Hugo Vanheeswijck is in november 1998 onrechtmatig ontslagen als directeur van het Genkse Onze-Lieve-Vrouwlyceum. Dat heeft het arbeidshof in Brussel beslist. Maar de rechter kan dat ontslag niet vernietigen, zodat de inrichtende macht - de vzw O-L-Vrouwlyceum, die banden heeft met de Zusters van Liefde - een opzeggingsvergoeding en een fikse schadevergoeding aan Vanheeswijck moet betalen.
...

Hugo Vanheeswijck is in november 1998 onrechtmatig ontslagen als directeur van het Genkse Onze-Lieve-Vrouwlyceum. Dat heeft het arbeidshof in Brussel beslist. Maar de rechter kan dat ontslag niet vernietigen, zodat de inrichtende macht - de vzw O-L-Vrouwlyceum, die banden heeft met de Zusters van Liefde - een opzeggingsvergoeding en een fikse schadevergoeding aan Vanheeswijck moet betalen. Het arrest maakt een einde aan een procedureslag van bijna negen jaar. Het begon in april 1996 met de schorsing en het ontslag van Vanheeswijck, maar dan als tuchtsanctie. In maart 1997 zwakte de Kamer van Beroep, een tuchtrechtelijk orgaan van het katholiek onderwijs, dit af tot een terbeschikkingstelling van twee jaar. Omdat het schoolbestuur hem onder geen enkel beding wilde zien terugkeren, greep het in november 1998 naar artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek (een wanprestatie kan leiden tot ontbinding van een overeenkomst). Van dan af werd de zaak uitgevochten voor het arbeidsgerecht. Een belangrijke vraag was of het Brusselse arbeidshof de vaste benoeming van directeurs en leerkrachten van het katholiek onderwijs op de helling zou zetten. De rechter toetste de ontslagargumenten van het schoolbestuur aan een decreet van 1991 dat de rechtspositie van het personeel van het katholiek onderwijs regelt. Het arrest zegt dat dit decreet primeert op het verbintenissenrecht. 'Dat is cruciaal', zegt Paul Engelen, de advocaat van Vanheeswijck. 'De rechtsbescherming is er dus wel degelijk. En als een schoolbestuur meent machtsmisbruik te kunnen plegen, dan staan in dit geval de goddelijke wetten van de Zusters van Liefde niet boven de wereldse wetten. Allicht zijn zij rijk genoeg om een hoge schadevergoeding te betalen. Andere inrichtende machten zullen daardoor worden afgeschrikt.'De advocaat van de vzw O-L-Vrouwlyceum, Michel Vanbuul, nuanceert. 'Drie zaken zijn duidelijk. Het verbintenissenrecht is van toepassing. Een arbeidsrechter kan een eigen oordeel vellen. En een vrije school kan altijd iemand eenzijdig ontslaan, mits ze een schadevergoeding betaalt.''Een rare redenering', zegt vakbondsman Jos Van Der Hoeven van de Christelijke Onderwijscentrale. 'Dat men zich kan wenden tot een arbeidsrechter, weten we sinds de wijziging van het Schoolpact in 1989 en door het decreet van 1991. Heel belangrijk is dat artikel 1184 ondergeschikt is aan dat decreet en dat een inrichtende macht beoordelingsfouten kan maken. Daardoor weten we nu ook dat er met de invoering van functieomschrijvingen en evaluaties in het onderwijs, een aparte beroepsinstantie en niet een inrichtende macht het laatste woord moet krijgen over een beroep tegen een negatieve evaluatie.'P.M.