Ouderenmis-(be)handeling omvat alle bewuste of onbewuste handelingen, of het gebrek daaraan, die een oudere schade toebrengen. Fysieke of emotionele verwaarlozing en financieel misbruik komen regelmatig voor, net zoals schending van persoonlijke rechten. Eind vorig jaar publiceerde het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) een rapport met aanbevelingen voor een betere detectie en aanpak van het fenomeen. Een van de Belgische pijnpunten is immers het gebrek aan een coherente strategie. Ons land mist bovendien representatieve cijfers. In Vlaanderen liepen vorig jaar 420 meldingen of adviesvragen rond ouderenmis(be)handeling binnen via de CAW's, het Vlaams Ondersteuningscentrum Ouderenmis(be)handeling (VLOCO) en de algemene hulplijn rond geweld en mishandeling 1712. Wallonië noteerde 2.165 meldingen via Respect Seniors. Brussel rapporteerde 147 Nederlandstalige meldingen (2020) en 660 Franstalige (2019).
...

Ouderenmis-(be)handeling omvat alle bewuste of onbewuste handelingen, of het gebrek daaraan, die een oudere schade toebrengen. Fysieke of emotionele verwaarlozing en financieel misbruik komen regelmatig voor, net zoals schending van persoonlijke rechten. Eind vorig jaar publiceerde het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) een rapport met aanbevelingen voor een betere detectie en aanpak van het fenomeen. Een van de Belgische pijnpunten is immers het gebrek aan een coherente strategie. Ons land mist bovendien representatieve cijfers. In Vlaanderen liepen vorig jaar 420 meldingen of adviesvragen rond ouderenmis(be)handeling binnen via de CAW's, het Vlaams Ondersteuningscentrum Ouderenmis(be)handeling (VLOCO) en de algemene hulplijn rond geweld en mishandeling 1712. Wallonië noteerde 2.165 meldingen via Respect Seniors. Brussel rapporteerde 147 Nederlandstalige meldingen (2020) en 660 Franstalige (2019). "Die cijfers vertellen ons bitter weinig", zegt professor agogische wetenschappen Liesbeth De Donder (VUB). "Als je ze vergelijkt met de WHO-schattingen, weet je dat ze niet meer dan het topje van een enorme, onzichtbare ijsberg vormen. Dat geldt vooral in Vlaanderen, omdat slachtoffers en hulpverleners niet goed weten waar ze met klachten terechtkunnen." De Donder ontwikkelde RITI, een detectie-instrument voor hulpverleners, en verricht onderzoek naar de inclusie van ouderen in onze samenleving. Volgens haar verhoogde de coronacrisis het risico op ouderenmis(be)handeling. Ook hier ontbreken betrouwbare Belgische cijfers. De Donder: "We weten dat andere vormen van mishandeling, zoals kinder- of partnermishandeling, wél de hoogte in schoten. In die zin kunnen we verwachten dat geweld tegen ouderen ook toenam." Een Amerikaanse studie bevestigt dat vermoeden. Uit een bevraging van 900 ouderen bleek dat mis(be)handeling in de thuiscontext met 83% toenam sinds de start van de coronacrisis. Vanwaar de link tussen corona en mis(be)handeling? "Een overbelaste mantelzorger kan het risico verhogen", legt De Donder uit. In het onderzoeksrapport Mantelzorg in tijden van Covid-19 (HoGent, 2020) geven 2 op de 3 mantelzorgers aan dat ze de zorglast voelden toenemen tijdens de coronacrisis. Ze namen noodgedwongen meer taken op omdat professionele hulp en ondersteuning vanuit het eigen netwerk gedeeltelijk wegvielen. De helft van alle mantelzorgers geeft in het rapport aan continu onder spanning te staan. De Donder: "In situaties van chronische overbelasting ontspoort de zorg soms. De zoon, dochter of partner van het slachtoffer krijgt bepaalde zorgtaken dan niet meer gebolwerkt." "Daar kan een oudere fysiek of psychologisch onder lijden. Alles moet snel snel gaan, waardoor de mantelzorger onzorgvuldig te werk gaat of amper tijd heeft voor emotionele ondersteuning. Overbelasting kan ook leiden tot actieve vormen van mis(be)- handeling. In de meeste gevallen is een onheuse behandeling wel niet-intentioneel. Bewuste mishandeling is veeleer zeldzaam." Daarnaast stortte de coronacrisis veel ouderen in een gedwongen sociaal isolement. Ook daarin schuilt volgens De Donder een verhoogd risico op mis(be)handeling. "Enerzijds zijn er minder figuren die zorg kunnen verlenen, wat tot verwaarlozing kan leiden. Anderzijds betekent een kleiner netwerk ook minder sociale controle. Mis(be)handeling blijft in die context gemakkelijk onder de radar." Volgens de FOD Binnenlandse Zaken (www.besafe.be) woont 71% van de slachtoffers nog thuis. In 65% van de gevallen zijn pleger en slachtoffer dichte familie van elkaar. "Die emotionele band maakt spreken moeilijk. Het taboe is groot. Ouderen bevinden zich vaak tussen hamer en aambeeld. Ofwel verdragen ze het geweld vanuit het idee dat het nog wel meevalt en ze hun tijd wel zullen uitzitten. Ofwel spreken ze er wél iemand over aan, maar dan lopen ze het risico om ongewild in een woon-zorgcentrum te belanden. Bovendien manifesteert ouderenmis(be)handeling zich meestal als een geleidelijk proces van normvervaging. Naarmate de zorglast toeneemt, groeit ook de druk op de (zorg)relatie tussen oudere en mantelzorger. Zo beseft de mantelzorger soms te laat dat het werk zijn of haar grenzen overstijgt. Tezelfdertijd weet ook de oudere niet altijd wat er precies aan de hand is." "Ouderen met fysieke, psychische of financiële problemen lopen meer risico op mis(be)handeling. Zij zijn afhankelijker en bevinden zich vaker in een sociaal isolement. Omgekeerd zie je dat mantelzorgers sneller plegers worden als ze zelf in een kwetsbare positie zitten en op meerdere vlakken tegelijk moeten presteren." Het KCE-rapport moedigt mantelzorgers aan om het taboe te doorbreken: praat over wat moeilijk loopt. Mantelzorgers verdienen volgens het kenniscentrum ook een betere logistieke, financiële en psychologische ondersteuning. "Reflecteren over je eigen functioneren en tijdig aan de noodrem trekken is een goed idee", reageert De Donder. "Tegelijk moeten we ons durven af te vragen of we niet te veel verwachten van mantelzorgers. Mensen uit de 'octopusgeneratie' dragen vaak zorg voor hun kleinkinderen, hun ouders én hebben nog een betaalde job. Dat is een hele boterham. Ook professionele mensen zoals thuisverpleegkundigen krijgen veel te verwerken. Kun je altijd kwaliteitsvolle zorg leveren als je gemiddeld 30 huisbezoeken per dag moet afhaspelen? Geweld tegen ouderen zit evengoed in onze maatschappelijke structuren en in de keuzes die we maken. Ik noem dat institutionele mis(be)handeling." "Hoe organiseren we onze zorg? Welke plaats geven we ouderen in onze samenleving? Het zijn belangrijke vragen die mee bepalen hoe we met ouderen omgaan. Tijdens de eerste coronagolf ontnam men ouderen hun bewegingsvrijheid. Van de ene dag op de andere. Velen mochten hun kamer of voorziening niet meer uit. Het daaropvolgend sociaal isolement leidde tot emotioneel en psychologisch leed. Ik begrijp de goede bedoelingen achter dat beleid wel: men wilde ouderen zo goed mogelijk beschermen. Maar het legde ook pijnlijk bloot hoe weinig inspraak ze krijgen in beslissingen die hun leven sterk beïnvloeden. Misschien wilden sommigen hun familie blijven zien, ondanks het besmettingsrisico dat ze daarmee liepen. Je hoeft daar niet per se in mee te gaan, maar beluister die wensen op zijn minst ernstig. We zien ouderen nog te vaak als een hulpeloze, afgetakelde groep die we het best zo veel mogelijk uit handen nemen. Dergelijke gedachten brengen ons op dun ijs." Het KCE en De Donder ijveren voor meer bewustwording bij het brede publiek én beleidsmakers. 1 op de 5 Belgen is vandaag ouder dan 60 jaar. Door de vergrijzing zal dat aandeel nog toenemen. Slachtoffers van ouderenmis(be)handeling kampen geregeld met blijvende fysieke letsels, maar ook met depressie, angsten en posttraumatische stress. Het feit dat ouderen kwetsbaar zijn en vaak over weinig psychologische reserves beschikken, vergroot de impact van een slechte behandeling nog. Wie onheus behandeld wordt, loopt dubbel zoveel kans om vroegtijdig te overlijden. "Investeer in vroegdetectie en een overkoepelende aanpak", besluit De Donder. "Andere Europese landen doen het al, dus wij kunnen dat ook. Wallonië geeft de juiste richting aan. Daar werken ze met multidisciplinaire meldpunten per provincie en leiden ze hulpverleners en politiediensten actief op om alert te zijn voor mogelijke alarmsignalen."