewerker van La Dernière Heure en uitgever van zijn eigen Luxemburgse L'Investigateur. Dat is een pamflet dat evenals Nicolas' website meer zegt over de auteur dan over de sensatie die hij verkoopt. Ook voor hem is de wereld een stripverhaal vol zwarte zielen. Bij Le Journal du Mardi, een restant van de Witte Beweging, werd zelfs overwogen op vrijdag 28 januari een extra editie uit te geven. Dit op aansturen van Frederic Lavacherie, een andere zonderling die overal kinderverkrachters en liefst katholieke complotten of Opus Dei ziet. Want de Brusselse Gerechtelijke Politie heeft Leurquin niet (meer) in de hand. Costa en Leurquin hebben elkaar niet onder controle en hun respectieve spitsbroeders willen zich ook al eens met een paar KBL-documenten interessant maken. Al heeft Jean-Pierre Leurquin meestal zelf de hand in de lekken. Door de KBL-rekening van vetsmelter Lucien Verkest via José Masschelin in Het Laatste Nieuws van 24 september 1999 aan het licht te brengen, rekende Leurquin niet alleen publiekelijk af met een sector die hij rauw lust. Door zijn samenspel met de krant werd Leys' onderzoek meteen bijgestuurd. Door de onthulling van de ACV/CSC-KB Lux-rekening door dezelfde journalist in dezelfde krant trof Leurquin op 26 januari 2000 alweer het katholieke bolwerk. Twee keer zelfs. Eén keer in een zuil en nog eens een keer in de 'koepel'. Want uiteindelijk is de KBL weer een grote klant kwijt. CHANTAGECosta en zijn kompaan Yves Derauw, die tot 1987 bij de KBL werkte, zijn niet aan hun proefstuk toe. Zij moeten eerstdaags in het groothertogdom Luxemburg voor de correctionele rechtbank verschijnen omdat zij in 1995 reeds enkele Nederlandse klanten van de Kredietbank Luxembourg en van Den norske Bank (waarvoor Costa intussen in Luxemburg werkte) aan de Nederlandse fiscus verklikten met het oog op een premie. Geen verrassing dus dat ene Derauw in oktober 1998 met de top van het ACV/CSC belde en liet verstaan dat er betaald moest worden of dat - jawel - José Masschelin in Het Laatste Nieuws de ACV/CSC-rekening bij de KB Lux openbaar zou maken. Aan dezelfde journalist in dezelfde krant verklaarde Leurquin op 5 november 1998 op onheilspellende toon: 'Het Brusselse gerecht heeft lang niet alles ontvangen.' En verder mocht Leurquin meteen zijn versie geven van de overhandiging in 1994 van de KBL-documenten; een versie die hem en het Brussels gerecht goed uitkwam. Vooral omdat het Comité-P net begonnen was de rol van Leurquin en enkele GPP-speurders bij de inbeslagname(s) van de bewijzen tegen de KBL uit te spitten. Belangrijker is evenwel de vraag of Leurquin in november 1998 ook weet had van de afpersingspoging van Derauw en wellicht ook Costa, van wie de stem tijdens het tweede telefoongesprek met de ACV/CSC top op band werd opgenomen en tijdens de voorbije dagen geïdentificeerd zou zijn. Gezien de bevoorrechte relatie tussen Leurquin en het Brusselse gerecht zal ook het ware antwoord op deze vraag nooit bekend raken. IEDER VOOR ZICHIn De Standaard en de Financieel Economische Tijd ontkende Costa vorige week vrijdag dat hij de KBL-rekeningen van Verkest en het ACV/CSC gelekt heeft. Hij ontkent ook dat hij een van de personen is die het ACV/CSC in oktober 1998 probeerde af te persen. En zegt hij: 'Andere mensen proberen mij erin te luizen. De KB Lux heeft jarenlang zwijggeld betaald aan de ex-werknemers van de bank die documenten hadden gestolen. Zij hebben vorig jaar tegenover mij hun woord gebroken en ik laat het daar niet bij. Ik ben een Siciliaan.' Terwijl in Luxemburg sinds oktober vorig jaar een bijkomend gerechtelijk onderzoek werd ingesteld tegen Costa en de zijnen, rolde onderzoeksrechter Leys vorige week vrijdag in Brussel voor Costa zowaar de rode loper uit. Want op donderdag 27 januari kon het Brusselse gerecht beslag leggen op nieuwe (?) documenten - in een kelder onder de winkel die een vroegere KBL-collega in Virton van Costa huurt. Bovendien zijn er nu ook Costa's aantijgingen in verband met het reilen en zeilen van de KBL-top. Nino Costa had begin van de jaren negentig binnen de KBL niet alleen zicht op alle bedragen en transacties die hij als boekhouder in de jaarrekeningen opnam. Hij werd er naar verluidt ook wel eens bij geroepen wanneer klanten constructies lieten bedenken die hun anonimiteit moesten garanderen. Geen wonder dus dat Costa, net als zijn drie ex-collega's uiteindelijk toch een in de tijd gespreide opzeggingsvergoeding uit de brand sleepte: van 1994 tot 1998. Dat zij in ruil daarvoor de gestolen KBL-documenten moesten inleveren en de inhoud ervan verzwijgen, lijkt nogal logisch. Vandaar dat de KBL-top eind december 1994 gerust dacht te kunnen zijn: blijkbaar waren alle gestolen documenten gerecupereerd. Hoe groot die illusie was, wordt met de dag duidelijker. Temeer omdat de aanvankelijke verstandhouding tussen de vier ontslagen KBL-werknemers sinds kort zoek is, en dat leidt zelfs tot nieuwe afrekeningen en dreigementen. Getuige daarvan de dreigbrieven van Costa aan de KBC/KBL-top; zijn verklaringen omtrent het zogeheten zwijggeld dat de KBL hem sinds 1994 zou betalen; de in dit opzicht ontgoochelende huiszoeking bij zijn vroegere collega in Virton en alle georchestreerde mediaheisa daaromtrent. Terwijl Leurquin en enkele journalisten zich zonder meer verder amuseren met het KBL-klantenbestand zoals het tot begin 1994 in elkaar zat. En Costa wellicht simpelweg meer geld van de KBL wil dan zijn intussen uitbetaalde ontslagvergoeding heeft opgeleverd.Frank De Moor