Monique Hawkins trok grote ogen toen ze de brief van het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken las. Aangezien ze geen wettelijke rechtsgrond had om in het Verenigd Koninkrijk te verblijven, stond er, werd ze vriendelijk verzocht de nodige voorbereidingen te treffen om het land te verlaten. Het was niet meteen het antwoord waarop de Nederlandse computeringenieur had gehoopt toen ze besloot om na 24 jaar in Engeland toch maar een verblijfsvergunning aan te vragen. Hawkins, afgestudeerd in Cambridge, moeder van twee met een Britse echtgenoot, had er nooit eerder over gepiekerd. Als EU-burger genoot ze in het Verenigd Koninkrijk een volwaardig statuut, stemrecht bij lokale verkiezingen inbegrepen. Maar precies daar knelde de schoen: wat als straks de brexit een feit is? De gevolgen voor EU-burgers in het Verenigd Koninkrijk zijn nog onduidelijk, maar Hawkins kon er zich wel een tafereel bij voorstellen: zij die op de luchthaven lange wachtrijen moet trotseren, terwijl man en kinderen de fast lane voor Britse staatsburgers mogen gebruiken. Zover hoefde het niet te komen. Wie minimaal vijf jaar verblijf in Engeland kan aantonen, komt in aanmerking voor 'permanent residency', een verblijfstitel die als opstap kan dienen naar een volledige naturalisatie. De aanvraag is echter geen sinecure: na 15 pagina's met instructies volgt een trein van 85 pagina's met gedetailleerde vragen. Hawkins besteedde er een heel weekend aan, maar toch ging het mis. Het struikelblok was haar paspoort: ze had een k...