door Benno Barnard
...

door Benno BarnardH otel New Flandres, de door Dirk van Bastelaere, Erwin Jans en Patrick Peeters vervaardigde bloemlezing van 60 jaar Vlaamse poëzie, 1945-2005, bevat vele mooie en interessante gedichten - al merk ik daarbij op dat het erg moeilijk zou zijn een bloemlezing van zevenhonderd pagina's te maken zonder vele mooie en interessante gedichten. De inleiding is een tamelijk warhoofdige stuk proza, doorspekt met gezwollen woorden als 'discours', 'poëtisch systeem' en 'paradigma'. De bloemlezers hebben als het ware hun eigen particuliere Concilie van Trente gehouden en de canonieke geschriften vastgelegd, waarbij Van Bastelaere ruimschoots het grootste aantal pagina's van iedereen heeft gekregen. Dit verzin ik niet. Weliswaar hebben enkele overleden poëten tien gedichten, en hijzelf slechts negen, maar Hugo Claus bijvoorbeeld vult een pagina of vijftien, Van Bastelaere meer dan dertig. De antipostmodernist Leonard Nolens is de enige levende dichter met tien verzen, maar ook hij heeft veel minder pagina's dan Van Bastelaere - hij dient om een schijn van objectiviteit te wekken. Zot van gloriole, pour le dire en bon flamand, heeft Dirk van Bastelaere zichzelf tot de paradigmatisch-dogmatische sekteleider van de Vlaamse verskunst uitgeroepen, een poëzie die wel in hem moest uitmonden. Hij en niemand anders belichaamt de onsamenhangende zwanenzang van het postmodernisme! Het hele Hotel New Flandres is als een sokkel die Van Bastelaere uit de noeste arbeid van anderen heeft geconstrueerd om er zelf bovenop te gaan staan. Een treurige obsessie met macht en canonisering drijft deze begaafde dichter. Hoe potsierlijk. Maar iets anders is bepaald verwerpelijk. Dirk van Bastelaere publiceert in Amsterdam. Zijn poëzie is beïnvloed door Nederlandse dichters, Hans Faverey voorop. Maar in zijn bloemlezing zijn geen Nederlanders opgenomen. 'Voor het Vlaamse poëtische systeem', aldus de inleiding, 'is Nederland een buitenland, net zoals Frankrijk, Amerika of India.' Wat voor een weerzinwekkend geklets is me dat nu! In het Vlaanderen van Van Bastelaere is zoiets machteloos als de poëzie niet alleen een 'systeem', het is zelfs een politiek systeem. Dat is bepaald niet onschuldig. En het is nog veel minder onschuldig als je weet dat ook de in Vlaanderen woonachtige Nederlandse dichters niet zijn gebloemleesd. Geen Ramsey Nasr, Joke van Leeuwen (de helft van de Antwerpse stadsdichters ontbreekt), Marc Reugebrink of Marc Kregting. En ik? Voel ik me gekwetst omdat ik niet in dit boek sta? Ik zou me gekwetst voelen als ik erin stond met één of twee gedichten, een lagere component van Dirk van Bastelaeres zelfverheerlijking. Nu voel ik me zoals toen de dronken burgemeester van mijn dorp op de kermis verklaarde dat hij niet op 'Hollanders' gesteld was. Integreren in het Vlaanderen van Dirk van Bastelaere en mijn burgemeester is onmogelijk. Anders dan bij de Franstalige Belgen is taal voor dit soort Vlamingen niet het criterium. Maar wat is dan wel het criterium? Dat vraag ik me met een bang hart af. Dirk van Bastelaere gedraagt zich als de eerste de beste Vlaamse provinciaal met een irrationele afkeer van de verwante stammen in het noorden (het woord 'Hollands' in pejoratieve zin valt al op de eerste pagina van de inleiding). Hij drukt de vage onlustgevoelens van de kleine burgerman uit en dient aldus de separatistische agenda. Ironisch genoeg belijdt het Vlaams Belang zelf het Groot-Nederlands gedachtegoed, al schuimen ze daar nu ook weer niet de markten en kermissen mee af, want ze weten maar al te goed hoe de gemiddelde Vlaming over zijn Hollandse medeschepselen denkt. Welnu, dit is dus de bittere oogst van honderd jaar Vlaamse emancipatie in de letteren - een boek waarachter modderige etnische criteria schuilen, die maar één ding betekenen: Dirk van Bastelaere en zijn knechten dulden op hun boerenerf geen vreemden.