Het was nooit makkelijk om uit te leggen aan het publiek: de vorst ondertekent wel alle wetten, maar het zijn regering en parlement die de inhoud ervan bepalen. De regering moet ook iedere daad van het staatshoofd dekken. Omgekeerd hadden ook de Belgische koningen - Boudewijn met de Kongo-crisis en de abortus-kwestie, Leopold III tijdens de Tweede Wereldoorlog - het niet altijd begrepen op de finesses van dit bestel.
...

Het was nooit makkelijk om uit te leggen aan het publiek: de vorst ondertekent wel alle wetten, maar het zijn regering en parlement die de inhoud ervan bepalen. De regering moet ook iedere daad van het staatshoofd dekken. Omgekeerd hadden ook de Belgische koningen - Boudewijn met de Kongo-crisis en de abortus-kwestie, Leopold III tijdens de Tweede Wereldoorlog - het niet altijd begrepen op de finesses van dit bestel.Als er al iets moet veranderen in de relatie tussen politici en vorst, zo leert deze enquête, dan zeker geen aanpassing in de richting van het Scandinavische model. Daar heeft de koning een louter protocollaire functie. In politieke kringen leeft die gedachte wel; na de abortus-crisis had de regering-Martens even zelfs plannen in die richting. Maar op veel instemming bij het publiek had zo'n hervorming wellicht niet kunnen rekenen. Amper 6% vindt dat de koning vandaag te veel macht heeft (Vlaanderen 5%, Brussel en Wallonië 3%). Exact de helft (50%) vindt het prima zoals het nu is: de koning heeft voldoende macht. Maar dat is een theoretisch gemiddelde voor het land. In de praktijk willen vooral Vlamingen (61%) liever niet debatteren over de koninklijke macht. In Brussel (47%), maar zeker in Wallonië (35%) vindt een minderheid dat de koning voldoende macht heeft. Daar wil een meerderheid - zelfs 58% - de kroon meer politieke macht toekennen. In Vlaanderen is daarvoor veel minder steun (30%). Het is trouwens niet zo dat het koningsgezinde publiek ook vindt dat de vorst zich terug in de Wetstraat moet wagen. Een grote meerderheid (70%) van de zeer royaltische achterban van de CVP vindt dat Albert voldoende macht bezit en 23% dat hij te weinig macht heeft. En, opvallend, op Agalev na is dat het laagste cijfer in Vlaanderen: bij alle andere partijen zijn er méér mensen die de kroon meer willen laten wegen. In Wallonië hetzelfde beeld. Goed één op de twee PSC-kiezers (56%) vindt dat de koning voldoende bevoegdheden heeft. De achterban van alle andere partijen - de PS en PRL op kop (beiden 63%), maar ook Ecolo (52%) - wil de vorst juist meer macht toekennen. En daarvoor is slechts een minderheid (38%) van de PSC-kiezers gewonnen, traditioneel toch beschouwd als de meest royalistische groep. In Vlaanderen liggen de verhoudingen anders. Een flinke meerderheid in bijna alle kiezerskorpsen kiest de huidige toestand (66% SP, 63% VLD en Agalev, 55% VU). Slechts een minderheid wil de koning meer macht toekennen - al gaat dat vlug van een kwart tot één derde van de kiezers SP, 29% VU, 31% VLD, alleen bij Agalev "slechts" 16%. Anders dan in Wallonië zijn er echter partijen als VU-ID21 (13%) en vooral Agalev (19%) waarin een duidelijke minderheid de macht van de koning wil inperken. Maar die minderheid is dus aanzienlijk kleiner dan de groep die meer koninklijke invloed wil. Als er ten slotte één partij is die nauw aansluit bij de Waalse politieke zeden, dan wel het Vlaams Blok. Niet minder dan één op de twee (49%) Vlaams Blok-kiezers wil meer macht voor de - vanzelfsprekend Belgische - koning. Al dient aangestipt dat ook 12% van de Vlaams Blok-achterban de koninklijke pregoratieven wil inperken. Ongetwijfeld illustreert dit het verschil tussen de harde, anti-Belgische kern van het Vlaams Blok, en zijn conservatieve achterban die voor het Blok kiest om zijn harde migranten- en veiligheidsstandpunten, maar zeker niet om zijn staatkundige agenda.