Mannu Wuyts, 'Muizenissen. Een inventaris en een kritische evaluatie van het actuele Vlaamse ICT-stimuleringsbeleid in het secundair onderwijs, Vrije Universiteit Brussel, 2002.
...

Mannu Wuyts, 'Muizenissen. Een inventaris en een kritische evaluatie van het actuele Vlaamse ICT-stimuleringsbeleid in het secundair onderwijs, Vrije Universiteit Brussel, 2002. VLOD, vrijdag 28 maart, ICT-dag met lezingen, workshops en debat met minister Marleen Vanderpoorten. Het is niet meteen een vlot bekkende naam, VLOD. De letters staan voor Vlaamse Onderwijsdagen, een driedaagse voor - tenminste volgens de aankondiging - iedereen in het onderwijs. Er gaat dit jaar bijzonder veel aandacht naar ICT: informatie- en communicatietechnologie, of simpeler gezegd: computers in het onderwijs. Wellicht is dat nodig, want het tijdschrift Klasse kwam tot onthutsende resultaten. Uit een onderzoek bleek dat 32 procent van de leerkrachten nooit een computer gebruikt in de les, 28 procent doet dat soms, slechts 40 procent geregeld. Dezelfde vragenlijst leverde bij de leerlingen een nog vreemder resultaat op: één leerling op de vier gebruikt nooit een computer op school, één op de vier gebruikt die geregeld. In het ASO (en daar zitten volgens de mythe toch de échte bollebozen) worden computers het minst van al gebruikt. Vraag één. Hebben scholen eigenlijk wel computers? Theoretisch wel: de Vlaamse overheid trok daar behoorlijk wat geld voor uit. Niet genoeg, zeggen de experts. Agoria, de federatie van de technologische industrie, ijvert al jaren voor veel meer pc's en stelde al twee jaar geleden dat er veel meer geld moet komen. Agoria weet zich daarbij gesteund door een recent rapport van de Koning Boudewijnstichting, die technische opleidingen aantrekkelijker wil maken door meer gebruik te maken van ICT. De 'Guimardstraat' (de koepel van katholieke scholen) berekende in 2001 dat er 15 miljoen euro per jaar nodig is om alle leerlingen van het secundair onderwijs en hun leraren computervaardig te maken. Agoria kwam zelfs tot een iets hogere rekening. Vraag twee: waarom lukte het dan niet? Er is blijkbaar niet alleen het geld. Een snelle rondvraag bij scholen levert een rijtje argumenten op: de aankoop van computers kan nog, maar wie onderhoudt ze? De ICT-coördinatoren zijn leraren die daarvoor enkele uren worden vrijgesteld. Die draaien nu al veel over- uren. Gratis wel te verstaan. En dan zouden die leraren ook nog moeten optreden als opleider voor de collega's, als stimulator voor de andere leraren. Een school meldt dat de leerlingen nu in prefabklassen zitten, terwijl de computers in het hoofdgebouw staan: alleen dáár kunnen ze worden beschermd tegen vochtigheid, temperatuurschommelingen en vrieskou. Misschien ligt het antwoord op beide vragen wel in een vorig jaar verschenen licentieverhandeling. In Muizenissen. Een inventaris en een kritische evaluatie van het actuele Vlaamse ICT-stimuleringsbeleid in het secundair onderwijs licht Mannu Wuyts, zelf ICT-coördinator, het Vlaamse beleid door. Zijn conclusies liegen er niet om. Kort samengevat. Er zijn duidelijk veel meer computers in de klassen dan een paar jaar geleden. Er zijn natuurlijk de Europese afspraken over een netjes uitgestippeld traject. Eind 2001: alle scholen hebben een internetaansluiting en multimedia ter beschikking. Eind 2002: alle leerkrachten hebben internet en kunnen ermee werken. Eind 2003: alle leerlingen kunnen met een computer werken. Het Vlaamse onderwijsbeleid volgt netjes de Europese accenten en ook de motivering: economische motieven als concurrentiepositie zijn troef. Vandaar dat onderwijs en opleiding bijna synoniemen worden, terwijl ze dat niet zijn. Vlaanderen moet dringend op zoek naar eigen accenten. Er is het probleem van de infrastructuur. Die gaat het onderwijs te lijf met een eenvoudige ratio leerling/computer. Die doelstelling - één computer per tien leerlingen - lijkt gehaald, maar de vraag is wat we met die computers dóén. Na veel overleg - ook met de industrie - is daarop nog steeds geen antwoord. Er is, schrijft Wuyts, geen overtuiging, geen visie, tenzij dan het ongebreideld geloof in de kennissamenleving. Ter aanvulling: die visie is er, een jaar nadat de verhandeling verscheen, nog altijd niet. Wat wil dat in de praktijk zeggen? Er is zeker meer geld nodig om alle jongeren via de scholen kennis te laten maken met ICT. Maar er is zeker ook vorming en onderzoek nodig. Vorming van aspirant-leerkrachten. Uit een rapport bleek onlangs dat de lerarenopleiding daar tekortschiet. En er is onderzoek nodig naar de leereffecten van ICT op school en naar de gevolgen van die veralgemeende computerisering van ons onderwijs. En vooral naar didactische methodes om modieuze termen als 'de leraar als coach' in te vullen op een manier waar iedereen - en dan in de eerste plaats de leerlingen - beter van wordt. En dat impliceert dat er veel soepeler systemen komen in schoolstructuren, leerplannen, uur- en lessenroosters, taakomschrijvingen voor leraren. Maar - en de conclusie ligt voor de hand - dan moeten we af van het geloof dat computers alles zullen oplossen. Dat hebben we al eens gehoord bij de vorige 'revoluties': de schoolradio, de taallaboratoria, de schooltelevisie en de video's. Tegelijk zal de minister van Onderwijs de autonomie van de scholen serieus moeten nemen. Terwijl het nu lijkt dat er een verborgen agenda bestaat: namelijk de netoverschrijdende, zelfs netvervagende onderwijsherstructurering. Misjoe Verleyenhet aantal computers lijkt gehaald. maar wat doen we ermee?