In zijn boek over hooligans Among The Thugs ervaart auteur Bill Buford iets heel opmerkelijks. Gedurende jaren trekt hij anoniem op met Britse hooligans om inzicht te krijgen in de drang naar geweld en hoe die ontstaat. Hij gaat op zoek naar de leiders en de stokers. Naar politieke complotten. Hij tracht er structuur en organisatie in te vinden, maar dat lukt slechts matig. Tot hij op een keer tijdens een WK mee ingesloten wordt door politie te paard. De groep deinst achteruit, en omdat hij in de laatste rij loopt, staat hij plots vooraan, oog in oog met andere politietroepen die de straat afsluiten. Buford is plots zelf leider geworden van een bende die alleen maar kabaal wil maken en wil vernielen. Door toeval en door omstandigheden. Het doet hem ophouden met zijn onderzoek, omdat hij zich een van hen heeft gevoeld en er heel even van genoot.
...

In zijn boek over hooligans Among The Thugs ervaart auteur Bill Buford iets heel opmerkelijks. Gedurende jaren trekt hij anoniem op met Britse hooligans om inzicht te krijgen in de drang naar geweld en hoe die ontstaat. Hij gaat op zoek naar de leiders en de stokers. Naar politieke complotten. Hij tracht er structuur en organisatie in te vinden, maar dat lukt slechts matig. Tot hij op een keer tijdens een WK mee ingesloten wordt door politie te paard. De groep deinst achteruit, en omdat hij in de laatste rij loopt, staat hij plots vooraan, oog in oog met andere politietroepen die de straat afsluiten. Buford is plots zelf leider geworden van een bende die alleen maar kabaal wil maken en wil vernielen. Door toeval en door omstandigheden. Het doet hem ophouden met zijn onderzoek, omdat hij zich een van hen heeft gevoeld en er heel even van genoot. Het stemt tot nadenken over het begrip leiderschap, en in het bijzonder ons gebruik van de term 'wereldleider'. Wat bezielt ons toch om te denken dat er zoiets bestaat als een wereldleider? Alsof de hele wereld door hem of haar wordt geleid. De wereld is wat wij ervan maken, en daarbij wijzen we graag iemand aan die we dan leider noemen. Liefst met een ronkende titel. Vroeger waren dat keizers, koningen en kaliefen. Vandaag maken we er presidenten van. Iemand die voorzit. Er heerst nogal wat titeldrang op die eerste rij. Hoe kleiner en onbelangrijker het volk of de organisatie, hoe langer de titels. Van minister-president tot secretaris-generaal of, in de bedrijfswereld, chief executive officer. Uitvoerende baas van de aanvoerders - of is het baas van de uitvoerende aanvoerders? Maakt weinig uit. Het is Engels, het klinkt belangrijk en het maakt indruk. Met zo'n titel geniet je een zeker ontzag bij het voetvolk, wat vaak handig is als je een grote bende tot de juiste handeling wilt bewegen. Men gaat aan mensen die zo'n titel bemachtigen ook bijzondere eigenschappen toewijzen. Een verering die wordt vertaald in hoge vergoedingen, promoties of herverkiezingen. En vooral macht. Macht verwerf je zelden omdat je meer macht wilt. Macht verwerf je omdat het volk massaal in macht gelooft. Plaats een magazijnier op een druk kruispunt en laat hem het verkeer regelen in stofjas, geen hond die er rekening mee houdt. Zet er een pet op met een paar strepen op de mouw, en plots volgt iedereen de instructies. Het verschil is niet de man of zijn kunnen. Het verschil is dat iedereen gelooft dat hij gehoorzaamd moet worden, waardoor het kruispunt bruikbaar wordt. Groepen mensen willen aangevoerd worden. Hoe groter de groep, hoe groter het belang van de aanvoerder. Wat de positie van leider dan weer enorm aantrekkelijk maakt voor mensen die houden van macht en invloed. Want die zijn er ook. Vaak geholpen door het gerucht dat macht erotiseert. Een niet onaardig voordeel voor wie zijn uiterlijk niet mee heeft. Onder de juiste omstandigheden en in het geschikte tijdperk kan die macht wel eens zo groot worden dat de persoon die dan toevallig vooraan staat - een vooraanstaand persoon dus - begint te dromen van een soort wereldleiderschap. Tot nu toe is het nog niemand gelukt. Caesar niet, Hannibal en Napoleon niet. Zelfs Einstein droomde ooit van een soort wereldregering met verstandige lui. Maar verder dan Roosevelt ervan te overtuigen een atoombom te maken, is hij nooit geraakt. Wij mogen Poetin, Obama en Xi Jinping dan wel wereldleiders noemen, ze zijn het niet. Zij hebben hooguit de leiding van hun natie, en dan nog maar voor zolang het duurt. Zolang er genoeg andere individuen rondlopen die belang hebben bij hun leiderschap en het op een of andere manier in stand houden. Een leider is iemand die gevolgd wordt. En een goed leider is iemand die de volgers brengt naar ergens waar het beter is voor hen. Men praat in eigen land vaak met milde heimwee over het krachtdadige leiderschap van politici in het vorige millennium, waarbij men vergeet ook eens te kijken waar ze het land naartoe gebracht hebben. Maar goed, terug naar de wereld. Een wereldleider zou dus iemand moeten zijn die door de hele mensheid gevolgd wordt en die de hele mensheid naar een betere wereld brengt. Zo'n individu heeft nooit bestaan, hoe hard sommige volgelingen van wie dan ook dit zouden willen tegenspreken. Waarom gebruiken we dan die term? Het kwalijke eraan is dat mensen wereldwijd gaan denken dat er werkelijk individuen bestaan die kunnen bepalen waar de mensheid naartoe gaat. Het enige wat gevaarlijker is dan enkelingen die denken de wereld te leiden, zijn mensen die denken dat er mannen of vrouwen zijn die de wereld leiden. Dat geloof geeft mensen in leidinggevende posities veel meer macht dan de meeste aankunnen. Het geeft de indruk dat onze toekomst gestuurd kan worden door één persoon. Terwijl de wereld gewoon verder evolueert in een richting die bepaald wordt door het geheel van droompjes en plannetjes van de enorme verzamelingen klein grut die we zijn. Ons doen, waarover we zelf de dagelijkse leiding hebben, heeft gezamenlijk meer invloed op het wereldgebeuren dan eender welk masterplan van eender welke zogenaamde wereldleider. Het beste wat zo'n leider kan doen, is zoals Buford; op het juiste moment vooraan gaan staan als er een volksbeweging op gang komt. Mensen geloven nu eenmaal graag dat bijzondere dingen gebeuren omdat bijzondere mensen die hebben verwezenlijkt. En het komt bovendien goed uit dat ze iemand hebben om naar te wijzen als het slecht afloopt. Niemand kan de hele wereld leiden. Noch door verkiezingen te winnen in de machtigste natie te wereld, noch door zichzelf de rechtstreekse vertegenwoordiger van God te noemen. Zij die wel over een zekere macht beschikken, hebben die te danken aan het volk dat hen die macht toeschrijft. Wat snel kan keren. Verder gaat de mensheid haar gangetje, enkel gestuurd door hier en daar wat groepsgevoel. Leiders genoeg in de wereld. Maar noem hen geen wereldleider. 'Wereldjesleider', misschien. Dat kan best. Leider van een van de vele wereldjes die de wereld rijk is en die elkaar een beetje in evenwicht houden in hun grootheidswaan. Groepen mensen willen aangevoerd worden. Wij mogen Poetin, Obama en Xi Jinping dan wel wereldleiders noemen, ze zijn het niet.