Als de vrije meningsuiting in het gedrang komt, kunnen nogal wat journalisten en commentatoren plots hun inkt niet meer ophouden. Dan zal en moet de eigen flinkheid worden gedemonstreerd.
...

Als de vrije meningsuiting in het gedrang komt, kunnen nogal wat journalisten en commentatoren plots hun inkt niet meer ophouden. Dan zal en moet de eigen flinkheid worden gedemonstreerd. Nu ook weer met de internationale commotie over spotprenten van de profeet Mohammed, die vorig jaar in september in een Deense krant werden afgedrukt en die nu, met enkele maanden vertraging, in de islamitische wereld gewelddadige reacties opwekken. In Damascus en in Beiroet werden ambassades en consulaten bestormd en in brand gestoken. In het Palestijnse Gaza werden een EU-kantoor en een Frans Cultureel Centrum beschoten. In Pakistan, in Egypte, in Indonesië, overal kwamen opgezweepte betogers, met een georganiseerde spontaneïteit, op straat. In Londen mochten allochtone betogers, in het oog gehouden door minzame bobby's, op hun borden waarschuwen voor 'de echte holocaust'. West-Europese kranten meenden uit solidariteit met de Denen de cartoons opnieuw te moeten afdrukken. Wat dan weer de boosheid van de lokale islamitische gemeenschappen deed oplaaien. Bij ons kozen alle bekende jachtpiloten in de grote ideeënoorlog meteen het luchtruim. Schouder aan schouder streden ze: moraalfilosoof Etienne Vermeersch, die doorgaans al geconstipeerd raakt als het woord religie valt, naast de ultrarechtse publicist Paul Beliën, immer schietklaar als het Westen wordt bedreigd, en Dyab Abou Jahjah, die prompt in naam van het vrije woord een spotprent van Hitler in bed met Anne Frank op zijn AEL-webstek plaatste. Aan de overkant van de straat, wat bedremmeld, stond de progressieve theatermaker Chokri Ben Chikha, Vlaming van Tunesische origine, die destijds tegenwind oogstte wegens de affiche voor zijn productie Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen, met daarop een Maria met blote borsten. Het ging, verdedigde Ben Chikha zich toen, om een allochtone Maria - wat, overigens, de echte Maria ook was. Maar een spotprent van de profeet Mohammed vond Ben Chikha dan weer te ver gaan. 'In naam van de persvrijheid is niet alles geoorloofd', zei de progressieve theatermaker in een gesprekje met Het Nieuwsblad. Zijn uitspraak was een perfecte echo van het protest tegen zijn blote Maria. De christelijke gemeenschap in het Westen is op dat terrein veel gewoon. Van de gore schotschriften en spotprenten waarmee katholieken en protestanten tijdens de godsdienstoorlogen elkaar om de oren sloegen, tot de gekruisigde fallussen van de 19e-eeuwse erotomaan Félicien Rops, de Piss Christ van Andres Serrano en de blasfemische werken van Gilbert & George, momenteel in Londen te zien. Het heeft allemaal een dikke laag eelt gelegd op de gevoeligheid van de christenmens. Tegenover de islam heeft het progressieve Westen altijd een veel grotere terughoudendheid aan de dag gelegd. Het zou bijvoorbeeld interessant zijn de dwaasheden nog eens te lezen die westerse media spuiden toen in 1978 de sjah van Iran werd verdreven en ayatollah Khomeiny van Parijs naar Teheran werd gevlogen. De Franse filosoof Michel Foucault had het toen over de politieke spiritualiteit die hier in het Westen ontbrak en die Khomeiny ons zou bijbrengen. Zeldzaam waren ze, zoals Raymond Aron, die waarschuwden voor het islamo-fascisme dat ze met de machtsgreep van de ayatollahs in Iran wachtte. Links, solidair met de Arabische wereld tegen de in haar ogen Amerikaanse drijverijen, heeft nooit geweten wat het aan moest met die per definitie archaïsche islam, die volgens de Franse publicist Michel Onfray in zijn recent verschenen Traktaat van de Atheologie, het woestijndorp als model neemt voor de wereld. De aanslagen van 11 september 2001 hebben evenwel de remblokken weggeslagen. En in Nederland toonden eerst Pim Fortuyn, dan Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali hoe die geitenneukers in hun soepjurken moesten worden aangepakt. Allemaal in naam van het heilige recht op vrije mening. Mochten de West-Europese kranten die vorige week riemen papier besteedden om de mediocre prenten van Jyllands-Posten af te drukken, evenveel ruimte hebben besteed aan een echt probleem, dat van de achterstelling en het recht op arbeid van onze jonge medeburgers van allochtone herkomst, de rel rond de Deense spotprenten zou nooit van de grond zijn gekomen. Maar omwille van de verkoop- en kijkcijfers kregen die onderwerpen zelden de aandacht die ze verdienden. Nog gevaarlijker dan de religieuze censuur is de censuur van de commercie.Rik Van Cauwelaert