In 1958 zou de Wereldtentoonstelling in Brussel plaatsvinden. Baron Moens de Fernig werd aangewezen als commissaris-generaal. De heer Thienpont werd zijn Vlaamse adjunct. De WT 58 zou niet alleen Brussel maar heel België op de wereldkaart zetten.
...

In 1958 zou de Wereldtentoonstelling in Brussel plaatsvinden. Baron Moens de Fernig werd aangewezen als commissaris-generaal. De heer Thienpont werd zijn Vlaamse adjunct. De WT 58 zou niet alleen Brussel maar heel België op de wereldkaart zetten. Het land was toen nog één en ondeelbaar. De Franstalige dominantie bleef, na bijna 130 jaar België, nog steeds erg drukken. In de toenmalige regering werd misprijzend gereageerd op de Vlaamse roep naar 'Werk in eigen streek'. Zelfs de nochtans Vlaamsbewuste Gaston Eyskens kon toen, zonder schaamte, verklaren dat de Vlamingen toch werk genoeg konden vinden in Wallonië. De naoorlogse weeën hadden de bescheiden Vlaamsgezinde opstand de kop ingeslagen. Zeker in Brussel werd elke Vlaamse manifestatie als 'nasleep van de zwarte collaboratie' betiteld. De 'franskiljonse baronnen' voelden zich nog beresterk. Maar de Vlaamse studentenbeweging in Leuven, Gent en zelfs een beetje in Brussel roerde zich fel. De strijd tegen de verfransing en tegen het onrecht, dat de gewone Vlaming werd aangedaan, bezielde de studenten. Zij wilden hun volk bevrijden en verheffen. Wat in 1956 en '57 van de plannen over de WT 58 tot hen doordrong, beloofde niet veel goeds. Baron Moens de Fernig bekeek de Vlamingen en hun taal vanuit de hoogte. Hij sprak trouwens geen gebenedijd woord Nederlands. De heer Thienpont was een beminnelijk man, die later zijn best deed om de opstandige Vlaamse studenten te sussen, maar hij had helaas weinig of niets in de pap te brokken. De hoogstudenten staken de koppen bij elkaar. Ze wilden de aanwezigheid van een groot deel van de wereld aangrijpen om Vlaanderen en de Vlaamse eisen voor 'zelfbestuur' tot in het buitenland kenbaar te maken. 'Een Vlaamse Dag' op de wereldtentoonstelling van '58 werd het strijdpunt. Ik zat in 1956-'57 in het laatste jaar geneeskunde aan de K.U. Leuven. Ik behoorde tot de beperkte groep, die de hoogstudenten met de jongstudenten wou verenigen in één ' Jeugdcomité voor de Wereldtentoonstelling'. Tijdens de eerste vergadering werd ik als voorzitter gekozen. Lei Vranken uit Laken als secretaris. Hij was de jonge echtgenoot van de latere actieve medewerkster aan vele activiteiten van 'Nekkersdal', Fientje Vranken. Ik herinner me de eerste contacten met de verschillende jeugdbewegingen. Elk van deze organisaties werd door sterke persoonlijkheden geleid. Zij waren niet van plan zich zo maar te schikken naar de wensen van de hoogstudenten. Toch slaagden we erin samen te gaan spreken op de vele debatten en vergaderingen, die de toenmalige Vlaamse beweging rijk was. Ik zie ons nog zitten in de parochiezaaltjes van Vlaanderen maar evenzeer in de statige vergaderzalen van gemeentehuizen en universiteiten. De gouwleider van KSA- Oost-Vlaanderen, Wilfried Martens, viel daarbij op als een gedreven jongeman. Hij kende niet zo veel van de geschiedenis van de Vlaamse beweging, maar hij was zeer leergierig en vol geestdrift. Hij ontpopte zich trouwens vrij vlug als een begaafde redenaar. Einde 1957 wenkte voor mij echter de legerdienst. In mei '57 vergaderden we in de 'Graaf van Egmont' in de Van Praetstraat te Brussel. Notaris Paul Daels van het IJzerbedevaartcomité, die als niet-student onze actie begeleidde, vond het geen probleem dat ik, ook als 'milicien', mijn functie als voorzitter zou behouden. Ikzelf vond dat niet vanzelfsprekend. Ik stelde trouwens vast dat de jeugdleiders in die omstandigheden de voorkeur gaven aan een van hen, met name Wilfried Martens. De beslissing was snel en eenparig genomen: Wilfried Martens zou als voorzitter van het Jeugdcomité de activiteiten in 1958 leiden. Dat was een uitstekende keuze. Eén zaak staat echter met gouden letters in de annalen van de Vlaamse studentenbeweging geschreven: ' De Vlaamse Dag heeft op de Expo 58 plaatsgevonden!'Miljoenen buitenlanders hebben gehoord en gezien dat er in België een Vlaams volk leeft en werkt en dat er Nederlands gesproken wordt. door Vic Anciaux, VIC ANCIAUX IS POLITICUS EN GEWEZEN VOORZITTER VAN DE VOLKSUNIE