Hij doet een bekentenis. In de jaren negentig was hij een pionier in de gouden gewesten van internet. 'Aanvankelijk verkondigde ik de droom van internet. Dit is het werk van een afvallige, van een insider die een outsider werd, die zoog aan het pijpkaneel maar intussen voor het lidmaatschap van de cultus bedankte.'
...

Hij doet een bekentenis. In de jaren negentig was hij een pionier in de gouden gewesten van internet. 'Aanvankelijk verkondigde ik de droom van internet. Dit is het werk van een afvallige, van een insider die een outsider werd, die zoog aan het pijpkaneel maar intussen voor het lidmaatschap van de cultus bedankte.' Andrew Keen (48) wil de argeloze internetgebruiker en de webutopisten provoceren, die prediken dat internet een poort is tot een hemel waar kennis én medezeggenschap voor iedereen bereikbaar worden. Hij doet dat in een vlot geschreven boek dat vorig jaar in Amerika verscheen: The Cult of the Amateur: How Today's Internet is Killing Our Culture and Assaulting Our Economy. Het boek is nu in het Nederlands vertaald als De @cultuur. Hoe internet de beschaving ondermijnt. Keen was vorige week in Nederland te gast waar hij de 21e globaliseringslezing gaf onder de titel Wisdom of the crowd. Keen benadrukt in zijn boek dat MySpace, Facebook en YouTube verantwoordelijk zijn voor een jongerencultuur van digitaal narcisme. Hij zegt dat kennissites als Wikipedia, waaraan door iedere gebruiker informatie kan worden toegevoegd, een aantasting betekenen van de autoriteit van de expert. Hij hekelt de 'kakofonie van anonieme blogs of inderhaast geschreven meningen die alleen maar tot doel hebben de schrijver van de blog in de schijnwerpers te zetten'. Hij zegt dat het digitale gepeupel hem haat. Hij hekelt hun 'oneindig digitaal oerwoud van middelmatigheid. Want de amateurapen in de huidige cultus kunnen hun met een netwerk verbonden computers gebruiken om van alles en nog wat in de openbaarheid te brengen. Van ondoordachte politieke opvattingen tot onbetamelijke video's, van pijnlijk amateuristische muziek tot onleesbare gedichten, beschouwingen, verhandelingen en verhalen.' ANDREW KEEN: Terwijl de utopisten het hebben over de onmogelijke, nooit geziene democratische kracht van internet. De burgerjournalistiek. Tegen dat verheerlijken van de amateur kom ik in opstand. Op de internetencyclopedie Wikipedia kan iedereen anoniem alles publiceren over om het even welk onderwerp. Ze geniet als nieuwsbron meer vertrouwen dan de websites van BBC. De blinde leidt de blinde. Als de massa mag bepalen wat waar is, loert er een gevaar. Ik beschouw het als mijn morele plicht mensen daarop te wijzen. Laten we er toch voor waken dat wij niet de geschiedenis ingaan als die eerloze generatie die bedwelmd door het ideaal van de democratisering iets belangrijks kapotmaakte: de professionele waarheid, het echte fatsoen en de artistieke creativiteit. Ik hou niet van die anarchie op internet. Ik heb een hekel aan de gladde, zogenaamde idealisten die zeggen dat een externe autoriteit niet nodig is. Ik wil op het web het begrip 'verantwoordelijkheid' introduceren. KEEN: Het ligt voor de hand dat daar handig misbruik van wordt gemaakt door mensen die hun ideeën willen propageren. Er bestaat geen hiërarchie meer in de waarde van informatie. Het blijft al gelijk of ze nu van een expert, een arts, een professionele journalist, een opgeleide in de materie of een idioot komt. Het systeem laat toe dat idioten zich verschuilen achter de zogenaamde wijsheid van de massa. In een cultuur van anonimiteit is het nog moeilijk een onderscheid te maken tussen een expert en een idioot. En doordat alles gratis is, is de waarde van intellectueel eigendom gereduceerd tot nul. KEEN: Klopt. Ik heb me lange tijd gewijd aan politieke theorievorming. Vooral politieke filosofie. KEEN: Ik weiger over mezelf te lezen in Wikipedia. Zolang ik niet weet wie een artikel geschreven heeft, waag ik er mij niet aan. Ik heb niets tegen Wikipedia op zich, maar... Kijk, ik wil niet met een zekere graad van arrogantie mezelf vergelijken met Socrates. Maar ik wil wel net als hij de luis in de pels zijn. Ik ben veel radicaler dan al die Web 2.0-libertairen die denken dat ze met een nieuwe technologie een open, niet-hiërarchisch platform creëren. De som van ieders waarheid is toch niet dé waarheid? Een van de grootste problemen van de webutopisten is dat hun ideologie geworteld is in anti-autoriteit. Autoriteit wordt op alle vlakken genegeerd. Ik wil niet gehoorzamen aan om het even welke autoriteit, maar wel respect opbrengen voor een gelegitimeerde expertise. Net als Socrates bepleit ik dat er een basis voor kennis moet zijn. Dat is een nobel streven. KEEN: Een samenvatting van de haatmail die ik kreeg. KEEN: Mijn blog is er omdat mijn literair agent en mijn uitgever dat van me wilden. Het geeft hen een comfortabel gevoel omdat iedereen een blog heeft. Ik hou niet van blogs, omdat ik er niet van hou mijn denkbeelden gratis weg te geven. Ik geef deze week speeches in Nederland en Finland. Daar word ik voor betaald. In een interview wil ik nog wel gratis mijn mening geven omdat het nu eenmaal hoort bij de marketing van een boek. Het is een vorm van publiciteit. Maar een blog genereert geen verkoop. Het is voor mij een toegang tot de agent die mijn boeken verkoopt en mijn speeches aan de man brengt. Het is gewoon een marketingmiddel. KEEN: Vrij veel. Mijn agent regelt dat. KEEN: Veel meer. Iemand als Clinton vraagt 300.000 euro voor een speech van een uur. Er zijn er die 50.000 krijgen. Zo hoog zit ik nog niet, maar ik krijg er genoeg geld voor. Ik ben geen rijke internetondernemer die kan teren op wat hij verdiend heeft en nu rustig thuis gratis kan zitten bloggen. Ik ben geen academicus die maandelijks een vast salaris krijgt en 's avonds uit 'engagement' gratis informatie op het net zet. Kijk, ik vind een blog niet slecht. Blogs brengen niet echt schade toe. Wie een interessant spreker wil worden, moet zijn expertise niet opbouwen door te bloggen. Een blog heeft enkel zin als men al een 'belangrijke stem', een expert is. Of een provocateur, zoals ik. De cultus van vrijheid en altruïsme van de web 2.0-utopisten is gevaarlijk. Het idee dat iemand in deze competitieve economie iets gratis zou weggeven, is absurd. Achter die gratiscultus zit een hele winstgevende industrie. Bedrijven als Google zijn oplichters. Ik wil media met openheid en verantwoordelijkheid. KEEN: Ja, ondanks hun beweringen dat ze democratischer en eerlijker zijn, zijn het corrupte en eenzijdige media. Heel wat nieuwssites zoals Digg en Reddit worden gemanipuleerd door mensen die de waardering van sommige items kunstmatig opvoeren op aanbevelingssites. Volgens The Wall Street Journal verkopen sommige marketingbedrijven 'voorpagina'-nieuws aan Digg. Anderen betalen om verhalen onder de aandacht te brengen. De wijsheid van de massa is duidelijk een illusie. En zelfs als er iets dergelijks zou bestaan, moeten we daar dan op vertrouwen? Het antwoord is uiteraard nee. De geschiedenis heeft bewezen dat de massa vaak niet erg wijs is. KEEN: Zonder grenswachters heerst er chaos. Dat wil niet zeggen dat die grenswachters blanke academici moeten zijn. Ik pleit niet voor een nieuwe elite. Maar er zouden wel meer mensen moeten opstaan die een context schetsen voor de toestromende informatie. KEEN: Dat weten u en ik als hoger opgeleiden. Maar voor vele mensen is die aandacht voor de context allang verloren. We weten nu alles en niets. Jorge Luis Borges heeft ooit een essay geschreven over de Bibliotheek van Babel, de oneindige bibliotheek. Ik denk dat hij het toen als grap bedoelde, maar het is nu wel realiteit geworden. Een kenniscentrum zonder logica, zonder centrum. Er heerst een totale informatiechaos. KEEN: Ja. Anoniem, incorrect, chaotisch, en overweldigend Het is een domein zonder concrete realiteit, waar het onderscheid tussen goed en kwaad en tussen waar en vals is weggevallen. Er heersen geen richtinggevende ethische normen. Het is een selectieve waarheid, meer nog, het is er letterlijk 'ieder zijn waarheid'. De ervaring van het surfen op internet lijkt op dolen in de bibliotheekzalen van Borges. Het is de bibliotheek van Babel. Het volgende decennium zullen er twee miljard nieuwe gebruikers op internet komen. In de onderontwikkelde landen is er niemand die hun hand vasthoudt. Wikipedia zal worden gebruikt als gratis vervangmiddel voor een schoolopleiding. Dat is dramatisch. KEEN: Als Diderot zou weten dat Wikipedia bestond, zou hij zich aangevallen voelen. Zijn hele model van de encyclopedie was net gebaseerd op het besef van de noodzaak van 'experts'. Diderot en de encyclopedisten voelden zich persoonlijk verantwoordelijk voor wat er in de encyclopedie stond. Net zoals de mensen van de Encyclopedia Britannica. Het is toch erg dat deze experts hun expertise moeten bewijzen en hun kwaliteit ter discussie wordt gesteld? Internet als oneindige ruimte die alles incorporeert, ondermijnt de notie van hiërarchie in de kennis - en daar wil ik toch nog van blijven uitgaan. KEEN: Sigmund Freud schreef over het instorten van het idee van een gemeenschap. Ik ben ook beïnvloed door mensen als Christopher Lasch en zijn theorie over onze narcistische maatschappij. Hij beschreef al eind jaren zeventig de manier waarop het individu extreem wordt geisoleerd en naar zichzelf toegedreven. Iedereen wordt steeds maar eenzamer. Dat is inderdaad al langer door sociologen beschreven. Het is niet de schuld van internet. Het individu raakt steeds meer opgesloten in zichzelf. Internet heeft dat verergerd. We zijn een slaaf geworden van onze zelfobsessie en internet heeft dat narcisme een ideaal platform gegeven. Het internet creëerde dat narcisme niet. Het is een spiegel van onze maatschappij. Ik weet het, mijn boek heeft een slechte ondertitel. Het idee dat internet onze beschaving ondermijnt, is absurd, omdat wij internet zijn. 'De grote verleiding', zo had hij mijn boek eigenlijk moeten heten. Omdat de Web 2.0-revolutie beloofde meer mensen meer waarheid te brengen. Maar wat het oplevert, zijn niet meer dan oppervlakkige observaties. KEEN: Heb ik weleens van gehoord. Ik weet trouwens niet zo zeker of waarheid vertraging haat. Waarheid is niet snel. Dat is het probleem met internet. Internet reflecteert onze obsessie met onmiddellijkheid. Als er een bom explodeert in Londen, beginnen alle mensen op internet van de ene site naar de andere te klikken. Dat is toch geen waarheid? Iets wat dichter bij de waarheid komt, is de waarheid van een journalist die feiten verzamelt en checkt en er dan uiteindelijk een interessant artikel over schrijft. Iemand die de explosie filmt en dat op het net zet, geeft geen analyse van de gebeurtenissen. Waarheid kan dus niet snel zijn. Maar iedereen is zo veeleisend geworden. We willen onmiddellijk de waarheid weten en liefst teruggebracht tot een item van een mooi verpakte minuut. Kennis vraagt tijd om te verteren. KEEN: Ja. KEEN: Ja, ja. Wie is dat niet? Dylan is een genie. Zo heb je er maar één in een generatie. KEEN: Wel... euh... Bob Dylan is een genie, maar Bob Dylan is geen filosoof. ANDREW KEEN, DE @CULTUUR. HOE INTERNET DE BESCHAVING ONDERMIJNT, UITGEVERIJ MEULENHOFF, AMSTERDAM, 2008 DOOR ANNA LUYTEN