Het boegbeeld van het Waalse communautaire verzet en de voormalige burgemeester van Voeren José Happart (PS) heeft al een tijdje zijn persoonlijke 'Retour à Liège'gemaakt. Sinds 2000 zit hij in de gemeenteraad van de Vurige Stede, maar als voorzitter van het Waals parlement beschikt hij ook nog over het nodige aanzien om van tijd tot tijd zijn licht te laten schijnen over de vaderlandse politiek. Zoals enkele weken geleden, toen hij ervoor pleitte om het statuut van de faciliteitengemeente Voeren opnieuw te bekijken en het te betrekken in de besprekingen o...

Het boegbeeld van het Waalse communautaire verzet en de voormalige burgemeester van Voeren José Happart (PS) heeft al een tijdje zijn persoonlijke 'Retour à Liège'gemaakt. Sinds 2000 zit hij in de gemeenteraad van de Vurige Stede, maar als voorzitter van het Waals parlement beschikt hij ook nog over het nodige aanzien om van tijd tot tijd zijn licht te laten schijnen over de vaderlandse politiek. Zoals enkele weken geleden, toen hij ervoor pleitte om het statuut van de faciliteitengemeente Voeren opnieuw te bekijken en het te betrekken in de besprekingen over Brussel-Halle-Vilvoorde. 'Ik blijf erbij dat het de beste manier is om uit de impasse te raken. Ook de uitbreiding van het Brussels Gewest moet bespreekbaar zijn. Dat hoort nu eenmaal bij zulke onderhandelingen. De Vlamingen hadden gedacht dat ze B-H-V op een namiddag zouden kunnen splitsen. Maar ze vergeten dat er voor de Franstaligen helemaal geen probleem is en dat het in België de gewoonte is om communautaire kwesties te behandelen via de geijkte institutionele wegen.'Happart sluit zich niet aan bij eerdere uitspraken van zijn partijvoorzitter Elio Di Rupo dat er de komende tien jaar geen ruimte meer zal zijn voor communautaire onderhandelingen. 'We zijn wel bereid om rond de tafel te gaan zitten, maar dan wel op de manier zoals we dat vroeger hebben gedaan. Niet met een onderhandelingspartner die unilateraal zijn eisen wil doordrukken. Want we zijn het in Wallonië kotsbeu om de Vlaamse dictaten op te volgen. De Nederlandstaligen blijven maar dingen vragen, maar ze zijn nooit bereid om iets in de plaats te geven. Wij hebben dat spelletje intussen door en zeggen daardoor steeds vaker vlakaf non. Maar als er ernstige voorstellen komen, zijn wij nog altijd bereid om te praten.' In de jaren 1980 stond Happart zelf in het oog van de communautaire storm. Hij heeft het allemaal al eens gezien. 'Sinds de jaren 1960 is er om de zeven à acht jaar aan Vlaamse zijde een communautaire opstoot merkbaar. De crisis over B-H-V maakt dus deel uit van een cyclus. Dat neemt echter niet weg dat de toekomst van België in gevaar is. De Vlaamse Beweging wil maar één ding: de onafhankelijkheid van Vlaanderen. Dat gebeurt telkens via een ander dossier of met andere argumenten. Nu eens is de werkloosheid in Wallonië de aanleiding, dan weer zijn het de transfers binnen de sociale zekerheid. Over één ding hebben ze nog nooit gepraat: de pensioenen, omdat wij daar meer voor betalen dan de Vlamingen.'De poging om via het inschrijvingsrecht de lont uit het kruitvat van B-H-V te halen, stuit bij Happart op hevig verzet. 'Dat is helemaal geen oplossing. De ervaringen ten tijde van het Egmontpact tonen aan dat het een onwerkbaar instrument is en bovendien is het weer hetzelfde principe dat de Vlamingen hanteren: zij hoeven niets in te leveren. Als ze B-H-V willen splitsen, dan moeten ze echt betalen. En niet doen alsof.'H.C.