JA

Werklozen zijn zeker niet per definitie werkonwillig. De degressiviteit is maar een element uit een groot plan om werklozen zoveel mogelijk te begeleiden en te activeren. Werklozen met kinderen kunnen bijvoorbeeld aanspraak maken op een kinderopvangpremie, of hun verhoogde kinderbijslag behouden als ze beginnen te werken. Hoe dan ook: om recht te hebben op een uitkering, moet men actief op zoek zijn naar werk.
...

Werklozen zijn zeker niet per definitie werkonwillig. De degressiviteit is maar een element uit een groot plan om werklozen zoveel mogelijk te begeleiden en te activeren. Werklozen met kinderen kunnen bijvoorbeeld aanspraak maken op een kinderopvangpremie, of hun verhoogde kinderbijslag behouden als ze beginnen te werken. Hoe dan ook: om recht te hebben op een uitkering, moet men actief op zoek zijn naar werk. De regering dreigt een sociaal bloedbad aan te richten. Werklozen zijn níét werkonwillig en het is onjuist dat ze alleen naar werk zoeken als ze gebroodroofd worden. De meeste langdurig werklozen werken in hun activeringstraject juist heel goed mee. Dit scenario treft vooral alleenstaanden en gezinshoofden voor wie de werkloosheidsuitkering het enige inkomen is. Door de uitkeringen degressiever te maken, krijgen die mensen het nog moeilijker. De regering zegt wel de minina te willen vrijwaren, maar die liggen nu al ver beneden de Europese armoedenorm van 1149 euro voor een gezinshoofd. Door de degressiviteit dreigen de gezinshoofden te moeten leven van een minimumuitkering van 950 euro. Dit is onaanvaardbaar. Om aan te tonen dat het degressiever maken van de uitkeringen efficiënt is, wordt vaak naar de Scandinavische landen verwezen. Maar die hebben een politiek gericht op volledige werkgelegenheid, met zware inspanningen om werklozen aan de slag te helpen. Ons sociaal model stelt dat wie buiten zijn wil om werkloos is en actief zoekt naar werk, recht heeft op een uitkering. We hebben er geen probleem mee dat wie niet wil werken, bestraft wordt. Maar blindweg korten op de uitkering voor mensen die wel werk zoeken, dat kan niet. Er moet meer geïnvesteerd worden in opleiding en begeleiding, in werkervaring en in de sociale economie. Het voorbije jaar is het aantal werklozen in Vlaanderen daardoor met 19 procent gedaald. De tekst kan nog verschillende kanten uit en de ruimte die er nog is, zullen we benutten. Begeleiding en opleiding zijn echter geen federale, maar Vlaamse bevoegdheden. Het is dus op Vlaams niveau dat daarover beslist wordt. Werklozen zijn zeker niet per definitie werkonwillig. De degressiviteit is maar een element uit een groot plan om werklozen zoveel mogelijk te begeleiden en te activeren. Werklozen met kinderen kunnen bijvoorbeeld aanspraak maken op een kinderopvangpremie, of hun verhoogde kinderbijslag behouden als ze beginnen te werken. Hoe dan ook: om recht te hebben op een uitkering, moet men actief op zoek zijn naar werk. De regering dreigt een sociaal bloedbad aan te richten. Werklozen zijn níét werkonwillig en het is onjuist dat ze alleen naar werk zoeken als ze gebroodroofd worden. De meeste langdurig werklozen werken in hun activeringstraject juist heel goed mee. Dit scenario treft vooral alleenstaanden en gezinshoofden voor wie de werkloosheidsuitkering het enige inkomen is. Door de uitkeringen degressiever te maken, krijgen die mensen het nog moeilijker. De regering zegt wel de minina te willen vrijwaren, maar die liggen nu al ver beneden de Europese armoedenorm van 1149 euro voor een gezinshoofd. Door de degressiviteit dreigen de gezinshoofden te moeten leven van een minimumuitkering van 950 euro. Dit is onaanvaardbaar. Om aan te tonen dat het degressiever maken van de uitkeringen efficiënt is, wordt vaak naar de Scandinavische landen verwezen. Maar die hebben een politiek gericht op volledige werkgelegenheid, met zware inspanningen om werklozen aan de slag te helpen. Ons sociaal model stelt dat wie buiten zijn wil om werkloos is en actief zoekt naar werk, recht heeft op een uitkering. We hebben er geen probleem mee dat wie niet wil werken, bestraft wordt. Maar blindweg korten op de uitkering voor mensen die wel werk zoeken, dat kan niet. Er moet meer geïnvesteerd worden in opleiding en begeleiding, in werkervaring en in de sociale economie. Het voorbije jaar is het aantal werklozen in Vlaanderen daardoor met 19 procent gedaald. De tekst kan nog verschillende kanten uit en de ruimte die er nog is, zullen we benutten. Begeleiding en opleiding zijn echter geen federale, maar Vlaamse bevoegdheden. Het is dus op Vlaams niveau dat daarover beslist wordt. samengesteld door jan jagers