Zijn boek The Dark Box - A Secret History of Confession leverde historicus en journalist John Cornwell (1940) naast heel wat enthousiaste besprekingen ook een rist verontwaardigde reacties op van vooral katholieke recensenten. 'Dark Box is een misleidende titel', schreef The Daily Telegraph. 'Het echte onderwerp van het boek is niet de biecht, maar seks. Niet de gewone seks van mama en papa, of het romantische overspel van Dantes Paolo en Francesca, maar vieze verborgen seks.'
...

Zijn boek The Dark Box - A Secret History of Confession leverde historicus en journalist John Cornwell (1940) naast heel wat enthousiaste besprekingen ook een rist verontwaardigde reacties op van vooral katholieke recensenten. 'Dark Box is een misleidende titel', schreef The Daily Telegraph. 'Het echte onderwerp van het boek is niet de biecht, maar seks. Niet de gewone seks van mama en papa, of het romantische overspel van Dantes Paolo en Francesca, maar vieze verborgen seks.' Cornwell kan er hartelijk om lachen, maar de kritiek zit hem duidelijk hoog. 'Zijn boek druipt van de seks, schrijven ze. Wat willen ze daar eigenlijk mee zeggen? Dat ze niet wisten dat een aantal priesters het in de loop van de kerkgeschiedenis niet zo nauw namen met de seksuele moraal die hen door het Vaticaan was opgelegd?' Hij is net terug van een bezoek aan datzelfde Vaticaan, zijn koffers staan onuitgepakt in de hal van zijn piepkleine Londense huis. 'Ik heb een brief geschreven aan paus Franciscus. Daarin vraag ik hem de biecht voor kinderen af te schaffen en de gemeenschappelijke biecht in te voeren, waarbij mensen samen onder de loep nemen wat er mis gaat en ook samen absolutie krijgen. Ik weet zeker dat Franciscus mijn brief gelezen heeft.' Het kan verkeren, want rond de millenniumwissel was John Cornwell zo goed als persona non grata in Rome. Aanleiding was zijn bestseller Hitlers paus, waarin hij de innige banden blootlegde tussen paus Pius XII en de nazi's. 'Ik ben geëvolueerd en de leiding in de kerk is dat ook', zegt hij. 'Franciscus lijkt alvast vooruitstrevender dan zijn voorganger.' JOHNCORNWELL: Dat is een terechte vraag. Er blijft nogal wat twijfel over zijn rol tijdens de dictatuur in Argentinië. Hij wordt toegejuicht als de paus van de armen en ziet armoede als een deugd. 'We moeten respect hebben voor armoede en zelf ook arm zijn.' Maar hoe trekken we de échte armen uit de ellende? Daar zegt deze paus niet zoveel over. Tijd zal raad brengen. Al vrees ik dat we op weg zijn naar een nieuw schisma binnen de kerk. Eigenlijk zitten we nu met twee pausen: Benedictus de oerconservatief en Franciscus van wie we veronderstellen dat hij progressief is. Het is niet ondenkbaar dat binnenkort een groep katholieken zal verkondigen: 'Wij geloven niet in die Franciscus. Hij is een ketter.' CORNWELL: Ik behoor tot de generatie van katholieke jongens die op zeer jeugdige leeftijd voor het priesterschap werden gerekruteerd. Op mijn twaalfde werd ik 'uitverkoren' en naar een kleinseminarie gestuurd. Ik kwam in een streng internaat terecht en maakte mijn 'eigen beslissing' om priester te worden toen ik nog zeer jong was. In die tijd, eind jaren vijftig, werd bijna tachtig procent van alle mannen die naar het grootseminarie trokken ook priester. Maar rond mijn 25e begon ik me ernstige vragen over het geloof te stellen. De dag dat ik het atheïsme omhelsde en het priesterschap vaarwel zei, voelde ik een gigantische opluchting. CORNWELL: Ik vond mijn geloof terug op het moment dat ik begreep dat alle religie een product van de verbeelding is. Wat niet wil zeggen dat religie geen waarheid en authenticiteit bezit. Is Shakespeares King Lear waarheid? Natuurlijk niet, maar op een hoger artistiek niveau is het wel waar. Er bestaat ook zoiets als 'religieuze waarheid'. Alle problemen met religie worden trouwens veroorzaakt door de drang naar realisme. CORNWELL: Precies. Toen ik halverwege de veertig was, wou ik een kritisch boek schrijven over katholieke mirakels. Ik reisde naar Napels om er getuige te zijn van het jaarlijkse wonder van de heilige Januarius, wiens bloed op zijn feestdag weer vloeibaar wordt. De kathedraal zat stampvol gelovigen die jubelden en juichten. De aartsbisschop zwaaide met een glazen kom met daarin gestold 'bloed' en blies erop. Het publiek werd steeds enthousiaster en plots werd die brok vloeibaar. Later las ik in Nature dat ze dat 'experiment' herhaald hadden met een klomp klei afkomstig van de Vesuvius. Die klei heeft een extreem laag kookpunt en wordt snel vloeibaar. Rond de Vesuvius vind je zo vijftig verschillende dorpen waar 'gestold bloed' van heiligen elk jaar opnieuw begint te vloeien. Na het 'mirakel' renden alle mensen vervuld van vreugde de kerk uit om een ijsje te gaan eten. Op dat moment drong het tot me door dat zo'n mirakel pure symboliek is, dat de betekenis essentieel is en niet hoe de truc in elkaar zit. Zo keerde ik terug naar de kerk. CORNWELL: Nee. Ik hou niet van de preken. De priesters vertellen meestal nonsens. Ik ga ook nooit biechten. In de jaren vijftig ging gemiddeld 80 procent van de katholieken regelmatig biechten. Dat is voltooid verleden tijd. Wat vroeger zonde was, is nu dagelijkse praktijk. We hebben geen probleem meer met anticonceptie, homo's zijn uit de kast gekomen en we hebben ontdekt dat voorhuwelijkse seks het liefdesleven alleen maar ten goede komt. Vroeger waren dat allemaal zonden die je moest opbiechten, nu hebben we niets meer op te biechten. De katholieken zijn geëvolueerd in hun geloof en in hun praktijk, maar de officiële leer van de kerk is blijven vaststeken. De kloof is onhoudbaar groot geworden. Tijdens de voorbereiding van The Dark Box heb ik aan nogal wat gelovigen gevraagd hoelang het geleden is dat ze zijn gaan biechten. Sommige priesters vertelden me dat ze de voorbije dertig jaar geen biechtstoel van dichtbij gezien hadden. Maar er waren ook een paar vrome zielen die zeiden: 'Twee maanden geleden.' In het collectieve geheugen van mensen boven de vijftig zit vooral de herinnering aan angst en onderdrukking omdat ze als kind van zeven al verplicht werden om te biechten. Dat heeft vaak een onuitwisbare indruk nagelaten. CORNWELL: Ja. Die verplichting is opgelegd door Pius X, die paus was van 1903 tot 1914. In de eeuwen ervoor lag de startleeftijd voor de biecht hoger. In 1215 bepaalde paus Innocentius III op het Vierde Lateraans Concilie dat alle katholieken minstens een keer per jaar hun zonden moesten opbiechten. Wie dat niet deed, werd geëxcommuniceerd. De eerste biecht moest gebeuren op de 'leeftijd des onderscheids', de leeftijd waarop iemand het verschil kent tussen goed en fout. Het vermogen om zonde en deugd van elkaar te scheiden, kreeg je van zodra je in de puberteit kwam. In de vroege middeleeuwen stond puberteit gelijk met huwbare leeftijd, tussen twaalf en veertien jaar. In 1910 decreteerde Pius X dat kinderen op hun zevende ter voorbereiding van hun eerste communie voor het eerst moesten biechten en dat ze dat daarna regelmatig moesten blijven doen. Zo stuurde die paus aan het begin van de twintigste eeuw de katholieke kerk een nieuwe richting uit. CORNWELL: Pius X was er rotsvast van overtuigd dat de kerk in zeer groot gevaar was. De vijand zag hij zowel binnen als buiten de kerk. De bedreiging van buiten kwam van de seculiere staten, het socialisme en het materialisme. Binnen de kerk vond hij dat de katholieken laks aan het worden waren en te veel naar het relativisme neigden. Maar wat hem het meest stoorde, was wat hij 'de modernisten' noemde: de academisch geschoolde priesters die de principes van wetenschappelijke tekstkritiek op de bijbel én op de religie trachtten toe te passen. Pius X dacht dat alle nieuwlichterij te wijten was aan een gebrek aan 'heilig innerlijk vuur' dat brandend gehouden werd door de sacramenten. Het was dus van het hoogste belang dat de gelovigen zoveel mogelijk sacramenteel voedsel kregen. Twee sacramenten die makkelijk dagelijks genuttigd konden worden, waren de eucharistie en de biecht. Hoe vroeger de gelovigen daarmee begonnen, hoe beter voor de kerk, oordeelde Pius X. CORNWELL: Ik sprak vroeger vaak met mijn broers en zus over hoe repressief de kerk in onze jeugd was. Als kind haatten we de biecht. Je moest in zo'n donker hok stappen, met aan de andere kant van het rooster een volslagen vreemde. Die hokken stonken verschrikkelijk, er was geen verluchting en je kwam terecht in een walm van goedkoop vrouwenparfum vermengd met zweet- en tabaksgeur. De angst hing er in de lucht. De directe aanleiding voor het schrijven van The Dark Box zijn de talloze reacties die ik kreeg op een artikel over biechten dat ik gepubliceerd had in het katholieke tijdschrift The Tablet. Meer dan vierhonderd mensen mailden me hun getuigenis over hoe onderdrukkend ze als kind dat biechten ervaren hadden. Door de maatregel van Pius X om zevenjarigen naar de biechtstoel te sturen, kregen priesters een rechtstreekse toegang tot kinderen die ze daarvoor nooit hadden. Daar ligt de oorsprong van de pedofilieschandalen met priesters die de voorbije jaren boven water gekomen zijn. Pius' regel maakte het de pedofielen onder de clerus bijzonder makkelijk om kinderen te testen en er de kwetsbaren uit te filteren. Eind jaren vijftig, begin jaren zestig verliet de biecht die donkere doos. De rol van de priester-biechtvader werd verruimd: hij werd ook een luisterend oor, een raadgever, mentor. Voortaan werd de biecht op allerlei locaties gehoord. Het sacrament was nog intiem en privaat, maar het kon ook plaatsvinden in een bos, of op de kamer van de priester. Er kwam verwarring over de rol van de priester als biechtvader en als 'vriend'. Vanaf de late jaren vijftig namen de incidenten met pedofiele priesters dan ook spectaculair toe. CORNWELL: Dat had ook te maken met de seksuele revolutie. In de jaren zestig werden de zeden sowieso veel losser en als je de lectuur van toen erop naslaat, zal je merken dat er vaak nogal vergoelijkend gepraat werd over seksuele ervaringen van en met kinderen. Een priester kon zich in die tijd wijsmaken dat masturberen met kinderen oké was en geen schandvlek op zijn celibaat vormde, zolang hij maar niet met een vrouw in de koffer dook. Natuurlijk waren niet alle priesters zo, maar de geschiedenis heeft ons geleerd dat het toch om een grote minderheid gaat. CORNWELL: In de geschriften van de zestiende-eeuwse hervormer Maarten Luther spat de walg over de toen totaal ontspoorde biechtpraktijk van de bladzijden. Zo lieten priesters zich betalen om naar de biecht van een zondaar te luisteren. Het was big business. Een zondaar moest geknield voor de priester zitten met de handen rustend in diens schoot. De priester kon de biechteling aanraken en in de ogen kijken. Nogal wat biechtelingen werden zo door priesters verleid. In het midden van de zestiende eeuw vond Carolo Borromeo, de aartsbisschop van Milaan, dat het dringend tijd was om daar paal en perk aan te stellen. Hij verzon het eerste ontwerp voor de biechtstoel zoals we die nu nog kennen. De gelovige knielde nog altijd voor de biechtvader, maar hij kon hem of haar niet meer aanraken. De biechtstoel raakte niet van de ene dag op de andere ingeburgerd, want niet alle kerken hadden het geld om zo'n houten hok te laten bouwen. De biechtstoel hielp de verleiding tijdens de biecht niet helemaal de wereld uit, integendeel, de duisternis in dat hok wond sommige priesters en biechtelingen extra op. Vooral getrouwde vrouwen waren gewillige slachtoffers. Ze werden door de biechtvader aan een kruisverhoor over hun seksleven onderworpen. 'Wat doet je man in bed met je?' Vaak vormde de biecht de prelude tot ontmoetingen buiten de biechtstoel. CORNWELL: Gehuwde mannen waren die priesters spuugzat, want ze wisten dat hun vrouwen tijdens de biecht over hun bedprestaties moesten vertellen. De door hun celibaat gefrustreerde biechtvaders wilden alle details horen over de manier waarop vrouwen seks hadden zonder vaginale penetratie, want dat was een doodzonde. Er mocht geen zaad verspild worden: dat stond gelijk met moord. De relatie tussen een biechtvader en zijn zondaar is zoals die tussen een dokter en een patiënt. Die band is zeer sterk, anders had de biecht het nooit eeuwenlang in zoveel verschillende culturen kunnen uitzingen. Maar doordat de band zo strikt is, is het gevaar groot dat het af en toe flink misgaat. Toen ik in het seminarie zat, werd ons verteld dat Ierse arbeiders tijdens het biechten konden zeggen: 'Father, I whored my wife', wat zoveel betekent als: 'Vader, ik heb mijn vrouw anaal genomen.' In die tijd werkten nogal wat Ierse arbeiders in Engeland, en hun voorkeur voor anale seks was een gevolg van het verbod op anticonceptiva. De vrouwen waren eerder slachtoffer dan initiatiefneemster, maar die anale seks bleef ook hen parten spelen en ook zij kwamen biechten en fluisterden iets soortgelijks in het oor van de priester. Waarop die zei: 'Dat mag je nooit toestaan.' De vrouw ging naar huis, weigerde alle seks, waarna haar man boos op de priester werd en zo zat het spel op de wagen. CORNWELL: Nee. Een psycholoog brengt je probleem in verbinding met je hele levensverhaal, in de biecht gebeurt dat niet. Je stapt dat donkere hok binnen en 'bekent': 'Ik heb zes leugens verteld.' En daar houdt het mee op. Je ratelt losse, op zichzelf staande 'overtredingen' af. Daarna worden al die zonden je vergeven en stap je opgelucht weer het licht in. 'Ik ben niet meer schuldig.' Of: 'Ik heb niets verkeerd gedaan.' Zo lijkt het wel alsof de deugd uit een houten doos komt en volledig losstaat van iemands omgang met anderen. Biechten en absolutie zijn volgens mij onvolmaakte en onvolwassen manieren om met ethisch handelen om te gaan. CORNWELL: Toch niet, want ondanks alles vind ik het een mooi en ernstig sacrament. Psychoanalytica en filosofe Julia Kristeva stelt dat echte psychoanalyse het mogelijk maakt voor een mens om in relatie te treden met het heden, het verleden en de toekomst. Psychoanalyse heeft aan populariteit ingeboet door scheikundige middelen zoals Prozac. Je zit er geestelijk onderdoor? Oké, we geven je een middel dat je brein op kunstmatige wijze terug in evenwicht zal brengen. Dat is vergelijkbaar met de biecht. Je hebt gezondigd? Oké, vier weesgegroetjes en drie onzevaders en je bent weer de oude. De biecht zou iets moeten worden als de psychoanalyse, maar dan op het spirituele vlak. Van de middeleeuwen tot de jaren zestig lag in de biecht de nadruk op de individuele ziel. Maar misschien heeft zonde en deugd meer te maken met een gemeenschap dan met een individu en gaat biechten in essentie over de manier waarop we onze medemensen en onze omgeving behandelen. Misschien heeft het meer zin om in groep een keer per jaar onze sociale zonden op te biechten en elkaar te beloven dat we beter ons best zullen doen. CORNWELL: Dat zegt u. (lacht) Ik hoop alvast dat paus Franciscus oren heeft naar mijn voorstel voor zo'n sociale biecht. Al vrees ik dat hij daarvoor eerst nog een zware strijd zal moeten voeren met de conservatieven in het Vaticaan.DOOR JAN STEVENS'In de tijd van Maarten Luther lieten priesters zich betalen om naar de biecht van een zondaar te luisteren. Het was big business.' 'De duisternis in dat hok wond sommige priesters en biechtelingen extra op.' 'In de jaren zestig werden de zeden veel losser. Een priester kon zich in die tijd wijsmaken dat masturberen met kinderen oké was.'