Het programma is multidisciplinair, internationaal, veeltalig intercultureel. Identiteit, macht, multiculturaliteit, het fragiele van de mens, zijn de grote thema's
...

Het programma is multidisciplinair, internationaal, veeltalig intercultureel. Identiteit, macht, multiculturaliteit, het fragiele van de mens, zijn de grote thema's'Ik denk dat in de 21ste eeuw het woord bastaard een compliment moet worden in plaats van een belediging, want we zijn allemaal bastaards en het zuivere ras bestaat niet.' Op artistiek vlak onderkent Frie Leysen een soort vermenging tussen de diverse disciplines, een soort hybriditeit die volgens haar misschien significant zal worden voor de jaren 2000. Het programma is dan ook een weerspiegeling van wat er in het artistieke veld gebeurt, de keuzes van de kunstenaars. 'Wij vinden natuurlijk niets uit, wij kiezen alleen. In het verleden had je grote tendensen. De jaren '70 waren de jaren van het theater, de jaren '80 die van de dans, de jongste jaren kun je dergelijke tendenzen niet meer aanwijzen. De vernieuwing gaat meer uit van individuele artiesten die dan ook de vrijheid krijgen om met die verschillende kunstvormen te spelen. Ik vind dat interessant in zoverre het een reflectie is over de beste manier om uit te drukken wat je wil vertellen. Als het een zoektocht wordt op zich, is het een soort gadget en in die zin ook niet belangrijk.' In het programma vallen er twee dingen op. De Monterverdi-cyclus die wordt voortgezet met twee wereldpremières door het Argentijnse theatercollectief El Periférico de Objetos (Argentinië) dat bestaat uit schrijvers, acteurs en plastische kunstenaars, en Socìetas Rafaello Sanzio (Italië). In de editie '98 lag het accent op de opera's van Monteverdi met Trisha Brown ( Orfeo) en de Zuid-Afrikaanse plastisch kunstenaar William Kentridge ( Il Ritorno d'Ulisse). Dit jaar laten de twee gezelschappen zich inspireren door de Madrigalen. Frie Leysen: 'Het is een soort vingeroefening die we samen met de Munt maken. Hoe werken mensen van elders, met een andere bagage en visie op opera en die niet geconditioneerd zijn door de operacodes, de gangbare budgetten en werkmethodes met dat materiaal? Dat is een verrijking voor het genre en de artiest zelf. Het gaat terug op de vraag die al gesteld is. Wat is hedendaags? Voor mij is hedendaags dat wat vandaag relevant is, dat kan Shakespeare zijn, dat kan Monteverdi zijn,...' Wie het lijstje met het tekstmateriaal bekijkt, kan er niet omheen. Naast een aantal hedendaagse schrijvers (Richard Foreman, Gerardjan Rijnders, Chantal Akerman, Agota Kristof...) wordt er overvloedig teruggegrepen naar auteurs van rond de eeuwwisseling (Tsjechov, T.S. Eliot, Brecht, Gorki, Eisler,...). Schrijvers die in hun tijd de onrust en onvrede beschreven en de nood aan menswaardigheid. Het is wellicht geen toeval dat kunstenaars deze teksten kiezen om de humana fragilità, de menselijke kwetsbaarheid in onze wereld, te verdedigen. Frie Leysen: 'Het is iets wat je niet organiseert, een keer dat het programma er ligt, denk je, tiens. Het is het ondersteunen van de humana fragilità in een wereld waar we allemaal sterk, mooi, slim moeten zijn. Voor mij is het heel belangrijk om dit te verdedigen, niet als een zwakheid maar als een gegeven waarmee we moeten leven en het is wellicht mooi als we dat kunnen accepteren, die fragiliteit. Maar dat impliceert ook vragen over macht, en het doel van die macht in de handen van een fragiel wezen, wat er mee gebeurt en waartoe dat kan leiden. Er is de schoonheid van die fragiliteit, maar ook het gevaar ervan in alle betekenissen.' 'De artiesten die uitgenodigd zijn getuigen van wat er leeft in hun maatschappij. En het is niet altijd zwaar of tragisch, er is ook veel poëzie, humor en lichtheid. Neem Ricardo Bartís, hij brengt serieuze onderwerpen met een grote dosis humor. Wat hij gemeen heeft met Marthaler is dat hij een maatschappij bekritiseert niet door te zeggen "u bent zo", maar "wij zijn zo". Hij rekent zichzelf daarbij en dat verandert de toon, het wordt een genereuze kritiek.' Macht en dominantie zijn ook de kernvragen in het werk van de Chinese kunstenaar Wang Jianwei, de derde wereldcreatie in het KunstenFESTIVALdesArts. Voor Ping Feng ( Paravent) vond Wang Jianwei zijn inspiratie in een schilderij uit de tiende eeuw, Avondfeest bij Han Xizai, waarin hij een aantal essentiële vragen vindt over wat kunst is en hoe kunst tot stand komt. Deze voorstelling en alle anderstalige voorstellingen worden in de originele taal gebracht met simultaanvertaling. Een bewuste keuze om de klank en de intensiteit van een andere cultuur te laten leven en ze niet te vertalen via onze westerse codes. Ook dit jaar is de Beursschouwburg (A. Ortsstraat 20-28) het zenuwcentrum waar men terecht kan voor tickets, informatie, lezingen,... Er worden ontmoetingen met kunstenaars georganiseerd op 7, 13, 14, 20, 21 en 27 mei. De bar en het restaurant zijn open vanaf 17.00. De Beursschouwburg biedt ook een nachtprogramma aan rond jazz, gratis toegankelijk.Tickets: 070/22.21.99, email: INFO@KFDA.BE, www.kunstenfestivaldesarts.be