De hoogdagen van de zomeratletiek komen eraan. Wilfried Meert, Memorial-organisator en manager van Mohammed Mourhit, blikt vooruit.

De maand augustus is het knooppunt van het pisteseizoen. Van 3 tot en met 12 augustus wordt in het Canadese Edmonton voor de wereldtitels gestreden. Op 17 augustus is er de Golden Leaguemeeting in Zürich en één week later, op 24 augustus, strijkt de complete wereldtop in het Koning Boudewijnstadion neer voor de 25ste Memorial Van Damme. Wilfried Meert, de ex-secretaris-generaal van de Belgische atletiekbond, zal er drie keer bij zijn. In Canada hoopt hij zijn poulain Mohammed Mourhit op zowel de 5000 als de 10.000 meter te zien schitteren.

Wilfried Meert: Kort na het WK veldlopen in Oostende raakte Mohammed tijdens een training geblesseerd. Zijn rug was geblokkeerd. Logisch, want dat blubberkampioenschap in de kou heeft veel van de atleten gevergd. Gelukkig was hij net op dat moment van plan om een pauze in te bouwen.

Mohammed heeft wel de fout gemaakt om in Rome mee te doen zonder vooraf enkele aanloopkoersen te lopen. Hij heeft zich daar geforceerd en heeft opgegeven door problemen met zijn linkervoet. Nu valt alles wel in de plooi, al hoop ik dat hij niks overhoudt aan de uitstap naar Monaco, waar hij licht geblesseerd is uitgestapt. Mohammed heeft er overigens het volste vertrouwen in. Hij zegt dat hij een betere basis heeft dan ooit tevoren en dat de trainingsarbeid zal lonen.

Spreekt Mourhit vaak over Edmonton? Wil hij revanche nadat hij in Sydney geblesseerd moest opgeven?

Meert: Hij spreekt daar niet openlijk over, maar het spookt zeker door zijn hoofd. Hij stemt zijn hele seizoen op Edmonton af. Dat zegt genoeg. Vanaf juni had hij elke week een paar keer langs de kassa kunnen passeren. Maar hij trainde hard in de bergen van Marokko. Hij wil niet leeg in Canada aankomen. Dat hij in Sydney een medaille heeft gemist, ligt hem zwaar op de maag. Hij weet ook dat olympisch kampioen Haile Gebreselasie zonder competitie naar het WK komt, Paul Tergat doet niet meer mee.

De andere Kenianen lopen ook niet alles kapot. Gaan die Kenianen trouwens tegen of voor elkaar lopen? Nu al laat de tamtam weten dat Charles Khamati overhoop ligt met John Korir en Raphet Kosgei. Mohammed weet dat hij de Kenianen in het veld de baas kan, waarom dus niet op de piste? Maar dan zal hij wel de koers moeten openbreken omdat hij niet de snelste spurter is.

Waar zou je Mourhit in de galerij van de groten situeren?

Meert: Op het allerhoogste schavotje in de rij van bijvoorbeeld Steven Ovett of Steve Cram, Said Aouita, Paul Tergat of Haile Gebreselasie staat hij niet. Die mannen hebben olympisch goud en wereldrecords. Qua instelling staat hij wel op dat niveau. Ook zij liepen weinig en selecteerden hun doelen. Mohammed is daarin ook gegroeid. Vroeger had hij geen planning. In Marokko en later in de Verenigde Staten liep hij verloren. Nu neemt hij de kalender en kiest.

In welke mate voelt hij zich Belg?

Meert: Het is niet makkelijk. Mohammed beoefent een individuele sport. Hij heeft hoogtestages nodig en doet die in Marokko waar dat perfect kan. Daar is hij alleen, dus het integratieproces is veel moeilijker. Laat hem hier voetballen en het gaat vlotter. Kijk naar Branko Strupar die in Genk elke dag met een Belgische entourage werd geconfronteerd. Mourhit wil wel Nederlands leren, maar op je eentje is dat niet zo simpel. Wel wordt Mohammed meer en meer aanvaard. Op Zaventem merken we dat perfect. Belgen komen hem aanmoedigen, feliciteren, een handtekening vragen. Op het WK veldlopen en op de Memorial waren de aanmoedigingen oprecht.

Heeft België, de Belgische atletiek optimaal geprofiteerd van zijn naturalisatie?

Meert: Ik denk het wel. Mohammed heeft de brug gelegd tussen de vorige en de komende generatie. Hij heeft er, samen met Marleen Renders, voor gezorgd dat we nog op de wereldkaart staan. Misschien zullen mensen als Joeri Janssen, Tom Omey of Tom Compernolle het niet openlijk zeggen, maar ze trekken zich allicht aan hem op en krijgen op korte tijd kansen om professioneel te werken. Ze zien ook dat keihard werken nodig is om te geraken waar hij staat. Het gaat er niet om de eerste Belg te zijn – dat is Mohammed – maar aan de bak te komen in de grote meetings.

Met de Spelen in Sydney laat op het jaar is het huidige zomerseizoen echt traag op gang gekomen. Krijgen we een goed WK?

Meert: Ja. De meeste atleten pieken echt. Veel olympische kampioenen beseffen ook dat ze hun marktwaarde in Edmonton kunnen bevestigen. Ik denk bijvoorbeeld aan Konstantinos Kenteris op de 200 meter, Nils Schumann op de 800 meter. We zullen wel weer een groot aantal gevestigde waarden zien domineren. In een paar nummers, neem de 400 meter bij de mannen waar Michael Johnson niet meer bij is, is het uitkijken naar wie het vacuüm opvult. Bij de vrouwen hebben we minder grote namen op de halve fond, maar de kwaliteit in de breedte is enorm groot. En ik ben ook benieuwd wat de Kenianen zullen doen. Het talentenreservoir is onnoemlijk groot, maar sommige managers persen hun atleten uit. De federatie heeft moeilijkheden om iedereen op één lijn te krijgen. De Ethiopiërs hebben hun atleten wel prima kunnen voorbereiden. Het wordt straks echt boeiend.

En de Belgische federatie trekt met twintig atleten naar Canada. Lichtjes overdreven?

Meert: Dat geeft een vertekend beeld. Ze hadden eerst gerekend op acht tot tien atleten, met onder anderen ook Sandra Stals, Johan Kloeck, Nathan Kahan, Patrick Stevens,Erik Nijs. Maar die zijn er om verschillende redenen niet bij. Dan waren er de milde selectiecriteria na het debacle in Sydney, zeker voor de aflossingen waar de IAAF-criteria werden gehanteerd. En niemand had rekening gehouden met de snelle doorbraak van Omey, Janssen of Compernolle. Het is ook leuk dat zevenkampster Tia Hellebaut, Kim Gevaert en Veerle Dejaeghere meegaan. Dat is een gedreven groepje. Die twintig atleten zijn enerzijds hoopgevend, anderzijds weten we dat een aantal onder hen de eerste ronde niet zullen overleven en dat de atletiekbond met een serieuze financiële kater zal terugkomen. Ik maak me geen illusies. Het belangrijkste is dat de basis weer wat breder wordt en dat de atleten elkaar kunnen motiveren.

Hoe gaat het met Patrick Stevens en Jonathan Nsenga die hun heil in Engeland hebben gezocht?

Meert: Patrick had zich eigenlijk onmiddellijk na Sydney moeten laten opereren aan zijn pijnlijke achillespees. Nu moest hij bij zijn nieuwe coach John McFarlane om de andere dag rusten. Patrick verliest alles bij elkaar anderhalf jaar en hij is ondertussen 33. Hij wil doorgaan tot in Athene 2004, maar evident is dat niet. Laten we niet vergeten dat Patrick al van in 1988 meedraait. Zijn lichaam heeft al veel geïncasseerd.

Nsenga heeft hard gewerkt in Engeland en op stage in Amerika. Maar in België heeft hij zich volgens McFarlane even laten gaan. Hij moest dus erg snel een achterstand ophalen. Zijn conditie lijkt nu wel aan de beterhand en hij zal misschien net op tijd klaar zijn voor Edmonton.

Eind augustus is het feest met de 25ste Memorial. Welke momenten schieten er voor u uit?

Meert: Alleszins de allereerste Memorial: de grote stap in het onbekende. En meteen kwam er een massa op af. Ik heb toen beseft hoe belangrijk emotie is in de sport. Duizenden mensen huilden bij de omhelzing tussen vader Van Damme en John Walker. Zoiets blijft bij. Die aanwezigen, een minderheid waren atletiekkenners, hebben iets ontdekt waarvan ze het bestaan niet kenden. En ze zijn blijven komen. En telkens als we in een dalletje dachten te belanden, was er een topmoment. Na vijf jaar was er het wereldrecord van Sebastian Coe. In de tribune gingen onbekenden elkaar plots omhelzen omdat ze iets unieks hadden meegemaakt. Een paar jaar later won William Van Dijck de steeple, alweer een formidabel moment. De Mexican wave trok toen voor het eerst door het stadion. De jongste jaren leven we op een wolk. Zo was er 1997 met de wereldrecords op 5000 en 10.000 meter op één avond. Elke keer weer is de Memorial een happening. Ik denk dat de herinnering aan Ivo Van Damme ondertussen weg is. De helft van de toeschouwers was misschien niet eens geboren toen Ivo in Montreal (1976) schitterde en daarna verongelukte. Mensen komen gewoon naar de happening, de Memorial. Vroeger wilden de toeschouwers weten welke atleten kwamen lopen. Kwam Sebastian Coe, Sergei Bubka, Carl Lewis? Nu vraagt niemand van de 35.000 mensen die een kaart in voorverkoop kochten dat nog. Dat is een beetje beangstigend. De mensen geven ons als het ware een blanco cheque en rekenen erop dat we voor het amusement zorgen.

Jullie hebben dus geen problemen om te overleven?

Meert: Eigenlijk niet. We zijn ook met een nieuw concept op de proppen gekomen. Atletiek en show, in een gemoderniseerd, comfortabel stadion. In feite krijgen de mensen de Olympische Spelen in zakformaat, met daarna een concert dat voor een geweldige sfeer zorgt. Vorig jaar zongen de mensen om elf uur nog I Will Survive samen met Gloria Gaynor. Op dit moment zijn alleen Zürich en Brussel vrij van zorgen. We kunnen als enigen al onze reclameborden vlot verkopen. We hebben ook nooit gek gedaan. We hebben zelfs een keer Carl Lewis geweigerd omdat hij te duur was. Ook Maurice Green hebben we er eens op gewezen dat hij overdreef. Hij is twee jaar geleden naar Glasgow getrokken, voor het geld. En hij had daar onmiddellijk spijt van. De toeschouwers hebben het zich niet aangetrokken. Het kan misschien pretentieus klinken, maar de Memorial is groter dan welke atleet dan ook.

Alleen jammer dat atletiek, zeg maar de Golden League, op de betaaltelevisie wordt opgesloten. De meeste mensen kennen de atleten nauwelijks.

Meert: Dat is waar. We zijn volop bezig om daar verandering in te brengen. Wijlen voorzitter van de internationale atletiekbond Primo Nebiolo heeft veel goede dingen gedaan, maar ook twee grote blunders begaan. Hij heeft ervoor gezorgd dat de atleten veel sneller verslijten door om de twee in plaats van om de vier jaar wereldkampioenschappen te organiseren. En de verkoop van de Golden League aan betaalzenders heeft wel geld opgebracht, maar heeft ook – met uitzondering van een paar supersterren – het gros van de atleten compleet in de anonimiteit doen belanden. Dat is catastrofaal voor de sport. De nieuwe voorzitter, Lamine Diak, beseft dat maar al te goed. De onderhandelingen met de Eurovisie worden aangeknoopt, want nog vijf of tien jaar atletiek achter de decoder betekent de dood van de sport.

Dirk Gerlo

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content