Hoe minder ploegen er in een wereldbeker overblijven, des te meer wint de mening veld dat niemand minder verstand heeft van voetbal dan de coaches van de beide finalisten. Zo ook in Frankrijk, waar langzaamaan eensgezindheid groeide over de naam van hij die werkelijk 't minst van allen van voetbal kent: Mario Zagallo.
...

Hoe minder ploegen er in een wereldbeker overblijven, des te meer wint de mening veld dat niemand minder verstand heeft van voetbal dan de coaches van de beide finalisten. Zo ook in Frankrijk, waar langzaamaan eensgezindheid groeide over de naam van hij die werkelijk 't minst van allen van voetbal kent: Mario Zagallo. Als speler wereldkampioen in '58 en '62, als coach in '70, als assistent-coach in 1994. Verliezend finalist in '98. En bij de finale van 1950 in Rio stond hij als soldaat rond het veld. Er zijn er in de hele wereld niet veel die een dergelijk visitekaartje kunnen afgeven. Om precies te zijn: behalve Zagallo niemand. Wel, de voorbije vijf weken hebben wij minstens honderd figuren aan het woord gehoord, die het stuk voor stuk allemaal beter konden. Zagallo was niet meer dan een marionet, een clown langs de lijn. Voor de een stelde Zico de ploeg op, voor de ander Dunga, een derde was bereid terzake de invloed van Marc Reynebeau te erkennen. Maar geen mens dichtte Mario Zagallo enige verdienste toe. Tenzij die van de verkeerde spelers op de verkeerde plaats te zetten. Zoals Taffarel in de goal. Daar is, vooral vóór het WK, nogal de spot mee gedreven. Wij waren nauwelijks in Frankrijk gearriveerd, of we hoorden de Schotse bondscoach Craig Brown, die Brazilië in de openingsmatch moest bekampen, het volgende vertellen: "Al sinds 1970 heeft Brazilië elk WK een kern die bulkt van het talent. Maar de enige die daarmee een team heeft kunnen maken, was vier jaar geleden Carlos Alberto Parreira . Uit de oefenmatchen maak ik op dat ook Zagallo er weer niet in slaagt om al dat technisch vernuft te laten renderen." Dat leek ons toen, eerlijk is eerlijk, een interessante inschatting van zaken. En in de finale van vorige zondag, bleek het ook een juiste inschatting. Alleen zat Craig Brown op dat moment zelf al lang weer thuis achter zijn whisky. En Carlos Alberto Parreira was al ontslagen vóór de laatste match van Saudi-Arabië. Net niet opgehangen. MÉMÉ KENT ER NIETS VANIs er dan niemand die nòg minder van voetbal snapt dan Zagallo? Toch, die is er: Aimé Jacquet, de coach van Frankrijk. Tenminste, dat werd ons voor het toernooi op het hart gedrukt door Franse journalisten. Ongelooflijk wat er over Jacquet allemaal is gezegd en geschreven. Door anderen natuurlijk. Want hoe dichter Frankrijk bij de finale kwam, des te milder werd de toon. "Une obligation quasi sacrée que nous avions communément fixée depuis des mois: être au rendez-vous du 12 juillet au Stade de France." In die sfeer is kritiek op de bondscoach blasfemie. Gelukkig bleek Jacquet niet bereid het spelletje mee te spelen. Na de overwinning tegen Kroatië barstte hij in tranen uit, en na die tegen Brazilië in woede. Op de vraag: "Kunt u het de pers vergeven?" was het antwoord kort en duidelijk: "Jamais." De Franse pers heeft de euforie rond Les Bleus wel van in het begin aangewakkerd, maar de trainer viel lange tijd buiten de lofbetuigingen. En nadat hij op een onhandige manier de 28 gepreselecteerden tot 22 had teruggebracht, werd hij helemaal met de grond gelijkgemaakt. Ook in de eerste ronde van dit toernooi hield L'Equipe nog vol dat Jacquet niet in staat was onder grote druk een elftal te leiden. Als speler was hij wel vijf keer kampioen geworden met Saint-Etienne, en als trainer drie keer met Bordeaux, maar dat was kinderspel. Toen Frankrijk in november '93 in de laatste minuut van de voorronde door een doelpunt van de Bulgaar Emil Kostadinov uit de wereldbeker in Amerika werd geflikkerd, werd Aimé Jacquet bondscoach. In de aanloop naar het EK '96, het EK zelf, en de aanloop naar het WK '98, bleef het Franse elftal dertig matchen op rij ongeslagen. Op een vijftigtal wedstrijden heeft Jacquet precies drie nederlagen geleden, telkens in een oefenmatch. Weinig bondstrainers kunnen zo een resultaat voorleggen. Maar Jacquet kreeg er geen krediet voor. Wat dik in de verf werd gezet, was bijvoorbeeld dat hij er na al die tijd niet in geslaagd was om de juiste spits te kiezen. In de finale pijnlijk geïllustreerd door de missers van Stéphane Guivarc'h, in de competitie vierenveertig goals, in de nationale ploeg onmachtig. Jacquet gaf de zoektocht naar een nieuwe Jean-Pierre Papin al tijdens de voorbereiding op, en paste zijn tactiek aan: zeven verdedigers. Het spijt ons voor de profeten van het aanvallend voetbal, maar de wereldtitel is alweer gegaan naar een team dat in de eerste plaats aan verdedigen heeft gedacht. Frankrijk mag dan al met vier op een lijn achterin spelen, als je daar vlak voor drie man posteert die bij balverlies onmiddellijk achter de bal moeten terugplooien, speel je met zeven verdedigers. Wij hebben eens een match van Barcelona tegen Valencia gezien. Daarin deed Louis Van Gaal zijn elftal met acht man vóór de bal spelen. En op bepaalde momenten zelfs met elf, dat was bij de vier tegengoals. Ook toen het WK al op volle toeren draaide, werd het concept van Jacquet door de Franse pers waanzin genoemd. Uit de tijd. Niets begrepen van het moderne voetbal. Frankrijk slikte in zijn zeven WK-wedstrijden één penaltydoelpunt tegen Denemarken, en één velddoelpunt tegen Kroatië, en werd uiteraard wereldkampioen. Iets wat de grote offensieve elftallen rond Raymond Kopa en later Michel Platini nooit voor mekaar kregen. EEN HOOGFEEST VAN ONSPORTIVITEITIn de finale moest Frankrijk het stellen zonder een van de beste spelers van dit WK: Laurent Blanc, uitgesloten in de halve finale tegen Kroatië. Wat de arbitrage een laatste keer in een negatief licht bracht. Mocht de Spaanse ref Jose Garcia Armanda het voetbalreglement hebben toegepast, dan had hij de Kroaat Slaven Bilic al een kaart gegeven voordat Blanc nog maar de kans had gehad om zich los te rukken. Nu kregen we een herhaling van het incident Staelens-Kluivert. Het kostte Blanc de WK-finale, en het liet de toeschouwer opnieuw achter met de ondraaglijke gedachte dat de voetbalsport niet wíl optreden tegen ordinaire bedriegers. Vier jaar geleden werd de Italiaan Mauro Tassotti, op basis van videobeelden, voor acht wedstrijden geschorst wegens een elleboogstoot aan de Spanjaard Luis Enrique. Een overtreding die de Hongaarse scheidsrechter Sandor Puhl niet had gezien. Wat heeft de Fifa dan verhinderd om nu op basis van de videobeelden komedianten als Staelens en Bilic te schorsen? Wij herhalen het tot in den treure: de Franse televisie heeft ons vijf weken lang een hoogfeest van onsportiviteit en gebrek aan fair play voorgeschoteld. Het staat iedereen vrij hiervoor zijn kop in het zand te steken. In een beschaafde sport worden matennaaiers niet alleen door de bondsleiding, maar ook door het publiek uitgespuwd. In het voetbal zelf is er het voorbeeld van Engeland, waar onsportiviteit niet wordt geduld. David Ginola en Philippe Albert keken raar op toen ze als nieuwkomers bij Newcastle een onterechte strafschop probeerden te versieren, en door hun eigen supporters werden uitgefloten. Geen cheaters op Engelse velden. Bilic, speler van Everton, heeft daar kennelijk weinig van opgestoken. Geen Laurent Blanc in de finale. Frank Leboeuf, van Chelsea, nam met succes zijn plaats in. Geloof het of niet: na de halve finale was er welgeteld één Fransman die Bilic nog een hand ging geven, hem zelfs in de armen sloot en van truitje wisselde: Leboeuf! Sommige feiten zijn zo absurd, dat ze alleen in de werkelijkheid kunnen voorkomen. Leboeuf haastte zich de dag nadien wel om te preciseren dat hij niet wist dat Bilic de man was die Blanc had geflikt, maar niet iedereen geloofde die uitleg. Met de overwinning van Les Bleus is deze Coupe du Monde voor Frankrijk een eclatant succes geworden, ongeëvenaard in de Franse geschiedenis van deze eeuw. Het overtreft de Bevrijding, waaraan volgens sommige zwartgallige historici Frankrijk toch al niet zo veel verdiensten had. Vele honderdduizenden overspoelden de Champs Elysées, lallend en brallend zoals dat hoort voor voetbalsupporters. En dat tafereel was ook in andere steden te bewonderen. "Cette Coupe du Monde", jubelde L'Equipe, "a permis de rappeler aux ceux qui l'oublient trop souvent, que ce pays est une merveille et que l'on peut y faire de grandes choses." We zijn benieuwd of Michel D'Hooghe op 2 juli 2000 hetzelfde zal kunnen zeggen, na afloop van Euro 2000. De euforie rond de Mondial heeft hoge toppen bereikt, en heeft de kassa van de Fifa, de organisatoren, en alle deelnemende landen luid doen rinkelen. Het meest van al, vanzelfsprekend, in Frankrijk zelf. De sponsoring van het Franse elftal heeft bijna één miljard Belgische frank opgebracht. Elk van de tweeëntwintig Franse wereldkampioenen mag een brutobedrag van meer dan vijftien miljoen Belgische frank op zijn rekening bijschrijven. De stadions zaten vierenzestig keer bomvol, en de organisatie binnenin was voortreffelijk. Van de oplichterij met de ticketverkoop, waarvan in de hele wereld vele tienduizenden mensen het slachtoffer waren, trekken de Fransen zich weinig aan, dat is een probleem voor de Fifa. Alleen de incidenten met Duitse en Engelse hooligans zijn een donkere schaduwvlek op dit Franse feest geweest. De rellen in Marseille, en de staat van beleg in Toulouse, Lens en Montpellier, zijn niet vergeten. De Franse agent Daniel Nivel ligt nog steeds in een coma, nadat hij op 21 juni bijna werd doodgeklopt door een paar Duitse barbaren. La Coupe du Monde en het succes van de eigen ploeg, hebben het Franse volk alvast gedurende vijf weken tot een nooit geziene eendracht verleid. Dat het Franse elftal een smeltkroes is van allerlei etnieën en rassen, is een interessant bijkomend aspect. De opgang van het Front National bewijst dat medeburgers van vreemde origine, niet door alle Fransen met open armen worden ontvangen. Dat blijkt ook uit het daaruit voortvloeiende strenge migrantenbeleid van de jongste Franse regeringen. Nu de nieuwe volkshelden van Algerijnse, Armeense, Afrikaanse of Caraïbische afkomst zijn, voorspellen sommigen het einde van het Front National. Laten we voor die conclusie toch maar liever de volgende verkiezingen afwachten. WEG MET OPKOMENDE VLEUGELBACKSEen opmerkelijke vaststelling was verder de onbetamelijk zwakke finale van de Brazilianen. Het opstellen van de gekwetste Ronaldo bleek een verkeerde gok, supertalent Denilson speelde zoals steeds als een blinde mol, Rivaldo was onzichtbaar, en aanvoerder Dunga deed niet eens de moeite om op zijn ploegmaats te schelden. Vroeger zou men beweerd hebben dat de Fransen "iets in hun soep hadden gedaan". Het schaarse Braziliaanse gevaar kwam eens te meer van de twee flankverdedigers Roberto Carlos en Cafu. En als er nu twee spelers zijn die tijdens dit WK op onze zenuwen hebben gewerkt, dan wel die twee. In feite nooit goed beseft waarom, want hun inspanningen waren ontzaglijk, hun infiltraties een nachtmerrie voor elke verdediging. Tot wij de verklaring lazen van - kan het anders - Johan Cruijff. De opkomende vleugelbacks! Volgens Cruijff ligt daar de oorzaak van de achteruitgang van het hedendaagse voetbal. Bij de Borkelmansen en de Boffins van deze wereld. Lopen tachtig meter naar voren, geven dan een verkeerde pas, en lopen tachtig meter terug naar achteren. Eens ze daar aangekomen zijn, heeft een ander voor hen de bal gerecupereerd, en draven ze opnieuw tachtig meter naar voren. Van Roberto Carlos en Cafu gaat weliswaar iets meer dreiging uit dan van Danny Boffin, maar de fout is dezelfde. Het opkomen van de vleugelbacks heeft volgens Cruijff als nefast gevolg dat er geen nummer 10 meer bestaat. Want de Van der Elsten of Zetterbergs of Scifo's worden verplicht te blijven hangen om het gat af te dekken dat achter die opkomende back ontstaat. Dat is één. Ten tweede vervullen die sprintende flankverdedigers de rol van buitenspeler, zodat de coach geen echte buitenspelers opstelt, en zich beperkt tot één centrumspits. Die wordt dan verplicht negentig minuten lang te lopen en te draven, en mist op het beslissende moment de frisheid om te scoren. Zoals Guivarc'h in de finale. Op deze manier gaat van geen enkele aanvallende positie nog dreiging uit, want van de zwakke voorzetten van de vleugelbacks ligt geen enkele verdediger wakker. Om deze verkeerde tactische evolutie te stoppen, zegt Cruijff, volstaat het permanent twee buitenspelers diep voorin op te stellen, en van mannen als Roberto Carlos en Cafu wordt niet meer gesproken. Kunnen niet meer over de middellijn komen, of bij de eerste counter wordt het afgestraft. De inspanningen vooraan zijn verdeeld, zodat elk van de drie spitsen beter tot zijn recht komt. Er zijn meer aanspeelpunten voorin, zodat ook de middenvelders beter gaan renderen. En er blijft meer volk achterin, waardoor de opbouw rustiger en dus verzorgder kan verlopen. Briljant man, Cruijff. Dat is onze conclusie van dit WK. Soms een beetje met hem gelachen, maar Cruijff is tien keer slimmer dan al de rest. En honderd, nee vijfhonderd, keer slimmer dan ondergetekende. Kost ook minder. Een ernstige inschattingsfout van onze hoofdredacteur.Ongelooflijk wat er allemaal gezegd en geschreven is over Aimé Jacquet. De vier halve finalisten waren landen waar de jeugd de kans krijgt om te voetballen. Vroeger zou men beweerd hebben dat de Fransen iets in hun soep hadden gedaan.Koen Meulenaere