Een uit de hand gelopen ruzie op het Rowett Research Institute in het Schotse Aberdeen veroorzaakte een golf van paniek, die Groot-Brittannië overspoelde: consumptie van genetisch gemodificeerd voedsel bleek ineens levensgevaarlijk.
...

Een uit de hand gelopen ruzie op het Rowett Research Institute in het Schotse Aberdeen veroorzaakte een golf van paniek, die Groot-Brittannië overspoelde: consumptie van genetisch gemodificeerd voedsel bleek ineens levensgevaarlijk. Waar ging het om? De relatie tussen een oude onderzoeker en zijn directeur raakte zo verziekt dat de onderzoeker besloot twijfelachtige onderzoeksresultaten in de media te gooien. Die zouden aantonen dat de natuurlijke afweer van ratten verzwakte als reactie op aardappelen waarin genetische ingenieurs een lectinegen hadden gebracht. Dat gen moest de plant extra weerstand tegen bepaalde insecten geven. De studie was de eerste, die een rechtstreeks verband legde tussen gezondheidsproblemen van proefdieren en het invoegen van vreemde genen in hun voeding. Maar de beschikbare gegevens verantwoorden de dramatische conclusies niet. Zeker niet die van de sensatiepers, die uittoeterde dat vreemde genen in de voeding tot een golf van kankergevallen zouden leiden. Insiders opperen ondertussen dat de oproerige onderzoeker door zijn collega's in de val werd gelokt. Ze zouden zijn ratten een giftig product toegediend hebben om hem op het verkeerde spoor te zetten. De ratten in de experimenten bleken ook hongerig, wat op zichzelf al nadelig is voor hun welzijn. "Het is in ieder geval onwaarschijnlijk dat ratten ziek zouden worden van dit gen", zegt Willy Peumans van het Laboratorium voor Fytopathologie en Plantenbescherming van de KU Leuven. Het laboratorium leverde het lectinegen voor de experimenten. "Het betreft een gen uit prei, dat alvast de mens probleemloos met de voeding opneemt." Toch sluit Peumans niet uit dat er iets misging in de aardappel. "De introductie van een vreemd gen zou het gedrag van gewone genen in aardappelen kunnen wijzigen, zodat ze misschien hogere hoeveelheden van andere giftige stoffen produceren. Maar dat is uit de beschikbare gegevens niet af te leiden. Planten reageren trouwens op elke aanval van iets vreemds met de opstapeling van giftige stoffen. Elke manipulatie kan een verhoogde giftigheid uitlokken. Daarom vereist goed onderzoek dat er minstens vijfhonderd lijnen van genetisch gemodifieerde aardappelen worden gemaakt. In Schotland hadden ze er twee. Wij hebben stalen van die aardappelen gevraagd om te verifiëren of de lectinegenen er effectief in terechtgekomen waren. Tot dusver is niet eens bewezen dat de gebruikte knollen genetisch gemodifieerd waren. Maar we hebben jammer genoeg geen onderzoeksmateriaal gekregen."VERNIETIGENDE RAIDS OP PROEFVELDENHoe dan ook, in Groot-Brittannië was er geen houden meer aan. Er werden zelfs vernietigende raids uitgevoerd op proefvelden met genetisch gemodifieerde gewassen. De schrik zit er daar goed in na de gekkekoeienziekte. Die nam de proporties van een epidemie aan omdat de overheid slecht reageerde op waarschuwingen van wetenschappers. Nu hangt er opnieuw een wetenschapper aan de alarmbel, en deze keer dwingt de publieke opinie de overheid tot optreden. Er wordt onder meer een moratorium geëist op veldexperimenten met genetisch gemodifieerde gewassen. Bij ons ligt de bevolking wakker van dioxines en cyanides, in Engeland van "Frankenfood", in de Verenigde Staten van een overspelige president. In scherp contrast daarmee staat de situatie in, bijvoorbeeld, China. Daar worden momenteel op grote schaal - en zonder rekening te houden met eigendomsrechten - genen als lectine in rijst geplant om het gewas weerstand te bieden tegen insecten. Binnenkort zal de helft van de Chinese rijstproductie genetisch gemodifieerd zijn. Zonder enig onderzoek naar risico's voor de omgeving of de volksgezondheid. Inzake genetisch gemodifieerde organismen in onze voeding is er geen reden tot paniek, maar evenmin tot euforie. "Zoals het geval was met kernenergie steunt veel weerstand tegen genetische modificatie op de verdedigbare vrees dat het enthousiasme voor een nieuwe techniek de promotoren blind maakt voor zijn eventuele gevaren, en kan stimuleren tot geheimhouding van de risico's", schreef het wetenschappelijke topvakblad Nature, dat nochtans niet tot de tegenstanders van genetische manipulatie kan worden gerekend. De vrees spitst zich - voorlopig - toe op twee essentiële vragen. Kunnen vreemde genen in de voeding een gevaar zijn voor de volksgezondheid? En zullen vreemde genen in gewassen problemen veroorzaken in het leefmilieu? Genetische ingenieurstechnieken worden verkocht als een grote zegen voor de mensheid. Ze stoelen op het gebruik van genen uit één organisme om een ander organisme te "verbeteren". Zo worden nogal wat genen, onder meer uit bacteriën, gebruikt om de weerstand van gewassen tegen insecten of onkruidverdelgers te verhogen. Dat impliceert in principe een kostenbesparing voor de boer. Hij heeft een hogere opbrengst en moet minder sproeien. Ook de gewassen zelf kunnen "verbeterd" worden. Het eerste commerciële genetisch gemodifieerde product dat de winkelrekken kon halen, was de tomaat Flavr Savr. Die kreeg een gen mee dat zijn houdbaarheid verhoogde. Maar hij mocht, ondanks druk lobbywerk van de producent, in Europa niet op de markt worden gebracht. Er staat geen rem op de fantasie van gentechnologen. Ze dromen al luidop van blauwe rozen, geraniums die geuren als rozen, orchideeën die fluorescerend oplichten als ze water nodig hebben, en grasvelden die amper gemaaid moeten worden. Bomen zullen gemakkelijker dan nu tot pulp te vermalen zijn. Tropische gewassen zullen met antivriesgenen uit diepzeevissen opgezadeld worden om in koudere streken te groeien. Koolzaad zal bacteriële genen meekrijgen om biologisch afbreekbare plastic te produceren. Katoen zal zo worden aangepast dat het krimpvrije vezels oplevert. Aardappelen zullen genen ingeplant krijgen die de informatie over vaccins bevatten, zodat de zak friet niet alleen de honger stilt, maar ook de weerstand tegen griep verhoogt. Kortom, u kan het zo gek niet verzinnen, of gentechnologen denken eraan.DE LABELS IN ONZE WINKELREKKENDe commerciële toepassingen van het overplanten van genen doen zich voorlopig vooral bij soja en maïs voor. In de Verenigde Staten en Canada worden massaal genetisch gewijzigde variëteiten van deze gewassen geteeld. Momenteel zou een gebied met de oppervlakte van Groot-Brittannië ingezaaid zijn met zulke velden. Soja wordt veel gebruikt in margarines, saladedressings, chocolade, brood, pasta en koekjes. De plant heeft op grote schaal weerstand tegen onkruidverdelgers meegekregen, zodat boeren bij het sproeien alleen het onkruid vernietigen, en niet de soja. Ook aan maïs wordt behoorlijk geprutst. Daarbij gaat het onder meer om het invoegen van een natuurlijke weerstand tegen de Europese stengelboorder: een insect dat zware schade aan het gewas veroorzaakt. Na genetische manipulatie produceert de maïs een stof die giftig is voor de larve van de kever. Voorlopig is er in België geen commerciële teelt van genetisch gemodifieerde gewassen. Er worden af en toe ladingen ingevoerd uit de VS of Canada. Milieuorganisaties als Greenpeace voerden al acties tegen sojaboten van biotechnologiereuzen als Monsanto, of tegen voedingsgiganten als Unilever. Het protest gebeurt onder het motto dat de meerderheid van de Europese consumenten geen gemanipuleerd voedsel wil, zolang er geen duidelijkheid heerst over de risico's. In Europa moet op producten met genetisch gemodifieerde ingrediënten een etiket plakken, waarop staat dat het bijgestuurde elementen bevat. De controle in ons land staat onder toezicht van het Wetenschappelijk Instituut voor de Volksgezondheid (WIV). Vorig jaar toonde een kleine steekproef op 27 producten aan dat de etiketten correcte informatie gaven. De verbruikersorganisatie Test Aankoop onderzocht begin dit jaar 53 producten op basis van maïs of soja. In vier gevallen vond ze sporen van vreemde genen - tweemaal in chips en tweemaal in hespenworst. Wij eten courant levensmiddelen die gemaakt zijn met genetisch gemodifieerde soja of maïs. De Europese regelgeving over de etiketten is nogal cryptisch. Dat komt onder meer omdat producten op basis van genetisch gemodifieerde gewassen maar waarin geen vreemde genen meer aanwezig zijn, niet gelabeld moeten worden. De twee hespenworsten uit het onderzoek van Test Aankoop hadden echter geen label. De verbruikersorganisatie besloot dat de controle en informatie doorzichtiger moeten worden, en dat de grote agro-industriële bedrijven de wellevendheid zouden moeten opbrengen om te stoppen met hun politiek van voldongen feiten. Er zijn voorlopig geen solide aanwijzingen dat de inbreng van een vreemd gen een lichaam kan ontregelen. Wij nemen elke dag probleemloos "vreemde" genen met de voeding op. Wel kunnen er ernstige allergische reacties voorkomen. Wetenschappers plantten ooit een gen uit de brasilnoot in soja in, om zo de voedingswaarde van de sojaplant te verbeteren. De eerste veiligheidstests wezen echter uit dat sommige mensen allergische reacties vertoonden tegen de gemanipuleerde gewassen. Ze bleken die reacties ook te hebben bij de consumptie van de brasilnoten zelf. De allergie was dus niet het gevolg van de genetische modificatie, maar het experiment werd toch stopgezet. De proeven bevestigden dat er voorzichtig moet worden omgesprongen met het mengen van genproducten. Uit de klassieke veredeling van planten zijn trouwens ook selder- of aardappelvariëteiten bekend die plotseling allergische reacties of vergiftigingsverschijnselen uitlokten.GENETISCHE VERVUILING IS MOGELIJKDe vrees leeft ook dat het grootschalig gebruik van genetisch gemodifieerde voedingsproducten een acuut probleem uit de geneeskunde nog zal verergeren: dat van de groeiende resistentie van bacteriën tegen antibiotica. Om technische redenen bevatten vele genetisch gemodifieerde gewassen een gen met de informatie over een eiwit dat bacteriën beschermt tegen het antibioticum ampicilline. Het risico bestaat dat het gen op een of andere manier in klassieke darmbacteriën terechtkomt. Nederlands onderzoek met een kunstmatige darm, waarover het blad New Scientist rapporteerde, bevestigde dat vreemde genen in de darm soms lang in leven blijven. Dat maakt een opname door "lokale" organismen theoretisch mogelijk. De kans op zo'n "sprong" wordt op 1 per 10 miljoen contacten geschat, maar er leven duizend miljard bacteriën in een darm, zodat de statistische mogelijkheid tot overdracht niet verwaarloosbaar klein is. Evenmin te onderschatten zijn de potentiële risico's voor het leefmilieu. Niemand kan het effect voorspellen van de introductie van een vreemd gen. Het kan op termijn het normale functioneren van een plant ontregelen. Het vakblad Nature publiceerde al gegevens over mosterdzaad, dat na genetische manipulatie plotseling - en onverwacht - veel vruchtbaarder bleek dan gewoonlijk. De ontdekkers van dit effect veronderstellen dat het een gevolg is van de ontregeling van genen die de voortplanting verzorgen. Genetisch gemodifieerde planten kunnen zelf problemen voor het leefmilieu uitlokken. De vreemde genen kunnen desgevallend de sprong maken naar natuurlijke plantengemeenschappen. Die zouden zo zelf, bijvoorbeeld, weerstand ontwikkelen tegen hun natuurlijke vijanden. Superonkruiden dus. Voor maïs en soja in Europa blijft dat risico beperkt, omdat ze hier geen natuurlijke verwanten hebben. Maar voor andere planten geldt dat niet. Van koolzaad is bekend dat stuifmeelkorrels in de lucht meer dan twee kilometer kunnen afleggen. "Besmetting" van zuivere velden met vreemde genen is dus lang niet denkbeeldig. De doemgedachte aan genetische vervuiling leunt nauw aan tegen een trieste realiteit. Het inbouwen van resistentie in planten zal uiteraard niet eeuwig zaligmakend zijn. De geviseerde "onverlaten" zullen ongetwijfeld iets in het geweer brengen tegen de permanente aanslag op hun welzijn. Dat kan misschien sneller dan tegen de klassieke sproeimiddelen, omdat er nu een continue blootstelling aan het gif is. Er doken al katoenvlinders op die niet meer vatbaar blijken voor de insecticiden die in de katoen ingebouwde genen aanmaken. De genetisch opgefokte weerstand kan uiteraard ook nadelig uitvallen voor onschadelijke insecten. Er werd al vastgesteld dat een aardappel met resistentie tegen bladluizen ook de lieveheersbeestjes doodde, die bladluizen opruimen. Wat als de bladluizen veel vroeger weerstand ontwikkelen dan de lieveheersbeestjes? Dan hebben ze vrij spel op de aardappel. Biotechnologen schuiven hun pleidooien graag ver vooruit in de tijd. "Genetische modificatie zal de landbouw op termijn toelaten om aan de voedselnood van een groeiende wereldbevolking te voldoen zonder het natuurlijk leefmilieu extra te belasten", voorspelt Henk Joos van het ooit Vlaamse Plant Genetic Systems. "We zullen de boeren in de gelegenheid stellen om op dezelfde oppervlakte grond veel meer te oogsten, zodat ze niet nog meer landbouwgrond moeten zoeken. Op middellange tot lange termijn zullen we bewijzen dat onze methoden een positief effect sorteren op het milieu. Nu worstelen we met het probleem dat het debat sterk emotioneel geladen is. De mensen worden slecht geïnformeerd door campagnevoerders, die zich uit principe tegen genetisch gemodifieerde organismen kanten. Dat is ongezond voor iedereen." Dirk Draulans