Weinig vaste redacteurs zijn erin geslaagd ons blad een zo grote media-aandacht te bezorgen als Benno Barnard. Nota bene bij het allereerste stuk dat hij voor Knack schreef. Wellicht ook het laatste. Ja, Chris De Stoop. Als die om de vier jaar uitpakt met een boek waarin hij weer eens een goed geoliede sector het bankroet in drijft, dan stormt het ook. Maar op De Stoop na, heeft Barnard aan ons allen een lesje geleerd.
...

Weinig vaste redacteurs zijn erin geslaagd ons blad een zo grote media-aandacht te bezorgen als Benno Barnard. Nota bene bij het allereerste stuk dat hij voor Knack schreef. Wellicht ook het laatste. Ja, Chris De Stoop. Als die om de vier jaar uitpakt met een boek waarin hij weer eens een goed geoliede sector het bankroet in drijft, dan stormt het ook. Maar op De Stoop na, heeft Barnard aan ons allen een lesje geleerd. Dagen na elkaar werd zijn Gezellereportage besproken in elke actualiteitenrubriek, en tot in de nietigste talkshow. Weken lang ging het in De Standaard over niets anders. Bladzijde na bladzijde werd door de krakende drukpersen van de Gossetlaan gedraaid, boordevol bijdragen van gastauteurs die Gezelle de hemel, en Barnard de hel in wensten. Na een poos kwamen er zelfs kerels aan het woord die de kritiek van Barnard gingen vergoelijken of, erger nog, nuanceren. Het rampzaligste dat iemand kan overkomen. Uitgemaakt worden voor het vuil uit de riool, tot daar toe. Fysiek bedreigd worden, anonieme telefoons, scheldleuzen op de voorgevel, brievenacties in de plaatselijke pers... ach ja, we maken het allemaal wel een keer mee. Maar wat is er vernederend aan de schandpaal, vergeleken bij genuanceerd te worden door een of andere paljas? Dit laatste overkwam Benno, want plots doken links en rechts figuren op die beweerden dat, in tegenstelling tot de rest van Vlaanderen, zij wél hadden begrepen wat Barnard eigenlijk bedoeld had. Waarna weer anderen in de pen kropen om te betogen, zoals wij nu, dat er helemaal niets genuanceerd moest worden. Eindeloos. Op een dag stond de hele opiniepagina van De Standaard vol met een traktaat van professor Piet Couttenier, hoofddocent Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Ufsia en de KUL. Wij hebben deze brave man ooit door een scherp waarnemer horen omschrijven als: Simon and Garfunkel, maar dan zonder Paul Simon en met sandalen. Couttenier poneerde, maar ga eerst zitten: "De Gezellestudie is in die zin geëvolueerd dat ze uitgerekend de auteur en zijn werk heeft trachten los te maken uit de subjectieve waarderingscategorieën. Dit gebeurde door te zoeken naar objectievere, wetenschappelijke, dat wil zeggen intersubjectief uitwisselbare maatstaven waarop waardering en reflectie kunnen worden gebaseerd." Val nu omver. Zou Benno dat geweten hebben? Gezelle zelf had het bovenstaande ongetwijfeld samengevat als: "Gij die wistelt en die teutert, gij die knotert en die kneutert, gij die wispelt en die fluit, gij die tjiept en tureluit. Gij die tatert en die kwettert, gij die klapt en lacht en schettert, vezelt, orgelt, zingt en speelt, lispelt, ritselt tsjielpt en kweelt." En zo voort. Barnard, aanvankelijk toch een beetje geschrokken van de felle aanvallen op zijn persoon, had ter verdediging van zichzelf bedacht dat hij zijn bespreking, hoewel ze kritisch van ondertoon was, "met liefde voor Gezelle geschreven had". Niets is uiteraard minder waar. Benno vindt Gezelle een literaire prutser en een morele maltraiteur, al de rest is jezuïetenpraat achteraf. Wat lezen wij nu op een mooie dag in het commentaarstuk van Luc Van der Kelen in Het Laatste Nieuws? Het ging over de SP in het Vlaams Parlement: "Het is een daad van grote moed zich niet te laten meeslepen in een samenleving waarin een sfeer van intimidatie bestaat ten opzichte van iedereen die kritiek uitbrengt op het overheersende Vlaams fanatisme. Getuige daarvan de hetze die wordt ontketend tegen de Nederlands-Vlaamse schrijver Benno Barnard, omwille van een nochtans met liefde geschreven kritisch essay over Guido Gezelle."Dat stond er echt, kunt u dat geloven? Op zich is deze bewering niet meer of minder dwaas dan wat Van der Kelen gewoonlijk beweert, maar het gaat om die "met liefde geschreven". Dat zo'n absurditeit wordt overgenomen. Geen zinnig mens die het stuk van Barnard leest, kan beweren dat het met liefde geschreven is. In elk geval niet met liefde voor Gezelle. Hooguit kan men beweren: het is een parodie, zo men wil een satire. Ook dat is niet waar, maar goed, het klinkt prettiger en zo komt iedereen met ere uit de strijd. Maar met liefde geschreven? Toe maar. Toen de orkaan eindelijk begon te luwen, kwam onze chef-Wetstraat op de vergadering aanzetten met de boekhoudkundige balans van het kritisch maar met liefde geschreven essay van Benno. Eerst de kostprijs. Aan de auteur van het artikel: een gratis jaarabonnement. Opgeteld bij de twee boze Gezellefans die het hunne opzegden, betekende dat: drie jaarabonnementen, zijnde achttienduizend frank. Aan de inkomstenzijde nu: een meerverkoop van drieduizend exemplaren van het bewuste nummer van Knack (360.000 frank), en een naamvermelding in de media die volgens de geldende reclametarieven overeenstemde met een bedrag van zeven en een half miljoen. Tevens steeg het Roularta-aandeel met vierentwintig procent. Om af te ronden: van die hele Gezellerelle is ons bedrijf voorzichtig geschat een paar tientallen miljoenen beter geworden. En de eindejaarspremie is, in een genereus gebaar, prompt met tweeëndertig frank opgetrokken. Allemaal dankzij den Benno die, op dezelfde redactievergadering waar enkele weken voordien nog aan een schadeclaim te zijnen laste was gedacht, onverwijld op de schouders werd gehesen en onder het luidkeels zingen van "Zo ne goeie hebben wij nog niet gehad", in triomf naar de Bosniër achter de hoek werd gedragen. Sindsdien doet ieder van ons zijn uiterste best om met zijn werk evenveel weerklank te oogsten. Zo lazen wij, tot onze verrassing, eensklaps bij onze chef-buitenland: "Toen Bibi Netanyahu geboren werd, was het eerste dat opviel een kolossaal groot hoofd. Tsjonge jonge, wat een groot hoofd was me dat." En onze chef-economie bracht een portret van Philippe Bodson, met als provocerende kop: "Ons groot nationaal ondernemertje". Dat leek op zich een belediging, maar Despiegelaere voegde er snel in de eerste alinea aan toe: "Ik schrijf dit met liefde."Koen Meulenaere