kerstgesprekken

Over Jan Peeters willen wij geen slecht woord horen. En dat is niet evident, de laatste tijd. Want het Belgische clubvoetbal heeft de trein met daarin de Europese top definitief laten gaan, de Rode Duivels zijn al na drie van de tien kwalificatiewedstrijden zo goed als uitgeschakeld voor de eindronde van de wereldbeker 2006, de Belgische competitie bulkt van buitenlandse derderangsspelers, en de Koninklijke Belgische Voetbalbond staat erbij en kijkt ernaar.
...

Over Jan Peeters willen wij geen slecht woord horen. En dat is niet evident, de laatste tijd. Want het Belgische clubvoetbal heeft de trein met daarin de Europese top definitief laten gaan, de Rode Duivels zijn al na drie van de tien kwalificatiewedstrijden zo goed als uitgeschakeld voor de eindronde van de wereldbeker 2006, de Belgische competitie bulkt van buitenlandse derderangsspelers, en de Koninklijke Belgische Voetbalbond staat erbij en kijkt ernaar. Toen Peeters in juni 2001 de voorzittershamer overnam van Michel D'Hooghe, verscheen in Knack een portret van de nieuwe leidsman. De kop van dat artikel, zoals steeds aanmoedigend, luidde: 'Doe het niet, Jan.' Maar Jan deed het wel, en nu zit hij met de gebakken paling. De hervormingsplannen waarmee hij aan zijn presidium begon, werden onmiddellijk door de clubs afgeschoten, en in de drie jaar die inmiddels verstreken zijn werd van Peeters weinig baanbrekends vernomen. Dat steekt nogal schril af tegen zijn voorganger Michel D'Hooghe, bij wie het water van het ene idee nog niet gebroken was, of hij was al zwanger van het volgende. Peeters lijkt pas op de plaats te maken. We zeggen dat niet graag, maar we hebben hem tijdig gewaarschuwd. Jan is een fantastische mens, maar hij zit op de verkeerde stoel. Met zijn staat van verdienste in de magistratuur, het voetbal, en de Olympische Beweging, had hij op zijn 67e voor een public-relationsfunctie moeten kiezen. Hij is de charme in persoon, en was de ideale ambassadeur voor onze bond geweest, in binnen- en buitenland. Dat is hij nu nog, maar uitgerekend dát komt hem duur te staan. In de pers werd hij honend herdoopt in 'reisbureau Peeters', omdat hij vaak voor opdrachten van UEFA en FIFA in het buitenland vertoefde. Jan reist van nature graag, wat niet verboden is, maar wat hem tot een makkelijk doelwit maakt als het slecht gaat. En dat doet het. Getuige de eerste vraag van Knack. JAN PEETERS: Nee, het is de schuld van Jan Peeters. Je bent te mild. PEETERS: Ik heb die goals binnen gelaten tegen Servië, en ik heb op de lat gekopt in plaats van erin. Alle gekheid op een stokje: het gaat niet te best met ons voetbal, maar laten we niet te veel dramatiseren. Er zijn nog van die periodes geweest, het is onmogelijk om in de sport constant goed te presteren. De mensen laten hun mening te veel bepalen door de meest recente uitslagen van de nationale ploeg en van Anderlecht. Zijn die goed, dan is iedereen optimist. Zijn ze slecht, dan lijkt het of het einde van de wereld in zicht is. Een iets meer genuanceerd oordeel kan geen kwaad. PEETERS: We zijn nog níét uitgeschakeld. Ik verbied iedereen die iets met de nationale ploeg te maken heeft om dat te verkondigen. Zolang het kan, moeten we er blijven in geloven, dat zijn we verplicht aan de vele supporters van de Rode Duivels. De campagne tot nu toe is natuurlijk slecht geweest. Vooral het puntenverlies tegen Litouwen. In Spanje verliezen, calculeer je in. Thuis tegen Servië-Montenegro moesten we winnen, we hebben het niet gedaan. Maar ook hier past een nuance: hun tweede goal was uit buitenspel, wij krijgen een penalty op Wesley Sonck niet, Thomas Buffel komt vrij voor de keeper maar mist, en Luigi Pieroni treft twee keer de lat... Het is een cliché, maar de bal tien centimeter meer naar links of rechts bepaalt of men een trainer of een voorzitter de hemel in prijst of de grond in boort. Ik blijf erbij dat we veel talent hebben. Kompany, Van Buyten, Simons, Buffel, Sonck, Emile Mpenza... ik noem er maar een paar. Helaas kampen velen met een blessure of een dip in hun conditie, en zijn velen in hun buitenlandse club naar de bank verwezen omdat de concurrentie er moordend is. Bart Goor en Eric Deflandre zijn we kwijt door hun rode kaart in Spanje. Maar één goede prestatie, en we kunnen opnieuw vertrokken zijn. Onze volgende kwalificatiematch tegen Bosnië moet de match van de revanche worden. PEETERS: Eén: hij hééft het WK in Duitsland nog niet gemist. Twee: ik zie geen sleet op zijn relatie met spelers en bond. Drie: gezien de problemen waarmee hij telkens weer geconfronteerd werd, heb ik geen kritiek op zijn selectie en zijn coaching. Vier: hij heeft een contract tot na de wereldbeker 2006, en pacta sunt servanda voor mij. PEETERS: Dat zouden we wel kunnen, die overweging heeft op geen enkel moment meegespeeld. PEETERS: Het zou een flinke aderlating zijn, vooral de jongste jaren krijgen de aan een eindtoernooi deelnemende landen een aanzienlijk bedrag uitbetaald. Maar zoals u weet hebben wij met Germain Landsheere een veeleer voorzichtige penningmeester... PEETERS:... en nemen wij deelname aan een eindronde dus nooit in onze begroting op. Het zou ook onverantwoord zijn, want wij moeten met onze begroting ook zorgen voor het loon van een driehonderdtal voltijdse en deeltijdse werknemers. Dan neem je geen risico's. De eindronde van EK of WK missen heeft wel onrechtstreekse financiële gevolgen. Het kan het vertrouwen van supporters en sponsors aantasten. Gelukkig hebben wij trouwe partners. Na de nederlaag tegen Servië, ik vermoed tijdens de rust al, was een krant er als de kippen bij om een rondvraag bij onze sponsors te doen, maar die bleven allemaal achter ons staan. Dat deed me plezier. Het is een reden te meer om dat vertrouwen niet te beschamen. Na zes opeenvolgende deelnames aan de WK-eindronde zou ik het zeer betreuren dat we onder mijn voorzitterschap een zevende deelname laten liggen. PEETERS: Ja, maar ook hier moet je oog hebben voor de context. En dan heb ik het niet alleen over de vele blessures waardoor Hugo Broos geteisterd werd. Bij de zestien achtste-finalisten van de Champions League zijn er slechts twee die niet uit de grote vijf competities komen: PSV en FC Porto. Al de rest komt uit de vijf landen waar al het geld geconcentreerd zit: Spanje, Italië, Engeland, Frankrijk, en Duitsland. We zijn dus met meer dan veertig landen die er in die tweede ronde niet bij zijn. Anderlecht staat met zijn budget van 25 miljoen euro rond de 160e plaats in Europa. Wat wil je dan optornen tegen ploegen waarvan de middelen oneindig veel groter zijn. Het is al een hele prestatie dat we de jongste jaren altijd present zijn geweest in de Champions League, want de voorrondes zijn niet om mee te lachen. De voorbije edities heeft Anderlecht daarin FC Porto en Benfica uitgeschakeld, Club Brugge wipte Shaktar Donetsk en Borussia Dortmund. Dat zijn sportieve mirakels, men gaat daar veel te licht overheen. Vorig seizoen hadden we twee ploegen in de Champions League. En mocht AC Milan zijn sportieve plicht hebben gedaan, had Club Brugge de tweede ronde bereikt. Anderlecht hééft die vier jaar geleden bereikt, na groepswinst in een poule met Manchester United, Dynamo Kiev, en PSV. We moeten ophouden met onszelf het graf in te praten. PEETERS: Daarvan is iedereen zich bewust. Onze hoop is gevestigd op de UEFA, die in overleg is met de Europese Commissie om de huidige misgroei te stoppen. UEFA wil alle clubs verplichten om acht spelers uit de eigen opleiding op het scheidsrechtersblad te zetten. Het gaat dus niet meer om 'nationaliteit' maar om 'opleiding', en dat valt te rijmen met de Europese regels. De salariële verschillen met het buitenland zijn een lastiger punt. Iedereen weet dat het minimumsalaris voor een buitenlander in Nederland vele malen hoger ligt dan bij ons, en dat een buitenlander hier maar 18 procent belasting betaalt. Die discriminatie brengt mee dat een buitenlander goedkoper is dan een Belg. Is dat goed? Nee. Moet ik dat afschaffen? Ten eerste ligt dat niet in mijn bevoegdheden, ik ga mijn eigen reglement niet overtreden. Ten tweede jaag ik mijn armlastige profclubs dan op nog meer kosten. Dus zeggen die in het Uitvoerend Comité: nee. Einde verhaal. PEETERS: Vooral de Vlaamse overheid heeft op alle manieren de opleidingsvergoeding verboden. In Wallonië en Brussel is de reglementering anders. Ik heb tot mijn grote vreugde in de beleidsnota van minister van Sport Bert Anciaux (Spirit) gelezen dat hij dit probleem wil oplossen, in overleg met zijn collega's van de andere gemeenschappen. Ik stel trouwens vast dat hij het departement Sport ernstig neemt. Het is nog niet te lang geleden dat de minister van Cultuur één halftijdse medewerker voor de sport in dienst had. Nu is met Paul De Knop een bekwame leider aangetrokken, en het inschakelen van ex-topsporters zou ook een goede zaak kunnen zijn. Anciaux lijkt ook bereid om met een open geest te komen praten over subsidies aan de Voetbalbond. Vroeger was het altijd: splitsen of geen geld. Nu lijkt de minister oor te hebben voor enkel een splitsing op amateurniveau. Dat is een taal die we niet gewoon zijn en die mij verheugt. PEETERS: Het is een werk van lange adem waarvan je niet meteen spectaculaire resultaten kunt voorleggen, maar het is in volle uitwerking. De onderzoeken zijn gebeurd, er zijn regelmatig vergaderingen met de jeugdverantwoordelijken van de grote clubs, we hebben nieuwe sponsors gevonden, en qua infrastructuur zijn we goed gevorderd met de provinciale centra. PEETERS: Dat is een administratieve lijdensweg zoals je die waarschijnlijk alleen in België kunt hebben. Maar die ligt nu achter de rug, de contracten met de betrokken firma's zijn getekend, onder meer voor de uitbating van het sporthotel. Volgende lente zouden we de eerste steen moeten leggen, en midden 2006 moet het af zijn. Ondertussen zijn de resultaten van onze jeugd vrij goed. Vijftien jaar geleden werden al onze jongerenploegen internationaal weggeblazen, dat is niet meer het geval. En onze beloften halen al meerdere jaren bemoedigende resultaten. Tegen Servië hebben ze met 4-0 gewonnen. Dan moet ik weer horen dat de Serviërs zwak waren, maar ze waren toch finalist op het voorbije beloften-EK. Nu, pas op: ik trek geen voorbarige conclusies. Want als ik niet overdreven pessimistisch wil zijn over de A-ploeg, mag ik ook niet overdreven optimistisch zijn over de goede uitslagen van de jeugd. PEETERS: Ze doet al veel. Onze topclubs hebben een gunsttarief bij de RSZ, via die 18 procent belasting kunnen ze buitenlanders lokken, het pensioenfonds voor topspelers bestaat nog altijd en levert een aanzienlijk fiscaal voordeel op, en in veel steden en gemeenten is het de overheid die voor de infrastructuur zorgt. We lopen achterop bij Nederland en Frankrijk, maar er is verbetering. De Waalse overheid geeft het goede voorbeeld. PEETERS: Ja, zo stond het op de voorpagina. En dan moest je op bladzijde 27 tot diep in het interview gaan zoeken om mij daar te horen zeggen: 'Inzake topstadions is België een onderontwikkeld land.' Wij hebben in België geen vijfsterren- en zelfs geen viersterrenstadions, waardoor we niet meer in aanmerking komen voor een Europese finale. Met Euro 2000 zijn in Brugge, Luik en Charleroi de stadions vernieuwd, maar die zijn naar Europese normen te klein. En het Koning Boudewijnstadion mist allerlei moderne faciliteiten. De stad Brussel heeft het vroegere Heizelstadion in fasen aangepast, maar zonder zich te inspireren op moderne stadions die elders worden gebouwd, vaak met privé-investeerders die er nadien bureaus of winkels uitbaten. Het stadion van PSV is daarvan een prima voorbeeld, bij ons het Vanden Stockstadion, maar ook dat is te klein naar internationale normen. Alain Courtois, toen secretaris-generaal van de bond, had allerlei plannen klaar om handelsruimten en conferentiecentra in het Koning Boudewijnstadion in te bouwen, en hij had zelfs investeerders. Maar dat mocht niet van Brussel, want op het Heizelplateau mochten geen commerciële activiteiten worden ontplooid. Ik ben voor de FIFA door Afrika gereisd om bij de kandidaten voor de wereldbeker 2010 de infrastructuur te gaan inspecteren. Ik kan u zeggen dat ze heel wat verder staan dan wij in België. Het stadion van Tunis behoort zowel qua architectuur als qua faciliteiten tot de mooiste waar ik ooit ben geweest. Naar aanleiding van die trip zijn sommigen van uw collega's mij 'Reisbureau Peeters' gaan noemen, maar ik kan u verzekeren dat het absoluut geen plezierreisje was. Vliegtuig in vliegtuig uit, helikopter in helikopter uit, vergaderingen links, demonstraties rechts, verslagen opmaken, en dat in vijf verschillende landen... wij waren doodop. Mijn gezondheidsproblemen van het afgelopen jaar zijn aan die trip te wijten. De verwijten dat ik een toerist ben, vallen mij zwaar. Ik vind die kritiek bekrompen. Als je in die FIFA- of UEFA-comités zit, moet je nu eenmaal reizen. Of hebben ze liever dat er geen Belgen meer in FIFA of UEFA zitten? PEETERS: Ik geloof niet in een volledige scheiding. In landen waar dat gebeurd is, zoals Nederland, blijven ze kampen met dezelfde problemen als wij. Maar voor mij zijn alleen de nationale ploeg en de beker van België exclusief van de KBVB, voor alle andere afdelingen is een zekere autonomie mogelijk. De Profliga heeft die trouwens al. Ze heeft haar eigen rechtspraak en disciplinaire comités, haar eigen comité voor betwisting van de contracten, ze beslist in grote mate over haar eigen competitie... dat is al heel wat. PEETERS: De Profliga is inderdaad de enige groepering die meer aan de bond geeft dan ze krijgt. We hebben dat vorig jaar exact laten berekenen. Ook de provinciale afdelingen zouden zelfbedruipend kunnen zijn. Het grote probleem zijn tweede, derde en vierde klasse. Die krijgen veel meer dan ze binnen brengen. Het is mijn taak daarin een compromis te vinden waarmee iedereen kan leven. Tussen twee haakjes: ik moet van de Profliga het eerste hervormingsvoorstel voor de competitie nog krijgen, hè. Ik lees wel veel in de pers, maar officieel komt er niets. Het Uitvoerend Comité heeft wel een commissie opgericht, onder leiding van Roger Vanden Stock, om een toekomstplan uit te werken, zowel over structuur en werking van de bond, als over mogelijk nieuwe competitieformules. De werkzaamheden van die commissie worden momenteel besproken in het Uitvoerend Comité. Als we daar een akkoord bereiken, en ik heb goede hoop, zullen we met de resultaten naar buiten komen. Roger Vanden Stock heeft prima werk geleverd, onderschat hem niet. PEETERS: Ik had beter gezwegen en in stilte mijn hervormingen aanvaard proberen te krijgen. Ik lees overal dat ik al drie jaar een winterslaap houd, maar dat spreek ik ten stelligste tegen. De logge structuur van de bond werkt verlammend, dat weet ik beter dan wie ook. Eer een voorstel alle commissies en comités gepasseerd is, is het achterhaald. Je moet kunnen werken met een beperkt bestuursorgaan dat op gezette tijden verantwoording verschuldigd is aan de Algemene Vergadering. Maar om dat door te voeren, moet ik in het Uitvoerend Comité én in de Algemene Vergadering een meerderheid halen. Dat is lastiger dan sommigen denken. Toch vorderen we beetje bij beetje in de goede richting. Het voorstel van de Commissie-Vanden Stock kan een scharniermoment in de geschiedenis van de bond worden. PEETERS: Roger heeft dat slim aangepakt: zijn plan is een tienjarenplan. PEETERS: Dat cynisme van journalisten, zou dat psychologisch te verklaren zijn? PEETERS: Ik weet het nog niet. Ik ben zeventig, je denkt dan in kortere periodes. Het kan zijn van wel, maar zeker niet voor nog eens vier jaar. De leeftijdsgrens voor een bondsvoorzitter is 75, ik wil in geen geval wachten tot ik verplicht word om op te stappen. Veel zal afhangen van mijn gezondheid. PEETERS: Ik ben er niet van overtuigd dat Vanden Stock zo graag bondsvoorzitter zou worden. Waar ik wel van overtuigd ben, is dat hij een zeer valabel voorzitter zou zijn. Als hij mij in de bond vervangt, hoor ik van de collega's dat hij veel kordater te werk gaat dan ik. Ik ben een oud-jeugdrechter, ik luister, ik probeer de verschillende partijen te verzoenen in een conclusie. Dat is niet altijd de ideale manier. Door Koen Meulenaere'We zijn nog níét uitgeschakeld voor het WK.''Ik weiger mijn eigen reglement te overtreden.'