Philippe Busquin staat voor de weinig benijdenswaardige opdracht om de Parti Socialiste naar de megaverkiezingen van juni 1999 te leiden. In september al begint voor het Hof van Cassatie het Agusta- en Dassault-proces, waarop zijn voorganger Guy Spitaels en andere PS'ers zich moeten verantwoorden. Als aanzet van een kiescampagne kan dat tellen. En de Agusta- en Dassault-affaire vormen maar een van de dossiers waarover Busquin tegenover zijn kiezers uitleg verschuldigd is.
...

Philippe Busquin staat voor de weinig benijdenswaardige opdracht om de Parti Socialiste naar de megaverkiezingen van juni 1999 te leiden. In september al begint voor het Hof van Cassatie het Agusta- en Dassault-proces, waarop zijn voorganger Guy Spitaels en andere PS'ers zich moeten verantwoorden. Als aanzet van een kiescampagne kan dat tellen. En de Agusta- en Dassault-affaire vormen maar een van de dossiers waarover Busquin tegenover zijn kiezers uitleg verschuldigd is. De PS maakt nu al tien jaar deel uit van de meerderheid. Er is ondertussen veel gebeurd: van de staatshervormingen en het Globaal Plan tot de affaires. De indruk bestaat dat de PS, vooral de jongste jaren, de politieke gebeurtenissen heeft ondergaan.PHILIPPE BUSQUIN: De afgelopen tien jaar heeft de PS vooral aangetoond dat ze kan beheren. Daarmee bedoel ik: écht beheren. Niet zoals de rooms-blauwe coalitie van 1981 tot 1988 deed. Ik ben niet te beroerd om dat toe te geven: het waren André Cools en Guy Spitaels die vonden dat het tijd werd dat de socialisten hun verantwoordelijkheid opnamen. Het federalisme maakte die mentaliteitswijziging mogelijk. De socialistische beweging - zowel de Waalse als de Brusselse, maar vooral de Waalse - bleef steken bij een anti-staatse opstelling, zolang ze binnen de unitaire Belgische staat opereerde. Bij elke keuze voor of tegen regeringsdeelneming stemden de grote Waalse federaties, Luik en Charleroi, tegen. Het waren telkens de Vlaamse en soms de Brusselse socialisten, die bij een regeringsvorming de zaak konden doordrijven. Daarom vormde Cools destijds teams met mensen die de mouwen wilden opstropen. Zo kwam hij mij halen in de streek van Charleroi, waar ik niet eens de eerste, laat staan de meest bekende PS'er was. Voordien namen de socialisten louter gemeentelijke verantwoordelijkheid op. Wat we niet konden bekomen, was dan de fout van de centrale overheid. Met het federalisme werden we de eerste politieke macht in Wallonië, en konden we niet blijven volhouden dat het niet aan ons was om de staatszaken te beheren. Vanaf 1981 hamerde Cools daarop, en na hem trok Spitaels die houding door. Maar een deel van de achterban blijft het er moeilijk mee hebben. Van 1981 tot '88 maakten we mee dat de syndicale beweging zich niet kon verzetten tegen de devaluatie en tegen de indexsprongen die de rooms-blauwe meerderheid doorvoerde. In 1988 keerden we terug in de regering vanuit de bereidheid om onze verantwoordelijkheid op te nemen. Als minister van Sociale Zekerheid was mijn stelregel: solidair en verantwoordelijk - want verantwoordelijk voor de uitgaven en het beheer. Wij hebben de afgelopen jaren aangetoond dat we geen slechte beheerders zijn. We hadden het nochtans niet onder de markt. Er was de mondialisering, de nieuwe technologieën. Je kan doen zoals de liberalen: de economie bepaalt alles, de politiek kan slechts hier en daar juridisch technische bijstand verlenen. Een tweede mogelijkheid bestaat erin elke verandering af te wijzen en zich terug te trekken in het nationalisme, in het eigen gelijk. Je vindt dat terug in het 'neen aan Maastricht' van bijvoorbeeld de Italiaanse communisten. Wij kozen voor de derde weg. Wij willen de veranderingen begeleiden, mee beheren, en daarbij de socialistische waarden inpassen. Want wie zich niet aanpast, wordt weggeveegd.Toch heeft de PS eerst een retour du coeur willen doorvoeren.BUSQUIN: De retour du coeur was nodig om duidelijk de breuk met de rooms-blauwe politiek aan te geven. Die meerderheid was er niet in geslaagd de uitgaven te milderen. In 1988 zaten we met een netto te financieren saldo van 7 procent, en met tal van lijken in de kast. Op Sociale Zaken hebben we zo'n 70 miljard frank aan leningen ontdekt - er is daar wat 'afgedebudgetteerd'. Daarbovenop kwamen de devaluatie en drie indexsprongen, waardoor de koopkracht met 13 procent was teruggeschroefd. Voor de renteniers daarentegen was de rendabiliteit buitengewoon gestegen, onder meer met de beursmaatregelen van Willy De Clercq (VLD). Sommigen zullen u nu hetzelfde verwijt maken.BUSQUIN: Er is toch een verschil. De christen-democraten en de liberalen hebben alles gedaan om het kapitaal aan te moedigen - vandaar de noodzaak om de kleine pensioenen op te krikken en de sociale zekerheid te saneren. Wij hebben ook het echte federalisme gerealiseerd. De staatshervorming van 1993-94 is het model dat wij, samen met de CVP, voorstonden. De effecten van dit alles zijn voelbaar. België maakt deel uit van de Europese eenheidsmunt. Economisch staan we er goed voor. De enige zwarte vlek op onze balans is de werkloosheid in Wallonië, die we maar niet kunnen terugdringen. Om op uw openingsvraag terug te komen: wat hebben we dan moeten ondergaan? Omdat we ons nooit willen afsnijden van een deel van onze syndicale achterban, die moeite heeft met sommige veranderingen, heeft men soms de indruk dat we de privatiseringen van Belgacom en ASLK hebben moeten ondergaan. Maar we hebben dat aanvaard. Bedrijven als Belgacom moesten concurrentiëler worden omdat ze hun monopolie niet konden handhaven: Europa laat dat niet toe. Door onze contacten met socialisten in andere Europese landen wisten we dat we daar niet aan konden ontsnappen. Maar we zijn wel op onze strepen blijven staan voor de sociale begeleiding van die ingrepen.Bestonden daarover meningsverschillen met de Vlaamse socialisten?BUSQUIN: Niet zozeer daarover. De SP geniet het voordeel dat ze in Vlaanderen niet wordt beschouwd als de partij die de beslissingen neemt. De SP is in Vlaanderen niet de sterkste. De PS daarentegen heeft in vele Waalse gemeenten een meerderheid van meer dan 50 procent. Waardoor de indruk ontstaat dat wij over alles en nog wat kunnen bedisselen. Ik ondervind nogal wat moeite om uit te leggen dat we vooral meerderheden van meer dan 50 procent hebben in de industriële bekkens, waar de mutaties en dus de problemen het grootst zijn. In de Waalse regio daarentegen staan we op 37 procent, in de Franse Gemeenschap vallen we al terug op 30 procent, in het hele land heeft de PS een aandeel van amper 13 procent. Als we er dus in slagen aan al die mutaties niet alleen een economische, maar ook een sociale dimensie te geven, dan hebben we ons toch nog niet zo slecht verdedigd. Maar ik kan me wel inbeelden dat sommige van onze aanhangers wat ongelukkig zijn. De Vlamingen hebben altijd de indruk dat de PS op de rem gaat staan. Dat doen we inderdaad als er aan het mechanisme van de sociale zekerheid wordt geraakt. Omdat voor ons de solidariteit onaangetast moet blijven. Maar neem nu het probleem van de ambtenarenpensioenen...Waar u volgens sommigen met twee voeten op de rem stond.BUSQUIN: Die bewering klopt van geen kanten. Wij waren in 1992 al bereid om die discussie aan te vatten. Maar de Vlaamse partijen wilden toen niet. Niet de PS, maar Johan Van Hecke en de CVP weigerden om de hervorming van de overheidspensioenen op de agenda te plaatsen, bang als ze waren voor het electoraal sterk opzettende Waardig Ouder Worden (WOW). De PS heeft wel op de rem gestaan voor de index, die we als solidariteitsmechanisme - ook al hebben we de gezondheidsindex aanvaard - in stand wilden houden. Toegegeven: we hebben ook nooit aangestuurd op een breuk met de syndicale beweging. Er is daar een zekere afstand gegroeid, maar de bonden blijven belangrijke gesprekspartners.Het verlies aan slagkracht van de bonden, niet alleen in België maar in heel Europa, heeft u wel toegelaten bepaalde bochten sneller en gemakkelijker te nemen.BUSQUIN: Het Europese probleem van de vakbonden is dat er, gelet op de omvang van de problemen, nieuwe structuren moeten worden gevonden. De vereniging van de verschillende bonden op Europees niveau bestaat in theorie, maar verloopt in werkelijkheid heel langzaam. Bovendien heeft het syndicalisme in Europa tal van gezichten. Wij hebben in België nog de hoogste graad van syndicalisering. De Europese socialistische beweging begint zich te organiseren. De PS is daar nadrukkelijk aanwezig. Ik laat me daar als ondervoorzitter nogal in met de fiscale gelijkschakeling - we organiseren daarover in november een colloquium, samen met de SP. Alleen door zo'n harmonisering blijft de Europese eenmaking overeind.U was destijds verbolgen over de uitspraak van gewezen PSC-voorzitter Gérard Deprez die de schuld voor de Waalse neergang volledig bij de PS legde. Hoe groot is de verantwoordelijkheid van de PS?BUSQUIN: Ik ben daarvoor nóg altijd boos op Deprez. Niet alleen was die bewering weinig elegant, bovendien lag Deprez aan de basis van de rooms-rode coalitie die in 1988 werd gevormd tégen de liberale PRL. Samenhangend kun je zijn houding dus niet noemen. Hij vergeet ook dat hij met de PSC een tijdlang in de federale regering zat zónder de PS. Sinds de totstandkoming van een Waalse regering maakte de PSC altijd deel uit van de meederheid. De Waalse moeilijkheden hebben te maken met de hoge industrialisering van de regio. Na de laatste wereldoorlog waren het nog altijd de Waalse bekkens die de nationale economie aanzwengelden. Ik kom uit zo'n industrieel gebied. Mijn vader was er ingenieur. Alleen de industrie - met aan het hoofd de Generale Maatschappij - heeft van alles en nog wat geprofiteerd, maar heeft geen nieuwe investeringen gedaan in Wallonië. Omdat de Waalse arbeiders al te strijdvaardig waren? Mogelijk.Is het niet zo dat de grote stakingen van 1960-'61 - nog altijd gevierd als een van de grote wapenfeiten van het Waalse syndicalisme - de Belgische industrie de schrik van haar leven hebben bezorgd?BUSQUIN: Dat klopt. Van dan af aan zie je dat de modernisering en expansie van de Belgische economie - onder meer onder leiding van de Vlaamse socialist Antoon Spinoy - zich afspeelt in Vlaanderen. De autoconstructeurs kwamen niet naar Wallonië, maar trokken naar Antwerpen en Genk. Dat had ook van doen met de beschikbare ruimte - de inplanting van een industriezone in Genk was nogal wat gemakkelijker dan één in Bastenaken. En er was de formidabele ontwikkeling van Antwerpen. De zaak kantelde in de jaren zestig, na de grote stakingen, toen het Belgische, veelal francofone patronaat weigerde om nog langer in Wallonië te investeren. Wie is dan begonnen met pogingen om de plaats van het patronaat op te vullen? De overheid, de gemeenten zelf via hun intercommunales. De socialisten, die in veel van die gemeenten over de meerderheid beschikten, hebben dus in de mate van het mogelijke gepoogd de brutale economische mutatie te begeleiden. Let wel, Wallonië is niet de enige regio die verkommerde. In heel Europa, in Noord-Frankrijk bijvoorbeeld, zag je de oude industriële gebieden wegkwijnen en industriële machten wegtrekken. Met alle ecologische littekens van dien. Hoe kan Deprez dan vertellen dat de socialisten hiervoor verantwoordelijk zijn? Nu, ik beken: episoden als die van Clabecq hebben het Waalse imago geen goed gedaan.Heeft u daarom eind 1997 in Wallonië de staat van oorlog uitgeroepen?BUSQUIN: In 1997 had voorzitter Karel Vink van het Vlaams Economisch Verbond gezegd dat, als de Walen niet wilden bewegen, de Vlamingen dan maar zelf onderlinge sociale akkoorden moesten afsluiten. Naderhand heb ik Vink ontmoet en heb ik beter kunnen nagaan waarom Wallonië in Vlaanderen zo'n negatief imago heeft. Op één punt geef ik de Vlamingen alvast gelijk: de Waalse economie moet zo snel mogelijk uit het moeras. Want de kloof tussen Wallonië en Vlaanderen betekent voor beide een handicap. Vlaanderen heeft er geen enkel belang bij dat het naburige Wallonië op de dool blijft, want die regio is haar eerste afzetgebied. Als Wallonië geen enkele bereidheid toont om zelf de economische heropleving te organiseren, kan ik begrijpen dat de Vlamingen oordelen dat de solidariteit grenzen heeft. Omdat het geen zin heeft om, zoals Gérard Deprez, de schuld op anderen, in dit geval de PS, te steken, heb ik gezegd dat Wallonië in een oorlogseconomie leefde, en dat we dus gezamenlijk aan onze ontwikkeling moesten werken. Vandaar mijn operatie La Wallonie en projets, waarbij ik zes maanden lang alle patroons, vakbonden, ambtenaren en politici heb afgelopen. Het is een race tegen het uurwerk. Binnen de komende twee, drie jaar moet Wallonië haar aandeel in het bruto binnenlands product (BBP) opkrikken. Vandaar de noodzaak om met zijn allen in dezelfde richting te roeien. En ik heb de indruk dat mijn oproep niet onbeantwoord is gebleven. De tegenstellingen tussen arbeiders, patroons, overheid - die in Wallonië bijzonder sterk waren - lijken af te nemen. Er is opnieuw een bereidheid om samen te werken; wellicht uit angst voor wat een verenigd Europa zal brengen, maar vooral uit angst voor de separatistische neigingen in het noorden van het land.Werd uw oproep ook niet ingegeven door de uiterst gevaarlijke wending van de gebeurtenissen in Clabecq? De sociale onrust begon zich daar te enten op de witte beweging.BUSQUIN: Vóór Clabecq hadden al een aantal economische dossiers voor grote moeilijkheden gezorgd: Caterpillar, Sonaca, FN, Boël en dan Clabecq. Die dossiers, met daarbovenop de ontwrichting die de Dutroux-zaak teweegbracht, en alle emoties die daaruit waren ontstaan, veroorzaakten een ontzettende destabilisering. De emotie die het spaghetti-arrest losmaakte, zal me altijd bijblijven. Ik herinner me nog die ochtend op het gemeentehuis in Seneffe. Arbeiders hadden spontaan hun werk verlaten en stapten op het gemeentehuis af. Ze hadden het niet op mij gemunt, maar op justitie. Zo'n emotie en de economische neergang is een gevaarlijke mix, vooral door de manier waarop Roberto D'Orazio syndicale en politieke strijd door elkaar haspelde. Een ander moeilijk moment deed zich tegelijk binnen de Franse Gemeenschap voor met de hervormingen van het onderwijs. Dat probleem is van een heel andere aard in het Franstalige landsgedeelte. Bij ons zijn de twee netten even sterk. In Vlaanderen heeft het vrij onderwijs 85 procent en het gemeenschapsonderwijs slechts 15 procent van het hele net in handen. Bij ons is het de PSC die niet wil bewegen.Omdat de ideologische kloof groter is dan in Vlaanderen?BUSQUIN: De kloof is niet groter, maar de structuren, de netten zijn sterker. De overheidsinstellingen zijn in Wallonië veel sterker, even sterk als de vrije instellingen; met heel wat overlappingen en dus een ongelooflijke meerkost als gevolg. Hier komt de weerstand tegen de hervormingen vooral uit het katholieke kamp, dat bang is om in een minderheidspositie te belanden. De Franse Gemeenschap moest hoe dan ook besparen. Op een gegeven moment konden we de leerkrachten niet meer betalen. We hebben allerlei trucs moeten uithalen om ze alsnog uit te betalen. Die toestand is nu uitgeklaard, ten koste van een drieduizendtal leerkrachten. Maar de socialisten, in dit geval aangevoerd door minister-president Laurette Onkelinx, hebben ook die verantwoordelijkheid genomen. Ondanks de stakingen, ondanks de woelige 1-meivieringen. Ik weet nu wat het betekent rotte tomaten naar het hoofd te krijgen. Toch kunnen we onze kiezers nog altijd in de ogen kijken.Door de agitatie in het onderwijs lijkt u nogal ontgoocheld over Ecolo.BUSQUIN: Politiek en filosofisch sta ik nogal dicht bij Ecolo. Ik heb met hen geen fundamentele meningsverschillen. In andere Europese landen, vooral in het noorden, vertegenwoordigen de socialisten veelal de ecologische tendens. Maar Ecolo is van strategie veranderd, want voelt zich gefrustreerd door de jongste staatshervorming. Ze hebben daar oprecht aan meegewerkt, maar begingen de fout daaraan het systeem van ecotaksen te willen koppelen - een systeem dat slecht was voorbereid, onvoldoende bestudeerd. Ze hebben daar met een van hun symbolen gespeeld en dat pakte verkeerd uit. Van dan af aan hebben ze gekozen voor een andere strategie, die erin bestaat de publieke opinie te volgen in alles wat negatief is.Het is ze bij Ecolo wellicht niet ontgaan dat hun naaste electorale concurrent, de PS, zwaar is aangeschoten, onder meer door de affaires.BUSQUIN: Met die strategie hebben ze de PS als schietschijf genomen. Het fenomeen is gekend. Door ons kiessysteem moeten de partijen, die het dichtst bij elkaar staan, elkaar ook het felst bekampen, in de hoop elkaars electoraat af te snoepen. Het ligt voor de hand dat Ecolo veeleer PS'ers dan PRL-kiezers kan winnen. Dat gold destijds ook voor de communisten die hun pijlen vooral op de socialisten richtten. De communisten deden dat tenminste met open vizier. Ze gebruikten daartoe nooit middelen, die ze bij extreem rechts aanwendden. Bij Ecolo daarentegen komen enkelen gevaarlijk dicht in de buurt van dit soort praktijken. U hebt destijds geprobeerd om de dialoog aan te knopen met Ecolo. Finaal eindigt u bij de liberale, zeg maar kleinburgerlijke PRL van Louis Michel. Dat is toch een verrassend parcours?BUSQUIN: Ik had gehoopt een grote progressieve centrum-linkse beweging op de sporen te krijgen. Wat elders in Europa mogelijk bleek, moest hier ook lukken. Vanaf 1995 heb ik meermaals mijn voorstellen gelanceerd. Maar zowel vanuit de linkervleugel van de PSC als vanuit Ecolo werd afwijzend gereageerd. Daarmee was mijn initiatief meteen begraven. Intussen was de toestand ook wat gewijzigd. In de peilingen stegen PRL en Ecolo, de PS verloor wat, de PSC liep zelfs sterk terug. Op basis van de peilingen lijkt de voorzetting met de PSC bijzonder problematisch te worden. Een sterke meerderheid met de PRL daarentegen behoort intussen wel tot de mogelijkheden - in Brussel regeren we al met de liberalen.Heeft de PS nu al een akkoord met de PRL of niet?BUSQUIN: Er is geen akkoord. Door mijn gesprekken met Louis Michel heb ik het fatum willen doorbreken. Het kan toch niet blijven duren dat de PSC telkens haar Waalse partner kiest en aan de macht blijft. Alleen in Brussel kan ze dat niet, daar zwaait de PRL de plak. In Wallonië en ook op federaal niveau zullen de christen-democraten niet langer uitmaken met wie ze willen regeren. Door de gesprekken met Louis Michel werd aangetoond dat ik net als de christen-democraten met de liberalen kon gaan praten. Want vergeet niet dat ze bij de PSC een jaar geleden op het punt stonden de PS te dumpen in ruil voor de liberalen. Ik ben misschien een te minzaam man, maar ik heb wel een goed geheugen.In een coalitie met de PRL krijgt u er willens nillens het FDF bij. Hoe moet dat in de gesprekken met de Vlaamse partijen?BUSQUIN: Dat lijkt me veeleer een probleem voor meneer Michel. Tot u die samenwerking met PRL en FDF moet gaan voorleggen aan de SP-collega's.BUSQUIN: Er zijn daarover geen spanningen met de SP. Al zijn we het niet over alles eens - bijvoorbeeld, over het optreden van Vlaams minister Leo Peeters (SP) in de faciliteitengemeenten. Onlangs nog heb ik Johan Vande Lanotte naar het PS-bureau gehaald om onze communalisten wegwijs te maken in de politiehervormingen. Sociaal en economisch hebben we geen problemen met de SP. Hoe ze, eens ze aan een onderhandelingstafel met de Vlamingen zitten, het FDF-probleem aanpakken, dat is een kwestie die ze bij de PRL zelf moeten oplossen. Trouwens, in volle Brusselse strijd gingen FDF en VU toch ook samen onderhandelen over de verregaande hervorming van gerecht en politie. Waarmee is aangetoond dat de Belgen in belangrijke kwesties boven hun ideologische en communautaire geschillen kunnen uitstijgen. Communautaire gesprekken aanknopen met de Vlamingen betekent dat er hoe dan ook een compromis moet worden uitgewerkt. Bij de PS weten we wat zoiets betekent. We hebben dat meegemaakt, in 1988, met José Happart... Het Happart-probleem van de PS wordt mogelijk opgelost door het stemrecht voor Europeanen. Bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen stemmen de Nederlanders in Voeren Happart naar de oppositie.BUSQUIN: U onderschat de Action Fouronnaise. Er zijn nu al Nederlanders bereid gevonden om op de lijst van de Action Fouronnaise te staan. Meneer Happart heeft nu eenmaal een uitgesproken Europees imago. U gaat zelfs samen met hem de Europese lijst aanvoeren?BUSQUIN: Dat is weer wat anders. Zover zijn we nog niet. Voor 1999 wordt in elk geval de grote communautaire confrontatie aangekondigd. U loopt daar niet warm voor?BUSQUIN: Wij zijn geen vragende partij. Er moet altijd een en ander worden geregeld. In 1995 waren we het er in de coalitie over eens om voorrang te geven aan de sociaal-economische problemen. Er is geen enkele aanleiding om in 1999 een nieuwe grondwetsherziening door te voeren. Dat zou op een uiterst slecht moment vallen. Wij weten nog altijd niet hoe het voort met Europa loopt. De effecten van het eenmakingsmechanisme moeten nog zichtbaar worden. Dankzij Europa zien onze economische parameters er vrij behoorlijk uit. Wat het deficit betreft, zitten we in 1998 al op het objectief van 1999. De inflatie is laag, de uitvoer draait goed. Alleen de werkloosheid in Wallonië blijft een probleem. Gaan wij ons wagen aan een nieuwe communautaire ronde, op een moment dat we nog altijd niet weten wat de sociale en economische nevenwerkingen van de euro zullen zijn? U weigert een gesprek over een eventuele splitsing van de sociale zekerheid omdat u wilt wachten op de totstandkoming van een Europees systeem. Maar van die kant beweegt er niet veel.BUSQUIN: Eens de euro in voege is, zal alles veel sneller bewegen. Om te beginnen de fiscale gelijkschakeling, en de alternatieve financiering van de sociale zekerheid. De gelijkschakeling op 20 procent van de roerende voorheffing is geen taboe meer. Op een vorige bijeenkomst van de Europese socialisten in Malmö was het gebruik van het woord fiscus of fiscaal in het eindcommuniqué taboe. Uiteindelijk werd op mijn aandringen alsnog het woordje milieutaks ingelast. Een jaar later hadden alle afgevaardigden de mond vol over fiscale gelijkschakeling, over alternatieve financiering, CO²-taks en dergelijke. Intussen heeft het Oostenrijkse voorzitterschap de fiscaliteit zelfs op de Europese agenda geplaatst. De Duitse verkiezingen zouden daarin wel eens doorslaggevend kunnen zijn. Want Duitsland is nog kwetsbaarder dan wij. Om hun sociale zekerheid overeind te houden, zullen de Duitsers een zekere fiscale coherentie eisen. En zo is het altijd gegaan. De sociale consequenties volgen altijd de economische innovaties. Toen Jacques Delors in 1985 de vorming van de eenheidsmarkt aankondigde, zei hij erbij: 'Le social suivra'. Zo is het. Begin september begint het Agusta- en Dassault-proces. Hoe moet de PS die periode doorkomen?BUSQUIN: Het proces is het eindpunt van een reeks perikelen. Toen ik zes jaar geleden PS-voorzitter werd, had ik nooit vermoed met dit soort problemen te worden geconfronteerd. De ontnuchtering volgde snel. Ik heb de indruk dat we, na alles wat intussen is gezegd en geschreven, het ergste achter de rug hebben. Ik denk niet dat het proces het politieke leven zal aantasten. De PS van vandaag is totaal verschillend van de partij van tien jaar geleden. Rik Van Cauwelaert