H et was hoogtijd dat er iets zou worden ondernomen. Iedereen moest zich maar eens afvragen of Europa tweederangs mocht worden. 'De grond van onze problemen is de internationale monetaire wanorde', stelde toenmalig premier Leo Tindemans (CVP) in 1975 in zijn rapport. 'Er bestaan Europese waarden, een Europese eigenheid. Maar waarom zijn we al niet sinds jaren effectief één?'
...

H et was hoogtijd dat er iets zou worden ondernomen. Iedereen moest zich maar eens afvragen of Europa tweederangs mocht worden. 'De grond van onze problemen is de internationale monetaire wanorde', stelde toenmalig premier Leo Tindemans (CVP) in 1975 in zijn rapport. 'Er bestaan Europese waarden, een Europese eigenheid. Maar waarom zijn we al niet sinds jaren effectief één?' Een eenheidsmunt, een gemeenschappelijk politiek leven, een gemeenschappelijke landsverdediging, en één onderling buitenlands beleid. En als het moet, een Europa met twee snelheden. 'Toen klonk het allemaal heel gewaagd. En het heeft tijd gekost - een kwarteeuw lang. Maar veel van de voorstellen uit het plan-Tindemans zijn stuk voor stuk verwezenlijkt. Men heeft ze niet allemaal aan hem toegeschreven. Maar hij heeft ze toch maar gelanceerd', zegt Philippe de Schoutheete de Tervarent. Tindemans zou De Schoutheete, een van de grote autoriteiten uit de Belgische diplomatie, later nog bedanken voor zijn 'perfecte loyauteit'. De oud-diplomaat had in 1975 meegeschreven aan het Tindemans-rapport. Later bekleedde hij tien jaar lang een van de meest begeerde functies uit de Belgische diplomatie. Tussen 1987 en 1997 was hij permanent vertegenwoordiger van ons land bij de Europese Unie. 'Permanente EU-vertegenwoordigers hebben meer macht dan ministers en staatssecretarissen', liet Jean-Luc Dehaene zich over die functie uit. 'Dat hangt af van het belang dat een minister hecht aan Europese zaken', relativeert De Schoutheete. 'Het is een invloedrijke en zeer interessante post. Maar met meer macht dan ministers? Zeker niet dan sterke ministers als Dehaene.'De Schoutheete was van dichtbij betrokken bij de onderhandelingen over het Verdrag van Maastricht, 'een van de belangrijkste realisaties' uit zijn loopbaan, en van Amsterdam. 'Vergeleken met vijftig jaar terug, is Europa onherkenbaar', meent hij. 'Maar het is anders geëvolueerd dan ik ooit heb gedacht. Ik meende te eindigen als ambassadeur van een eengemaakt Europa. Maar die functie heeft nooit bestaan en zal waarschijnlijk ook nooit worden gecreëerd.'Europa moet je dan ook bekijken op de langere termijn, meent hij. 'Als The Economist vraagt Is the alternative for Europe war?, dan heb ik geen antwoord. Ik weet alleen dat al decennialang het omgekeerde geldt. Dat Europa een alternatief is voor de oorlog. Een halve eeuw vrede in West-Europa hebben we sinds duizend jaar niet meer gekend.' PHILIPPE DE SCHOUTHEETE: Ik kan niet bevestigen dat de Conventie Europa op de problemen van de toekomst heeft voorbereid. Ze heeft wel een aantal niet te verwaarlozen resultaten bereikt, in het domein van onder meer politie en justitie. Maar het belangrijkste vind ik het politieke debat dat ze voor het eerst in de Europese geschiedenis op gang gebracht heeft. Terwijl de verdragen van Nice en van Maastricht onderhandeld werden tussen ambtenaren, is nu zestien maanden lang gedebatteerd tussen politici. Ook in de toekomst zouden wijzigingen aan verdragen aan een politieke vergadering worden voorgelegd. Vanuit het standpunt van de democratie is dat zeer belangrijk. DE SCHOUTHEETE: Het aantal meerderheidsbeslissingen is talrijker dan ooit tevoren. Maar op gevoelige domeinen blijft vooral het Verenigd Koninkrijk aan zijn veto vasthouden. In januari pleitten Frankrijk en Duitsland er in een gezamenlijk document voor om op het vlak van de buitenlandse politiek meerderheidsbeslissingen te aanvaarden als regel, met uitzondering van defensie. Een belangrijke stap, want de Fransen waren altijd fervente verdedigers van eenparigheid op dat gebied. Maar in de eindresultaten is het voorstel niet behouden. De Britten, de Zweden, maar ook de Polen wilden er niet van weten. Sommige nieuwe lidstaten willen op dit moment weinig toegevingen doen, wat betreft hun soevereiniteit. DE SCHOUTHEETE: Het probleem vandaag is niet dat de wil ontbreekt. Het is veeleer de eeuwige verdeeldheid tussen de lidstaten. De Conventie heeft dat zeer duidelijk gemaakt. Er zijn twee zwaartepunten in wat Europa wil waarmaken: enerzijds is er het thema van de veiligheid met criminaliteit, terrorisme, migratie. Anderzijds de rol van Europa in de geglobaliseerde wereld. Sommige lidstaten willen daartoe aan de instellingen meer macht geven, andere willen hun bevoegdheden beperken of zelfs terugdringen. Maar globaal genomen blijkt uit de discussies in de Conventie dat er binnen de instellingen meer macht gaat naar de lidstaten, en minder naar het communautaire, het gemeenschappelijke niveau. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat men een permanent voorzitter van de Europese Raad wil aanwijzen - een zeer intergouvernementele figuur - gekozen door de leden van de Europese Raad, met andere woorden de staats- en regeringsleiders van de lidstaten. Bovendien zijn de bevoegdheden van zo'n permanente voorzitter niet erg duidelijk. Waarschijnlijk overlappen ze met die van de voorzitter van de Commissie en met die van de minister van Buitenlandse Zaken. Volgens sommigen heeft Valéry Giscard d'Estaing het model van de Franse Vijfde Republiek voor ogen. De voorzitter van de Raad staat daarbij aan het hoofd van Buitenlandse Zaken en defensie - zoals de Franse president. De regering - binnen Europa de Commissie - krijgt dan de binnenlandse aangelegenheden. Maar dat klopt niet met de huidige omschrijvingen. Ik vrees dat er een driehoek zal ontstaan met de voorzitter van de Europese Raad, de Commissie en de buitenlandminister. Met spanningen aan elke zijde van de driehoek. De minister van Buitenlandse Zaken riskeert in elk geval weinig manoeuvreerruimte te krijgen, zeker als hij afhangt van eenparige beslissingen van de Raad. Maar op zijn minst kunnen we nu eindelijk antwoorden op de vraag die Henry Kissinger ooit zou hebben gesteld. Als hij in de toekomst naar Europa wil bellen, weet hij na al die jaren dan toch nog naar wie. DE SCHOUTHEETE: We staan veel verder dan een vrijhandelszone, de interne markt reikt veel verder: er is de eenheidsmunt, en er zijn ook enkele elementen op het vlak van de buitenlandse politiek. Ik heb grote waardering voor de Luxemburgse premier, die een van de beste staatsmannen is van Europa, en ik begrijp de frustratie die hij wellicht voelt. Ik deel ze ook voor een stuk. De indruk wordt altijd gewekt dat Europa al veel verder had kunnen staan. De realiteit is vaak heel anders. DE SCHOUTHEETE: Een idee dat door Jacques Delors ontwikkeld is. We hebben een monetaire unie in handen van de Europese Centrale Bank. Maar als tegenwicht hebben we ook behoefte aan een economische unie. Het economisch beleid is verdeeld, er is geen gemeenschappelijke economische politiek. De euroministers willen die wel voeren, maar ze opereren op een informele basis en willen dat blijven doen. Op een bepaald moment was er sprake van een Europees minister van Economische zaken. Maar dat was wellicht een brug te ver. DE SCHOUTHEETE: Het idee was goed. We moeten inderdaad een manier vinden om een Europese defensie-identiteit uit te bouwen. Maar de vraag rijst of het moment waarop premier Guy Verhofstadt het initiatief gelanceerd heeft, wel goed gekozen was. Het kwam er in een periode van volle spanning. Het werd dan ook in die context geïnterpreteerd. We moeten een Europese identiteit ontwikkelen die kan samenwerken met de NAVO, maar die even goed onafhankelijk kan opereren. DE SCHOUTHEETE: Ik denk niet dat we in oppositionele termen moeten denken. Op bepaalde vlakken verschilt onze visie van die van de neoconservatives van de regering-Bush, en dat moet bespreekbaar zijn. Dat was het probleem in de crisis rond Irak. Duitsland, Frankrijk en België hadden ten gronde gelijk, toen ze de rol van multilaterale instellingen als de Verenigde Naties verdedigden. Maar ze hebben te weinig diplomatie aan de dag gelegd om hun mening ten aanzien van de Britten en de Amerikanen kenbaar te maken. We stonden als twee blokken tegenover elkaar. Maar Europa heeft niet de fysieke macht om zich als een contrepoids op te stellen. Onze eigen ideeën moeten we blijven ondersteunen. En als we Europa verder willen uitbouwen, moet dat wellicht inderdaad zoals Habermas zegt. Ook Jacques Delors vindt dat we moeten voortbouwen op kernlanden met gemeenschappelijke doelstellingen. De Conventie heeft de nauwere samenwerking tussen enkelen alvast gemakkelijker gemaakt. Ze is trouwens ook uitgebreid naar defensie, wat vroeger verboden was. Maar het blijft moeilijk om een beperkt samenwerkingsverband op te zetten. DE SCHOUTHEETE: Naar de inhoud vind ik ze goed. Ik ben het er volledig mee eens dat we onze multilaterale visie op de wereld moeten verdedigen tegenover de unilaterale van de VS. Ik had alleen een paar kanttekeningen bij de wijze waarop ons land zijn visie heeft verwoord. Toen Turkije NAVO-steun vroeg omdat het zich bedreigd voelde, was ons antwoord dat het die niet nodig had. Dat was niet de verwachte houding binnen een bondgenootschap. Het was misschien wat te dogmatisch. DE SCHOUTHEETE: Heel ernstig. De dreiging was volgens mij reëel. De Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld is geen gematigd politicus. Hij neemt solide beslissingen. Op de achtergrond speelde trouwens nog een ander scenario. In bepaalde kringen raakte men ervan overtuigd dat de NAVO door de toetreding van de nieuwe lidstaten oostwaarts was opgeschoven. Men kon zich een hoofdkwartier in het oosten dan ook probleemloos indenken. Aanvankelijk vond het idee weinig weerklank, want een verhuizing kost bakken geld. Maar toen de spanning met België opliep, werd die mogelijkheid weer realistischer. DE SCHOUTHEETE: We zijn inderdaad een klein land. Maar dat betekent niet dat we een kleine speler zijn. België heeft altijd een vrij actieve diplomatie gevoerd. Toen zowel het hoofdkwartier van de SHAPE als de civiele organisatie van de NAVO in 1966 uit Frankrijk naar België werden overgeplaatst, schreef de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Pierre Harmel (PSC) een verslag over de positie van de NAVO in de wereld. Het Harmel-rapport heeft jarenlang een zeer belangrijke rol gespeeld. DE SCHOUTHEETE: Louis Michel heeft geprobeerd aan de Belgische diplomatie een ethische dimensie te geven, wat ik apprecieer. Als de ethische dimensie maar in evenwicht is met de economische belangen. Er ontstond onrust rond de haven van Antwerpen in verband met de genocidewet. Daarnaast is België ook de basis voor tal van internationale instellingen. Het is van belang dat ze gelijktijdig aanwezig zijn. Dat maakt de samenwerking veel gemakkelijker. De Europese vertegenwoordiger voor het buitenlandbeleid Javier Solana en secretaris-generaal van de NAVO George Robertson kunnen elkaar ontmoeten wanneer ze dat willen. Als de NAVO zich bijvoorbeeld in Boedapest zou bevinden, wordt dat een andere zaak. DE SCHOUTHEETE: Ik vind het een zeer redelijk voorstel. Ik denk zelfs dat het een van de weinige oplossingen is. Maar landen als het Verenigd Koninkrijk hebben er principiële bezwaren tegen. Ze willen niet dat belastingen hen van buiten hun grenzen worden opgelegd. Het is dus zeker niet een oplossing voor met- een. Ook niet voor de financieringsronde van 2006-2013. Dat beloven nog zware onderhandelingen te worden. Met 15 lidstaten was het al moeilijk. Met 25 wordt het een nachtmerrie. DE SCHOUTHEETE: Referenda opstellen over Europa is erg moeilijk. Precies zoals in België is de situatie zeer complex en dat weerspiegelt zich in de grondwet. Giscard vergelijkt het project van de Conventie graag met de Philadelphia Convention. Maar een staat in de 18e eeuw was veel minder complex dan een staat vandaag. Zullen de EU-burgers zich over het verdrag uitspreken? Hun stem zal veel meer zeggen over hoe zij het huidige Europa zien. Ingrid Van Daele'Een halve eeuw vrede in West-Europa hebben we sinds duizend jaar niet meer gekend.'