'Beijing, we hebben een probleem', zei een dokter uit Wuhan. Als dat moment een kantelpunt in de geschiedenis is, in welke richting is de wereld dan gekanteld? Ideologieën rijpen lang voor die ene historische schok die ze groot maakt. Na de Great Crash van Wall Street in 1929 floreerde vooral het fascisme. Na de Tweede Wereldoorlog kwam de welvaartsstaat. En de coup van Chileens dictator Pinochet was het startschot voor het neoliberalisme. Wat zich nu afspeelt, zou wel eens het tijdperk van de welzijnsstaten kunnen worden.
...

'Beijing, we hebben een probleem', zei een dokter uit Wuhan. Als dat moment een kantelpunt in de geschiedenis is, in welke richting is de wereld dan gekanteld? Ideologieën rijpen lang voor die ene historische schok die ze groot maakt. Na de Great Crash van Wall Street in 1929 floreerde vooral het fascisme. Na de Tweede Wereldoorlog kwam de welvaartsstaat. En de coup van Chileens dictator Pinochet was het startschot voor het neoliberalisme. Wat zich nu afspeelt, zou wel eens het tijdperk van de welzijnsstaten kunnen worden. Over het neoliberale tijdperk zijn al bibliotheken vol geschreven. De hel zou zogezegd losbarsten als we het draaiboek van de eeuwigegroeicultus niet volgen, maar het omgekeerde gebeurde. De coronahel barstte los, net omdat we dat draaiboek volgden, zo schreven 170 academici van Nederlandse universiteiten vorig jaar in een manifest. Het neoliberale tijdperk bracht ons pluchen pandaberen van één euro, maar Jan Modaal kende naast stagnerende lonen ook een groeiende onzekerheid: van de arbeidsmarkt tot het weer, met de pandemie als toetje. De God Groei zakt nu in elkaar onder het gewicht van een almaar meer van de pot gerukt rijke toplaag die met een race naar de ruimte bezig is terwijl ons collectieve huis, de aarde, in sneltempo kapotgaat. Wetenschappers waarschuwen ons in Nature, niet bepaald een communistisch campagneboekje, voor deze klasse die 'overvloedige rijkdom zoekt'. Planetaire gezondheid en volksgezondheid zijn de fundamenten van ons bestaan, volgens een ideologie die nu opkomt en die zich laat samenvatten onder de noemer 'welzijn'. De neoliberale God Groei (die van het bruto nationaal product, of bnp) is niet knock-out, maar wel van zijn voetstuk gehaald en in de hoek gezet waar de klappen vallen. Toen de Duitse parlementsvoorzitter en voormalig minister van Financiën Wolfgang Schäuble (CDU) in de Financial Times het oude draaiorgel aanzwengelde met het lied van de aan te halen broeksriem, diende de New Economics Foundation hem vrijwel meteen van antwoord in dezelfde krant: 'Het sociale weefsel van Europa kan een terugkeer naar het mislukte bezuinigingsbeleid uit het verleden (..) niet verdragen.' Net als in 2008 moeten overheden nu de puinhopen van de markt komen opkuisen. Alleen gaat het nu niet over de banken, maar over ons welzijn. Na 2008 kregen bankiers hun bonussen snel weer op de rails gezet, en ja, ook nu gooien overheden nog reddingsboeien in de foute richting. Op Belgisch niveau was er bijvoorbeeld de 290 miljoen euro die we aan de aandeelhouders van Lufthansa leenden, en op Europees niveau zijn er de achterpoorten in de Green Deal waar een gasgeur uit komt. Toch is 2021 anders en beloftevoller dan 2008 (de bankencrisis) of 2011 (de schuldencrisis). Nu lijkt de dominante vraag toch te zijn: hoe redden we mensen? De Maleisische denker Chandran Nair schreef al voor corona in zijn boek The Sustainable State (2018) dat de staat het sociale orgaan is met de beste combinatie van gezag, legitimiteit en verantwoordelijkheid om tot duurzame ontwikkeling te komen. In het o zo kleine en op wereldvlak snel aan macht verliezende Europa vertaal je Nairs ideeën best naar nationaal én Europees niveau. Zonder een combinatie van een daadkrachtige overheden op die beide niveaus worden we ziek gemaakt, weggeblazen en zelf gekoloniseerd door virussen, stormen en andere wereldmachten. Of het nu gaat om vaccins, klimaatbeleid, mobiliteit op lange afstand of bedrijfsbelastingen: wie nu zegt dat de Europese Unie in de toekomst kleiner moet zijn, steekt zijn kop in - steeds heter - zand. Overheden trokken door de coronacrisis via een soort omgekeerde shockdoctrine macht naar zich toe, en dat is zowel een gevaar als een kans. De democratie zelf kreeg COVID-19. In sommige landen ligt ze door corona op intensieve zorgen, maar in de meeste landen is er nog hoop op herstel. Tijdens de acute crisis heeft Spanje zijn ziekenhuizen opnieuw genationaliseerd, Engeland zijn spoorwegen en Italië zijn luchtvaartmaatschappij. Die overheden kunnen nu makkelijker kiezen om het ene te laten groeien, zoals ziekenhuizen, en het andere af te bouwen, zoals de luchtvaart. De vrije markt kan dat niet, omdat ze daar niet voor gemaakt is. De overheid kan dit, als ze daarvoor voldoende druk van onderuit voelt, van ons dus. Stel: een overheid is eigenaar van zowel de luchtvaartmaatschappij - en alle andere diensten en infrastructuur die het luchtverkeer mogelijk maken - als van de spoorwegen. Kan je de meeste werkende mensen dan met een beetje training niet van de ene naar de andere sector laten vloeien? Als het alternatief voor de meeste vluchten binnen Europa bestaat uit meer snelle treinen en nachttreinen, met goede service zoals bagageafhandeling en catering, dan heb je heel veel werkkrachten nodig. Terwijl je dan tegelijk in de luchtvaart voor veel personeel een alternatief moet voorzien, als je die sector structureel wil doen krimpen - wat gezien de klimaatchaos nodig is. Uit een studie blijkt dat 62 procent van de Europeanen zegt dat korteafstandsvluchten beter afgeschaft worden. Toch bestaan ze, omdat machtige marktactoren via hun lobby en subsidies voor een pervers prijs- effect zorgen. Een overheid kan afschaffen én het alternatief opbouwen. Maar ze zal dat niet zomaar doen, het zal moeten worden afgedwongen. Hier is nog een vraag voor u, beste lezer: moet het nieuwste vaccin, zonnepaneel of de nieuwste PFOS-vrije braadpan zo snel mogelijk voor zo veel mogelijk mensen beschikbaar worden gesteld? Of moet daarmee gewacht worden tot de aandeelhouders van de patenthouders eerst voldoende miljarden hebben verdiend? Terwijl we weten dat elk wachten gelijkstaat aan een snellere pandemie, klimaatchaos en opeenhoping van de forever chemicals die het mannelijke deel van de mensheid tegen 2045 onvruchtbaar maken (dat laatste blijkt uit onderzoek van milieu- en voortplantingsepidemiologe Shanna Swan). Wat wordt het dan: vrije markt of overheid? De privatisering van de winsten en de socialisering van de kosten zijn het neoliberale handelsmerk waar we van moeten afstappen. Een slagvaardige staat is geen Sovjetstaat. Een écht sterke staat, zo argumenteert Nair, heeft uiteindelijk geen dwang nodig, omdat hij duidelijk in het algemene belang werkt en daar zijn legitimiteit aan ontleent. Een sterke staat betrekt burgers bij het maken van de grote keuzes van onze tijd, in een proces van overlegdemocratie. In een door vals en misleidend nieuws gedomineerde maatschappij functioneren particratie noch directe democratie naar behoren. De prijs van dat democratische deficit is groot. Als overheden slim zijn, geven ze de genationaliseerde sectoren niet terug aan private belangengroepen maar betrekken ze de burgers bij het hertekenen van hele sectoren. Zonder die betrokkenheid dreigt de sprong weg van het neoliberalisme te landen in een ander problematisch - isme: het autoritaire nationalisme. Voeg daar een anti- democratisch, anticommunistisch, anti- liberaal en anti-intellectueel discours aan toe en je hebt de definitie van fascisme. Daar hoef je helaas niet ver voor te zoeken. Volgens socioloog en filosoof Slavoj Žižek maakt de pandemie duidelijk dat we voor een binaire keuze staan: communisme of barbarij. Ik zie ons eerder voor een driesprong staan: met duidelijke paden naar een welzijnseconomie, andere naar fascisme en nog andere naar een totale ineenstorting van de globale samenleving, met anarchie en zware miserie voor de meerderheid en een paar gated communities voor de happy few als eindresultaat. En achter ons roepen de neoliberalen nog altijd dat we terug moeten naar de wereld die ons de huidige problemen bracht. Laat ons het pad van de welzijnseconomie eens even bewandelen. Het is het pad van gezondheid voor onze planeet, rechtvaardigheid, gelijkheid en échte waardecreatie. Dat zijn de doelen van een welzijnseconomie, volgens de snel groeiende wereldwijde alliantie die zich erachter schaart. Sommige landen doen al gretig mee, andere tonen interesse. Na Nieuw-Zeeland, IJsland en Schotland werden ook Finland en Wales lid van een groep landen die zich de Welzijnseconomie-overheden noemt. In juni bracht ik een groep mensen bij elkaar die samen de Portugese overheid zover kregen om nog tijdens haar voorzitterschap van de Europese Unie een conferentie over de welzijnseconomie te organiseren. Ook nationale organisaties die lid zijn van het European Environmental Bureau, waarvoor ik werk, tonen interesse om ook hun land mee te krijgen. Bhutan, Costa Rica en Uruguay zijn geen lid van de Welzijnseconomie-overheden, maar passen een soortgelijk beleid toe. Bhutan werd zo het eerste klimaatneutrale land ter wereld, drong armoede in sneltempo terug en investeerde zoveel in gezondheidszorg dat de levensverwachting er op 22 jaar tijd met zestien jaar steeg. Uruguay verdubbelde de minimumlonen, investeerde in zorg, maakte de universiteit gratis en veegde de armoede in het land bijna van de kaart. Een welzijnseconomie is een reactie op de crisis van ons welzijn, die veel verder gaat dan één virus. Je kunt de welzijnscrisis meten aan de exponentieel stijgende burn-outcijfers, of aan het welzijnsverlies door de temperaturen van 50°C in Canada, of aan overstromingen in eigen land. Nieuw-Zeeland gaf elk ministerie de opdracht om zijn plannen aan een wel- zijnstoets te onderwerpen en aan te passen opdat het welzijn erop vooruitgaat. In het Europees Parlement vroeg een grote meerderheid van de parlementsleden in maart aan de Europese Commissie om te werken aan een wet voor 'gepaste zorgvuldigheid', beter bekend onder de Engelstalige benaming due diligence. Die verplicht alle bedrijven actief in Europa om hun hele toevoerketen, ook buiten Europa, door te lichten en duurzaam te maken. Op die manier probeert het Parlement een antwoord te bieden op de neoliberale techniek om de smerigste productie in de Unie te exporteren naar de landen met de minste sociale bescherming en milieubescherming. De Commissie werkt intussen haar Green Deal voor Europa uit, maar die gaat helaas niet ver genoeg om ons uit het fossiele en neoliberale tijdperk te trekken. Het zegt wel iets over de tijdsgeest dat de Deal op zijn minst overeind bleef, ondanks pogingen om hem aan de kant te schuiven. Ook wat de Europese Centrale Bank na zes dagen coronacrisis al deed, in plaats van drie jaar te wachten zoals bij de kredietcrisis, is baanbrekend: massaal geld bijdrukken om overheden zuurstof te geven. Zo kunnen die investeren in wat echt nodig is. De vraag is dan of daar achteraf nog een rekening van wordt gepresenteerd. In de laatste 5000 jaar organiseerden heersers ongeveer elke 50 jaar een grote schuldherschikking, een schone lei. In 1953 deed de wereld dat voor het laatst. Griekenland schold bijna alle schulden kwijt die Duitsland nog aan het land moest. De Franse staatsschuld ging plots van 200 procent naar 30 procent. Het was die beslissing die overheden de kans gaf om te investeren in de economie. Nu is die kans er ook, dankzij het zogezegde rollen van de geldpers (dat is tegenwoordig eerder een knop op de computer, overigens). Maar het is nog lang niet beslist wat we met de schulden zullen doen. Neoliberaal kapitalisme en communisme in Sovjetstijl zijn geen aan-of-uitknop zoals een lichtschakelaar. Een welzijnseconomie staat ver van die extremen af en lijkt op dit moment het meest zinvolle van alle paden waar de mensheid op dit moment voor staat. Hoeveel water moet nog door onze straten naar zee stromen voor we bewust het welzijnspad kiezen?