'Wij moeten de ambitie hebben om weer twintig procent te halen', zegt Freya Van den Bossche. 'Lager mag de lat niet. Als we elke keer tevreden zijn als we standhouden of een beetje zakken, waar eindigen we dan?'
...

'Wij moeten de ambitie hebben om weer twintig procent te halen', zegt Freya Van den Bossche. 'Lager mag de lat niet. Als we elke keer tevreden zijn als we standhouden of een beetje zakken, waar eindigen we dan?' In de vorige Vlaamse regering was ze nog minister. Vandaag zit de 39-jarige Van den Bossche op de oppositiebanken van het Vlaams Parlement. Haar partij is er beroerd aan toe: bij de laatste verkiezingen bereikte de SP.A een historisch dieptepunt, en voorzitter Bruno Tobback is sindsdien omstreden, ook bij een aantal eigen kopstukken. 'Ook ik vond dat we beter zo snel mogelijk voorzittersverkiezingen zouden houden', geeft Van den Bossche toe. 'Maar we hebben ervoor gekozen om eerst de oppositie op gang te trekken en de partij onder de loep te nemen en pas daarna een voorzitter te kiezen. Ik heb mij daar-bij neergelegd, omdat ook daar goede argumenten voor bestonden. Ik vind het trouwens sterk van Bruno dat hij mij heeft gevraagd om die inhoudelijke vernieuwing mee voor te bereiden. Ik had per slot van rekening de meeste kritiek op een aantal inhoudelijke keuzes.' FREYA VAN DEN BOSSCHE: We hadden onze beginselen te veel vertaald in een defensief, conservatief socialistisch verhaal, dat louter gericht was op geld. Terwijl geld toch niet het enige criterium is om een goed leven te leiden. Onze boodschap moet breder. We moeten onze waarden duidelijker formuleren, en meer hoop uitstralen. VAN DEN BOSSCHE: Zeker. We hebben lang zeer goede bestuurders gehad. Wij gingen er te makkelijk van uit dat de maatregelen die zij namen het socialisme belichaamden. Daarnaast deden we te vaak een beroep op polls en peilingen om te weten welke maatregelen goed in de markt lagen. Het criterium was: wat vinden de mensen? Ik heb vaak gezien dat op basis van zo'n poll werd besloten om een bepaald standpunt niet te vertolken. Ook al lag het dicht bij de essentie van onze ideologie. VAN DEN BOSSCHE: Ik denk dat de manier waarop wij zijn omgegaan met diversiteit lange tijd mede daardoor werd in-gegeven. We waren te bang van de publieke opinie. Wij durfden mensen niet tegen de haren in te strijken. VAN DEN BOSSCHE: In onze samenleving ligt de focus vooral op het prominente racisme, zoals het Vlaams Belang dat uit. Maar een veel groter gevaar is het wijdverspreide latente racisme. Dat verklaart waarom iemand met een Turks klinkende naam twee keer zoveel sollicitatiebrieven moet sturen om uitgenodigd te worden voor een gesprek. Dat racisme is een sluipend gif, en het verklaart de achterstelling van grote groepen mensen. VAN DEN BOSSCHE: Ik vrees dat het overal zit in onze samenleving. Ook in politieke partijen, ook bij mensen die het zeer goed menen. En dus ook bij onze achterban, natuurlijk. Zo vind ik het geen goed plan om zigeuners te verjagen met luide muziek, omdat 'de mensen' die zigeuners niet lusten. VAN DEN BOSSCHE: Inderdaad. Dat maakte mij bang. En dat moeten we durven te zeggen. VAN DEN BOSSCHE: In de Verenigde Staten zijn een heleboel bedrijven ooit veroordeeld omdat ze systematisch discrimineerden. Vandaag hebben zij hun leven gebeterd. Niets houdt ons tegen om ook in België na te gaan in welke sectoren het probleem zich voordoet. VAN DEN BOSSCHE: Als ik in dit interview het verleden alleen maar zou verdedigen en blind zou blijven voor de fouten die we hebben gemaakt, dan zou mijn partij pas geen toekomst meer hebben. Ik geloof nogal in een eerlijke analyse. De angst voor electorale schade mag nooit de essentie van je ideeëngoed overschaduwen. Ik geloof trouwens dat we die eventuele electorale schade moeten nuanceren. Ik denk dat we net kiezers zullen winnen door een eerlijke analyse te maken en ons fundamenteel aan te passen. VAN DEN BOSSCHE: Het is niet omdat ik dit besef pas nu uitspreek, dat het al niet langer leeft, bij verschillende mensen in de partij. We hebben sinds 1978 nog maar twee verkiezingen gewonnen. In 1985, met Karel Van Miert. En in 2003, met Steve Stevaert. Al die andere keren was het standhouden of verliezen. Het probleem is dus fundamenteel. VAN DEN BOSSCHE: Ik zou niet tegen zo'n fusie zijn, maar ik maak er geen betrachting van. Wel van verregaande samenwerking. In Gent hebben we een rood- groen kartel, en niet uit armoede - we hebben hier met Daniël Termont al de populairste burgemeester van het land. Onze samenwerking is de vrucht van een goede verstandhouding. Filip Watteeuw, de Gentse kopman van Groen, en ik hebben tien jaar lang samen koffie gedronken. Zo groeide het vertrouwen. VAN DEN BOSSCHE: Hij zou dat ongetwijfeld goed doen, maar het zou mij verbazen als hij de Gentenaars zou achterlaten. VAN DEN BOSSCHE: Het ziet ernaar uit dat we meer dan één kandidaat-voorzitter zullen hebben. En als dat zo is, ga ik mij niet uitspreken voor de ene of de andere kandidaat. Ik hoop dat andere partijgenoten dat ook niet zullen doen. Zoiets verdeelt de partij. VAN DEN BOSSCHE: Ik denk dat u die kans niet mag uitsluiten. Maar het is evengoed mogelijk dat er nog andere kandidaten opduiken. VAN DEN BOSSCHE: Het is een publiek geheim dat ik goed met John opschiet. Ik heb enorm veel respect voor de integere manier waarop hij aan politiek doet. Dus ja, ik geloof in John. Maar ik zal geen partij kiezen. VAN DEN BOSSCHE: John heeft inderdaad veel tijd nodig om iets te zeggen wat ook kort gezegd kan worden. Dat is een werkpunt. Maar iedereen heeft werkpunten. Elke keer als John een bepaalde functie ging bekleden, waren er twijfels of hij wel de juiste man op de juiste plaats zou zijn. Toen hij kabinetschef werd van Johan Vande Lanotte. Toen hij provinciaal voorzitter werd in West-Vlaanderen. Toen hij staatssecretaris werd. Maar hij heeft het altijd toch maar gedaan. John is zeer authentiek in het rechtstreekse contact. Maar het is inderdaad zo dat bij een massa-medium als televisie andere wetten gelden. VAN DEN BOSSCHE: Dat heeft hij toch gedaan in zijn eigen provincie. Wie had kunnen voorspellen dat de SP.A in West-Vlaanderen zou vooruitgaan? Steve Stevaert, die toch een goede neus heeft voor tendensen, voorspelde John in die provincie een nederlaag. Hij heeft nu zijn ongelijk moeten toegeven. Ik geloof in John. VAN DEN BOSSCHE: Ja, ik geloof in iedereen die het beste voorheeft met de partij. Hij is ook een van onze beste debaters. VAN DEN BOSSCHE: Die mail is achteraf eenzijdig geïnterpreteerd als een anti-Brunomail. En dat was hij niet. Wij vonden dat de partij duidelijker afstand moest nemen van die actie in Landen. Ik ontken niet dat er toen ook wrevel was over de voorzitter, en voor sommigen was dat misschien een extra reden om de mail te ondertekenen. Maar daar ging het mij niet om. Die mail diende niet om Bruno een hak te zetten. VAN DEN BOSSCHE: Ik heb die ambitie niet. Iedereen denkt altijd dat elke politicus het hoogste ambt ambieert. Ik wil wel impact, maar hoef geen voorzitter te zijn. VAN DEN BOSSCHE: Ik heb vroeger een paar keer ja gezegd op een moment dat ik beter nee had gezegd. Ik heb dat ondertussen geleerd. VAN DEN BOSSCHE: Na mijn eerste periode in de federale regering, Verhofstadt II, van 2003 tot 2007, was ik een stuk geloofwaardigheid kwijt. Er is toen een vreselijk artikel over mij verschenen, waarin stond dat de zwaan een gans was geworden. Toen wist ik: het is met mij voor een paar jaar gedaan. Tijdens mijn tweede periode als minister, in de Vlaamse regering Peeters II, heb ik die geloofwaardigheid opnieuw proberen op te bouwen. En nu ben ik heel blij dat ik achter de schermen mag meewerken aan het verbredingstraject van de partij. VAN DEN BOSSCHE: Ik ga de komende maanden, samen met mijn partijgenoot Mohammed Ridouani uit Leuven, met veel mensen praten. Wij gaan vragen aan onze afdelingen om met ons het lokale verenigingsleven te raadplegen. Mensen organiseren zich vaak spontaan, op basis van concrete dossiers. De politiek komt daar soms heel laat achter. VAN DEN BOSSCHE: En bij zulke acties moeten wij aansluiting vinden. Wij gaan de komende negen maanden ons oor te luisteren leggen bij zulke actiecomités en andere verenigingen. Wij willen ons door hen laten inspireren. VAN DEN BOSSCHE: Het is niet omdat je je oor te luisteren legt, dat je geen keuzes meer maakt. Maar het is arrogant om te denken dat je alles beter weet. Een peiling organiseren omdat je bang bent van de publieke opinie is één ding. Gaan praten met verenigingen en de mensen van Ringland is iets anders. Mensen willen impact op de belangrijke beslissingen. Die kans willen wij hen geven. We luisteren maar eens om de vijf jaar naar de kiezers, en dat is toch echt te weinig. VAN DEN BOSSCHE: De uitslag van de verkiezingen wordt uiteraard gerespecteerd. Maar daarna denkt iedereen nogal snel: dit is wat Vlaanderen wil. En ik geloof niet dat we ervan mogen uitgaan dat Vlaanderen wil wat deze Vlaamse regering doet. VAN DEN BOSSCHE: Dat ze het armoederisico gaat verhogen. Dat ze alle Vlamingen een factuur gaat sturen voor essentiële diensten die in ons land altijd gratis of zeer goedkoop zijn geweest - denk aan onderwijs of openbaar vervoer. Deze regering wil alle socialistische verworvenheden terugschroeven. Dat voelden we al tijdens de vorige regering, trouwens: het was vaak twee tegen één - CD&V en N-VA tegen de SP.A. Die sfeer zat er allang voor de verkiezingen in. Wij moeten mensen er de komende vijf jaar van overtuigen dat wij een alternatief hebben. VAN DEN BOSSCHE: Natuurlijk. Maar wij zouden dat anders hebben gedaan. Ik vind het verdedigbaar dat er op de woonbonus wordt bespaard. Maar het is jammer dat een postbode met een klein huis minder krijgt dan iemand met een groot huis. VAN DEN BOSSCHE: Weet u wat ik vreemd vind? Toen de N-VA-minister van Begroting schulden maakte om de bankencrisis te bezweren, sprak niemand hem daarop aan. Terecht. Maar investeren in ziekenhuizen en scholen is blijkbaar uit den boze. Als socialisten over investeringen praten, vergelijkt men ons altijd met Guy Mathot, die zei dat de staatsschuld er vanzelf was gekomen en ook vanzelf weer zou verdwijnen. Ik vraag mij af waarom ze ons niet vergelijken met Paul De Grauwe, toch niet de eerste de beste econoom, die ook zegt dat we nu moeten investeren. VAN DEN BOSSCHE: Men zal dat allemaal proberen, ja. Dat is de mantra die de N-VA altijd maar blijft herhalen. Desnoods honderd keer per dag. En na een tijdje beginnen mensen dat te geloven. VAN DEN BOSSCHE: Ik heb onmiddellijk gezegd dat dit een factuurregering is. En ik zal dat blijven zeggen. VAN DEN BOSSCHE: Dat weet ik niet. VAN DEN BOSSCHE: Misschien moeten wij een voorbeeld nemen aan de manier waarop de N-VA communiceert, ja. Wij moeten onze mantra's luid en duidelijk en vaak genoeg herhalen. Wij moeten duidelijk maken dat rechts het systeem wil afbreken, dat rechts de ongelijkheid zal vergroten. En dat we daar allemaal slechter van worden. VAN DEN BOSSCHE: Ik moet eerlijk zeggen dat ik ziek word van de statistiek van de eenmalige waarneming. De N-VA schermt met het feit dat mensen met 65.000 euro inkomen per jaar een sociale woning huren. Door te wijzen op zulke uitzonderingen hebben ze maar één doel: het systeem afbreken. Wat John Crombez gedaan heeft op fraudebestrijding was net het omgekeerde: hij wilde de fraudeurs eruit halen, maar dan om het draagvlak voor het systeem te vergroten. VAN DEN BOSSCHE: Ik denk dat mensen tegenwoordig onvoldoende beseffen dat wij allemaal een risico lopen, en dat het systeem ons allemaal beschermt. Iedereen kan morgen ziek worden, iedereen kan morgen zijn job verliezen. Die boodschap gaat tegen de stroom in, maar die moeten wij blijven brengen. VAN DEN BOSSCHE: Onze basisbeginselen blijven natuurlijk dezelfde: vrijheid, gelijkheid en verbondenheid. Vandaag zijn onze drie belangrijkste thema's: duurzaamheid, de participatie van de samenleving waar we het net over hadden, en geluk. Zeker aan geluk moeten we volgens mij de komende jaren zeer veel aandacht besteden. (lacht) Ik zal daar mijn mantra van maken: geluk, geluk, geluk. VAN DEN BOSSCHE: U lacht al. Iedereen raadt mij voortdurend af om dat woord te gebruiken. Of stelt voor dat we het moeten hebben over 'immateriële waarden'. Maar waarom zeggen we niet duidelijk waarover het gaat? Wat willen mensen, voor zichzelf, of voor hun kinderen? Dat ze gelukkig zijn. VAN DEN BOSSCHE: Ik pretendeer ook niet dat wij de mensen gelukkig zullen maken. Maar ik vind wel dat een overheid in gebreke blijft als ze niet ziet dat bepaalde groepen systematisch ongelukkiger zijn dan andere. In het Verenigd Koninkrijk wordt dat gemeten: wie is gelukkig, wie niet, en hoe komt dat? Wij moeten de omstandigheden creëren waarin zo veel mogelijk mensen gelukkig kunnen zijn. VAN DEN BOSSCHE: Dat weet ik niet. Maar we kennen toch een aantal voorwaarden voor het geluk. Heel belangrijk is je eigen levenshouding en de manier waarop je tegen de dingen aankijkt. Daarnaast telt de mate waarin je je met anderen verbonden weet: in het gezin, in je buurt, in je kerkgemeenschap. We mogen de invloed van religie niet onderschatten. Al wordt daar in mijn partij soms gecrispeerd op gereageerd. Ik krijg scheldmails van partijgenoten omdat ik kinderen heb in het vrij onderwijs. VAN DEN BOSSCHE: Ik ben zelf geen vrijmetselaar, en ik heb niet de wens dat ooit te worden. VAN DEN BOSSCHE: Ik vind dat het in die kringen vaak aan openheid ontbreekt. Ik ben ook op zoek naar zingeving, maar ik heb zelf mijn weg gevonden. VAN DEN BOSSCHE: Inderdaad. Ik vind dat ook belangrijk. Ik denk dat het de taak van de socialisten is om zich daarmee bezig te houden. VAN DEN BOSSCHE: U bent niet de enige die denkt dat ik daarmee een risico neem. Maar ik denk dat er nog een ander, veel groter risico bestaat: niet te willen zien dat in ons land meer mensen zelfmoord plegen dan in de ons omringende landen. Wij staan in de top drie van Europa. Een op de drie mensen krijgt in de loop van zijn leven een depressie. Er is in deze tijdgeest toch iets wat het geluk van mensen in de weg staat. VAN DEN BOSSCHE: Ik vind dat we daar meer bekommernis om moeten tonen. VAN DEN BOSSCHE: Het is niet zonder aarzelen dat ik op uw vraag antwoord. Ik spreek niet graag over mijn privéleven en ik doe dat dan ook zo weinig mogelijk. Maar inderdaad: als adolescent heb ik een depressie doorgemaakt. Ik ben daar goed van hersteld, maar ik ben niet vergeten welke impact zoiets heeft op iemands leven, en op het leven van familie en vrienden. VAN DEN BOSSCHE: Steeds meer mensen trachten het taboe te doorbreken dat op depressie rust. Daar ben ik blij om. En al heb ik veel waardering voor de openheid waarmee mensen als Frank Van Massenhove en Guy Vanhengel hun verhaal brachten, zelf zie ik het niet zitten om mijn verhaal in de media te doen. Al kan mijn eenvoudige antwoord op uw vraag misschien een beetje helpen om duidelijk te maken dat een depressie niets anders is dan een ziekte, waarvan men kan herstellen. VAN DEN BOSSCHE: Het is lange tijd zo geweest dat het nieuws over mijn persoonlijke leven de rest overschaduwde, en ik wil niet terug naar die tijd. VAN DEN BOSSCHE: Misschien wel. Maar er is een grens die ik altijd heb bewaakt: mijn kinderen hebben nooit in de bladen gestaan. Ik zou de week voor de verkiezingen de cover van verschillende tijdschriften kunnen krijgen als ik poseer met mijn gezin. Maar dat zou ik nooit doen. VAN DEN BOSSCHE: De toon van haar stuk vond ik een beetje te pathetisch: je moet jezelf niet als slachtoffer voorstellen, want als politicus heb je een bevoorrechte positie in de maatschappij. Maar ik vond het wel straf dat zij haar kwetsbaarheid deelde. Zij gaf toe dat ze soms bang was voor het oordeel van de media en de publieke opinie. VAN DEN BOSSCHE: Ik heb geleerd dat ik mij niet moet vereenzelvigen met mijn job, dat ik negatieve commentaren niet meer moet laten wegen op mijn zelfbeeld. Maar het publiek is niet altijd even zacht, dat weet u ook: u moet maar eens lezen hoe mensen soms reageren op Twitter. Ik hou daar niet van, zo hard zijn voor mensen. VAN DEN BOSSCHE:(slaat handen voor haar gezicht) O, nee. Moeten we het daar echt over hebben? Ik ga het simpel samenvatten. Er is een belangrijke groep mensen geweest, u mag hen gerust situeren bij de oudere generatie, die vonden dat het moeilijk was om met Frank samen te werken. Die mensen hebben de hete aardappel doorgeschoven naar Caroline Gennez. VAN DEN BOSSCHE: Doe geen moeite. Ik noem geen namen. Ik zeg alleen dat de emmers drek waarmee Caroline is overladen over andere hoofden gekapt hadden moeten worden. Zij hebben Caroline de prijs laten betalen voor een beslissing die zij hebben gewild. Het was niet erg moedig dat zij zich hebben weggestoken. VAN DEN BOSSCHE: Dat is gemakkelijk gezegd. Het gaat over mensen met veel aanzien in de partij. En zij vroegen in consensus aan Caroline om die beslissing te nemen. Een voorzitter die niet arrogant is, denkt in zo'n geval wellicht dat dat de beste beslissing is. VAN DEN BOSSCHE: Ik ga over niemand iets negatiefs zeggen. Ik vind Frank nog altijd een van de meest inspirerende mensen in onze partij. Het is niet omdat hij van het toneel verdwenen is, dat hij niet meer tot de groep behoort. VAN DEN BOSSCHE: Er zijn weinig mensen die zo veel geloofwaardigheid hebben als Frank, dat is absoluut zo. VAN DEN BOSSCHE: Ik weet niet of Frank dat wil, maar ik ben sowieso van plan om met hem te gaan spreken over onze inhoudelijke vernieuwing. Moeilijkheden tussen personen mogen niet in de weg staan van een meerwaarde voor de partij. Frank heeft trouwens ooit een hele mooie tekst geschreven over geluk. Ik hoop dat we hem bij onze verbreding kunnen betrekken. VAN DEN BOSSCHE: Als ik daar ja op antwoord, zult u de neiging hebben om daar de kop van te maken. En ik wil geen beeld ophangen van een partij die zichzelf blijft kastijden om de fouten uit het verleden. Onze partij telt trouwens heel wat sterke figuren. U ziet ze misschien niet altijd, maar ze zijn er wel. VAN DEN BOSSCHE: U zou dat ook net omgekeerd kunnen formuleren: als u de sterke figuren niet ziet, hebben wij duidelijk nog een groot potentieel.DOOR JOËL DE CEULAER EN WALTER PAULI, FOTO'S YANN BERTRAND'Wij moeten de omstandig-heden creëren waarin zo veel mogelijk mensen gelukkig kunnen zijn. Dat is de taak van de socialisten.' 'John Crombez is zeer authentiek in het rechtstreekse contact. Maar bij een massamedium als televisie gelden inderdaad andere wetten.'