Nog maar net besliste het VLD-congres om voortaan het confederalisme te omhelzen, of partijvoorzitter Karel De Gucht deed er al een schepje bovenop. Hij beweerde namelijk dat de federale regering zonder morren moet uitvoeren wat de Vlaamse overheid beslist. Zo reduceert hij het federale niveau eigenlijk tot een uitvoerend orgaan van de deelstaten - en dat staat nergens in de grondwet.
...

Nog maar net besliste het VLD-congres om voortaan het confederalisme te omhelzen, of partijvoorzitter Karel De Gucht deed er al een schepje bovenop. Hij beweerde namelijk dat de federale regering zonder morren moet uitvoeren wat de Vlaamse overheid beslist. Zo reduceert hij het federale niveau eigenlijk tot een uitvoerend orgaan van de deelstaten - en dat staat nergens in de grondwet. De Gucht had het over het 'inwerkingsdecreet' van de Vlaamse regering, dat allochtone werkzoekenden verplicht Nederlands te leren, op straffe van verlies van hun uitkering. Maar daar wil de federale minister van Arbeid, Laurette Onkelinx (PS), zelf overigens ook niet zo'n crack in Nederlands, om haar moverende (en niet noodzakelijk futiele) redenen niet aan. En ze heeft daar inderdaad wat aan te zeggen. Begeleiding van werklozen is een zaak van de gemeenschappen, de uitkeringen (en dus ook het schorsen ervan) zijn een federale bevoegdheid. In plaats van zich nu op te winden, hadden De Gucht en de Vlaamse regering dus beter vooraf enig overleg gepleegd, zoals het in een coöperatief federaal model als het Belgische betaamt. Dat dit niet is gebeurd, kan wijzen op overmoed, overhaasting of een gebrek aan federale loyaliteit. Maar het is vooral tekenend voor een klimaat, ongetwijfeld mee opgezweept door het vooruitzicht van (vervroegde) verkiezingen, waarin enige communautaire hogeborstzetterij lonend wordt geacht. Zoals overheidsinstellingen een falen altijd kunnen verbergen achter 'een gebrek aan mensen en middelen', zo kan een deelstaatregering haar frustraties wegmasseren door te klagen over een gebrek aan bevoegdheden. Zo is het niet nodig om de eigen verantwoordelijkheid onder ogen te zien. Het zal wel niet zonder reden zijn dat vooral de Vlaamse liberalen, minister-president Patrick Dewael voorop, zich sinds kort weer sterk maken voor een nieuw rondje communautair armworstelen, een 'Vlaams front' incluis - waarop alleen een non volgde vanwege Franstalig België. Dat belooft. Een beter beleid door meer autonomie scheen ook de motivatie waarmee de VLD nu op een confederaal België aanstuurt. Het is een zoveelste variant op de nochtans zo verguisde idee van wijlen Gaston Geens, over 'wat we zelf doen, doen we beter'. Het confederalisme veronderstelt theoretisch een minder hechte staatsstructuur dan de huidige federale constructie. Theoretisch, want elke niet-unitaire staat bouwt een model sui generis op, en de Belgische bevat nu al heel wat confederalistische elementen, bijvoorbeeld doordat de zogeheten residuaire bevoegdheden niet aan de centrale staat, maar aan gewesten en gemeenschappen zijn toegewezen. Constitutionalisten denken dat het confederalisme het separatisme in de hand werkt. Maar het al half confederale België heeft geen formele afkondiging van het confederalisme nodig om zijn componenten steeds verder uit elkaar te zien drijven. De dynamiek van de staatshervorming berust nu eenmaal op dat centrifugale principe. Wat de VLD'ers nu precies willen met hun confederalisme, konden ze niet duidelijk maken. Behalve dat ze de financiële solidariteit met de Franstalige landgenoten willen verminderen. Het staatsrechtelijke jargon blijkt dus een vrij doorzichtig scherm voor andere motieven. Het zou het democratische debat dienen mochten de Vlaamse liberalen iets oprechter zijn in wat hen beweegt. Marc Reynebeau