Albert Bijnens, de laatste voorzitter van Waterschei, is actiever dan ooit. Weliswaar heeft hij onlangs zijn advocatenpraktijk overgegeven aan zijn zoon, maar hij is nog altijd voorzitter van de Genkse trainersschool en vooraanstaand lid van KRC Genk. Hij zit in het directiecomité, de raad van bestuur en de sportieve commissie. Bovendien is hij speler-voorzitter van de duivenbond.
...

Albert Bijnens, de laatste voorzitter van Waterschei, is actiever dan ooit. Weliswaar heeft hij onlangs zijn advocatenpraktijk overgegeven aan zijn zoon, maar hij is nog altijd voorzitter van de Genkse trainersschool en vooraanstaand lid van KRC Genk. Hij zit in het directiecomité, de raad van bestuur en de sportieve commissie. Bovendien is hij speler-voorzitter van de duivenbond.De jonge Albert Bijnens kwam bij Waterschei toen hij als advocaat de juridische dossiers van de club behandelde. Na verloop van tijd vroeg de voorzitter van de raad van bestuur hem in het bestuur te komen. Zo ging het toen: de advocatuur leidde naar het voetbal. Vandaag is vooral het omgekeerde waar: het voetbal neemt de advocatuur in de arm.En kunnen we dat een gunstige gang van zaken noemen?Albert Bijnens: Het kan in elke geval de juridische kwaliteit van uitspraken verhogen. Laatst is hier een zaak van Turkse Rangers binnengevallen. Turkse Rangers speelt in de eerste provinciale. De gerechtelijke correspondent van die club krijgt op vrijdag een aangetekende brief thuisbesteld. Maar hij is werken en dus kan hij de brief pas maandag afhalen op het postkantoor. Daarin staat dat een speler die zondag niet opgesteld mocht worden. Uitspraak van de Limburgse sportcommissie: Turkse Rangers verliest de wedstrijd want het heeft een niet-gerechtigde speler laten meedoen. Dat kan toch niet? Dan zeg ik: de aanwezigheid van een advocaat in zo'n commissie had dat kunnen voorkomen.Racing Genk. Daarover zei Aimé Anthuenis voor het seizoen dat het de belangrijkste kandidaat voor de titel zou zijn. Het is anders gelopen.Bijnens: Ik had er al mijn bedenkingen bij. Een tijd geleden drukte Het Belang van Limburg de foto's van zeven spelers af die voor de nationale ploeg geselecteed waren en uit Genk kwamen. Clement, Strupar, Oyen, Goor, Peeters, ik vergeet er een paar. Allemaal weggegaan. Wat is er gebeurd? We hebben ze laten vertrekken. Hadden we ze moeten houden? Konden we ze houden? Ik heb me er ondertussen bij neergelegd. Toen ik voorzitter van Waterschei was, hadden we een goede ploeg, maar we misten de infrastructuur en het geld. Gevolg: ze kwamen alle spelers weghalen. De voorbije jaren hebben we met Genk geprobeerd om zoveel mogelijk die cirkel te doorbreken. We zijn begonnen met 'klein' te kopen: niet te veel betalen, spelers de kans geven en hopen dat ze doorbreken. Dat is gebeurd. We hebben ze met winst verkocht. Nu staat er een stadion. We hebben een infrastructuur en grotere financiële mogelijkheden. Sportief is het altijd crescendo gegaan: bekerfinale gespeeld en gewonnen, vice-kampioen en kampioen geweest. De mensen zouden tevreden moeten zijn. Te snel gegroeid? Misschien wel. Nu wordt het moeilijk. Nu zijn we op een kruispunt aanbeland. Kunnen we het systeem van de voorbije jaren voortzetten, maar op een hoger niveau dan?Twee voorspelers weg en een andere trainer. Dat was het verschil met vorig seizoen. Wat heeft uiteindelijk het zwaarst gewogen?Bijnens: Je mag niet vergeten dat we over het gouden duo Strupar-Oulare praten. De nummers één en twee in de Gouden Schoen. Ik herinner mij dat Jos Heyligen over Oulare zei: laat maar gaan. En dat ik hem geantwoord heb: Jos, je gaat sportief inleveren. Oulare kreeg ook kritiek, dat weet ik: onder Anthuenis hoefde hij al eens niet mee te trainen en kon hij op faciliteiten rekenen. Maar hem altijd onder druk zetten, was dat de oplossing? Van Strupar zeiden ze op dat ogenblik ook dat hij slecht aan het spelen was. Dan laat je hem iets makkelijker gaan. Als hij achter een vrijschop ging staan, was het raak. Dat zie ik nu niet meer gebeuren. Waarschijnlijk hebben alle anderen niet van hun waarde verloren, alleen is de motor aan het sputteren gegaan. En als je voor de titel gaat, moet iedereen op niveau spelen. Ik hoor de mensen zeggen: je had ze moeten houden! Strupar heeft geweend. En die tranen waren gemeend. Maar als wij moeten betalen wat hij in Engeland verdient, zijn we binnen de kortste keren blut. Aimé zei altijd: je moet de poort gesloten houden. Een tijd lang is dat gelukt. Clement kon halfweg het seizoen naar Coventry, maar Anthuenis heeft zo lang op tafel geklopt dat hij tot het einde bleef. Over Jacky Peeters heeft zijn broer Mathy gezegd: een genereus voorstel naar Belgische normen. Maar Bielefeld is nog wat anders. Dikwijls wil de speler zelf weg om méér geld te verdienen. En dan is er nog een moreel probleem: een speler heeft een korte carrière. Je kan geen beroep meer doen op zoiets als clubliefde. Vroeger ging het nog 'voor een kreempje en een pint bier', maar dat is toch al een tijd geleden.Het vervangen van Anthuenis betekende in elk geval een stap terug. Wat was de redenering bij het aantrekken van Jos Heyligen?Bijnens: In eerste instantie zijn we niet met Heyligen gaan praten. Onze eerste keuze was Hugo Broos. Daarna pas ging het tussen Heyligen en Willy Reynders. Ik kende ze allebei persoonlijk: Heyligen had nog in Waterschei gespeeld en Reynders geeft les aan de trainersschool van Genk. Daarom heb ik me bij de keuze zoveel mogelijk op de achtergrond gehouden. Als het mislukt, krijg je achteraf toch maar commentaar. Jos Heyligen heeft twee dingen gedaan die ik persoonlijk niet goed vond. In het begin heeft hij enkele keren laten uitschijnen dat hij ze zou leren voetballen. Dat is hem niet in dank afgenomen. En verder heeft hij, en hij niet alléén, nogal vroeg gezegd wie er weg mocht. Dat doe je niet in het midden van het seizoen, tenzij binnenskamers. Voor het overige kan ik alleen maar vaststellen dat Jos veel punten behaald heeft. Dat kun je hem dus niet verwijten. We speelden niet goed, maar dat lag niet alleen aan hem. En na de 5-0 op Standard zijn de supporters met spandoeken verschenen.Eerst stelde het bestuur zich ferm op, maar daarna krabbelde het terug.Bijnens: Ten tijde van Standard was ik in Marokko om te scouten. Ik denk dat er toen een fout gemaakt is. Voor de thuiswedstrijd tegen Charleroi zijn er contacten geweest met het oog op een nieuwe trainer en die zijn uitgelekt. Heyligen heeft dat vernomen en reageerde als een geslagen hond. Het interview na afloop van die wedstrijd was beneden alle peil, je voelde toen dat hij uitgeblust was. Was dat verwonderlijk? Het bestuur ging openlijk aan de spelers vragen wat ze van de samenwerking vonden.Bijnens: Maar dat was in het begin van het seizoen ook al gebeurd. Ik heb toen een gesprek tussen spelers en trainer georganiseerd. Ik heb gevraagd: zeg het als het niet goed is. Jos zei: dat vraag ik ook geregeld, maar als ze het niet doen. Na het gesprek had ik de indruk dat het in orde was. Achteraf bleek dat niet zo te zijn. Hier en daar had Jos tegenstanders. Voor de eerste keer ging het minder met ons en dacht het bestuur dat het alle hens aan dek moest roepen. Volgens mij is dat te snel gebeurd. Aimé was een vaderfiguur die stiptheid eiste. Jos was kalmer. We hadden behoefte aan iemand als Boskamp. Iemand die rondvliegt en roept. Weer animo in de zaak. Dat leidde niet tot een merkbare verbetering. Waarom liet het bestuur Heyligen het seizoen niet afmaken? Was de breuk met de spelers zo duidelijk?Bijnens: Toch tamelijk. In vergelijking met het eerste gesprek stond een meerderheid van spelers nu niet meer achter hem. Zij moesten per slot van rekening met hem werken, niet wij. Achteraf gezien stel ik vast dat iedereen zich verkeken heeft op de bekerwedstrijd tegen Ingelmunster. Ook de trainer. 8-0! Iedereen dacht: de ploeg is nog beter dan ze ooit geweest is. ( Lacht.) Misschien is Heyligen ook het slachtoffer geworden van zijn eigen zachtheid. Spelers vertrokken, maar hij klopte niet op tafel. Alleen toen Strupar aanstalten maakte, liet hij zijn stem horen. Met Anthuenis was dat anders gelopen, denk ik. Aimé zou ervoor gepleit hebben om Strupar tot het einde te houden. Anthuenis had veel inspraak in aan- en verkopen. Geldt dat ook voor Boskamp?Bijnens: De mening van de trainer is belangrijk. Maar het is de club die beslist. Ik zeg altijd: koop nooit tegen de zin van de trainer. Dat is slecht voor de speler en slecht voor de club. We zijn nu op een punt gekomen dat we overal in het buitenland aanspreekpunten moeten hebben. Een binnenlands scoutingsysteem hebben we, we moeten dat nu ook internationaal uitbouwen. Maar u gaat zelf naar Marokko om een speler te scouten.Bijnens: Dat vind ik persoonlijk ook niet goed. Een speler één wedstrijd bezig zien: wat leer je daaruit? Trouwens, de besten waren op dat ogenblik al weg. Het gekke was dat Anthuenis daar in Marokko ook in de tribune zat. Ook te laat. De aankopen van Genk zijn niet het succes van één man, maar van de hele club. Alisic heeft Strupar binnengebracht? Ik zeg: Alisic kende Strupar niet, hij heeft hem aangeboden gekregen. Jacky Peeters? Die stond bovenaan de scoutinglijst van Vince Briganti. En Dave Oyen. Genk had hem laten gaan omdat twee hartspecialisten klachten hadden vastgesteld. In St.-Truiden zat hij op de bank. Kolonel Colla heeft zich daar toen over beklaagd bij mij. Kolonel Colla was onze contactman in Leopoldsburg, als we een speler dichtbij gekazerneerd wilden hebben. In die periode zat ik niet meer in het bestuur. Toen ik terug begonnen ben, is Colla mij komen opzoeken in mijn kantoor. Het nieuwe contract is daar opgemaakt. Dave heeft uiteindelijk 105 miljoen opgebracht.U bent inderdaad enkele jaren uit het bestuur weggebleven. Waarom?Bijnens: De rechtstreekse aanleiding was de aankoop van doelman Ivkovic. Daarvoor was ik het al niet eens geweest met de komst van Gerard Plessers. Veel te duur. En ik vond ook dat Künnecke, die Winterslag trainde op het ogenblik van de fusie, niet de eerste trainer van Genk kon worden. Het gevolg was dat Waterschei-jongeren als Vangeneugden en Medved hun kans niet kregen. Ivkovic was nog een andere zaak. Ik vond Gaspercic een goede doelman. Maar toen ging hij enkele keren onder de bal door en hadden we een keepersprobleem. Ivkovic werd ons aangeboden. De meerderheid was tegen. Toen is er een nieuwe raad van bestuur samengeroepen, mensen zijn opgebeld met de opdracht om zo en zo te stemmen. Het gevolg was dat we in de minderheid gesteld werden. Daar heb ik mijn conclusies uit getrokken. Hoe professioneel gebeurt het aankopen van spelers nu? Komt het nog voor dat een speler alleen op basis van een videocassette een contract krijgt?Bijnens: Dat kan ik me niet meer voorstellen. Maar het is moeilijk, vooral omdat je vaak in het buitenland moet zoeken. En als je met makelaars te doen krijgt, moet je in vertrouwen kunnen werken. Ik had er vroeger één uit Duitsland. Hij had eigendommen in België en ik was zijn advocaat hier. Op een dag lees ik in de krant dat hij drie Duitsers aan Hasselt verkocht had. Ik woedend, omdat hij ons niet de eerste keuzemogelijkheid had gelaten. Belde hem op. Maak je geen zorgen, zei hij, als het goeie waren, had ik je zeker getelefoneerd. En zo was het, aan het einde van dat seizoen degradeerde Hasselt. Een aankoop doen is altijd riskant. We weten soms weinig. Op zekere dag telefoneert Jef Vliers mij: hier loopt een wonderknaap te voetballen en jij ligt te slapen. Ik ernaartoe. Jef had het over Heinz Gründel, die inderdaad een schitterend doelpunt maakte. Ik vind dat prachtig, zei ik, maar hij speelt nu wel tegen spelers van Wellen. We kochten Gründel. Naast hem zat Erwin Albert. Moet je hem ook hebben, vroeg de makelaar, hij moet maar 1.750.000 kosten. Nee, zei ik, over hem heeft de trainer niets gezegd. We nemen Albert niet, hij gaat naar Beveren en wordt daar kampioen. Je kunt je vergissen. Anthuenis heeft ook miskopen gedaan voor ons: Gaens, Vanmarsenille. Ze waren in verhouding niet duur en dus weegt het minder zwaar dan wanneer je 40 miljoen betaalt, maar op de keper beschouwd is er geen verschil.De vraag was of het in vergelijking met tien jaar geleden nu deskundiger toegaat.Bijnens: Ja. En soms niet. Je moet ook geluk hebben. Ik zal twee voorbeelden geven, het gaat telkens over een keeper. Jef Vliers had opeens geen doelman meer. Hij stelde Klaus Pudelko voor, een Duitser van Pirmasens. De voorzitter van de raad van bestuur was in Joegoslavië en Michel Indesteege, die clubvoorzitter was, zat aan de kust. Roep de mannen samen, zei hij aan de telefoon, en beslis maar. Ik was pas in het bestuur. Wat moesten we doen? Ik zei tegen Jef: zet hem in de goal, en begin maar naar hem te trappen, Placido Massignani en ik zullen kijken. Jef heeft een uur lang ballen staan trappen naar Pudelko. Het was een goede, vonden we. Voor 750.000 frank gekocht. De eerste wedstrijd was tegen Winterslag. Pudelko ging twee keer onder de bal door. Die van Winterslag zeiden: hier hebben ze weer wat gekocht. Achteraf hebben we veel plezier aan Klaus beleefd. Enkele jaren geleden kocht Genk Brockhauser aan. De ploeg trok op trainingskamp naar Nederland en wij gingen op bezoek. Het ging over de nieuwe keeper. Aimé Anthuenis zag het niet zitten. Hij kon het zelf niet geloven. Ik denk dat we ons vergist hebben, zei hij, weet je wat ik daarstraks tegen de spelers gezegd heb? Ik heb gezegd: ga nu eens op 50 meter staan en trap dan van daar. Kijken of hij er dan nog in zit. ( Lacht.) En wat is nu, alles wel beschouwd, het verschil tussen Anderlecht en Genk?Bijnens: Bij ons is gezegd: als we in vijf jaar drie keer Europees spelen, is het goed. Bij Anderlecht ligt dat anders. En Anderlecht kan spelers kiezen op een hoger niveau dan wij. We hebben Goor aan hen verkocht. Michel Verschueren heeft later verteld hoe hij dat binnen zijn bestuur aangebracht heeft. Hij vroeg: wie staat eerst in de doelschuttersstand? Dat wisten ze. En wie tweede? Het waren er al minder die dat wisten. En wie derde? En wie vierde? Dat was Goor. Achteraf hebben we het er met Verschueren nog over gehad dat ze veel te veel voor Goor betaald hebben. Maar goed. Dat is dus het verschil: spelers als Goor halen wij op een lager niveau binnen, Anderlecht begint pas op een bepaalde hoogte te kiezen.Weten ze in de bestuurskamer van Genk wie de vierde doelschutter van het ogenblik is?Bijnens: Paas zeker? En die hebben we gekocht. ( Lacht.) Piet Cosemans