Op basis van onderzoek van onder meer vissen uit de collecties van het AfricaMuseum in Tervuren hebben bioloog Michiel Jorissen (UHasselt) en zijn collega's kunnen nagaan dat met de introductie van een vis uit de Nijl (de nijltilapia) in het Congob...

Op basis van onderzoek van onder meer vissen uit de collecties van het AfricaMuseum in Tervuren hebben bioloog Michiel Jorissen (UHasselt) en zijn collega's kunnen nagaan dat met de introductie van een vis uit de Nijl (de nijltilapia) in het Congobekken acht parasitaire platwormen zijn meegelift. Drie daarvan hebben al de sprong naar lokale tilapiasoorten gemaakt, schrijven de onderzoekers in Biological Invasions. De nijltilapia is een aanpassingsvaardige soort, die sowieso dikwijls al een funest effect heeft op andere tilapia's. De druk van de parasieten die hij met zich meebrengt, kan dat verergeren. Bioloog Maarten Van Steenberge (KBIN) en zijn collega's beschrijven in The Journal of Biogeography hoe ze genetisch onderzoek van een katvis hebben gebruikt om historische veranderingen in Afrikaanse landschappen te reconstrueren. De Afrikaanse meerval is de meest verspreide zoetwatervis van dat continent, dus is hij geschikt als genetische bibliotheek. Met genetische verwantschapsanalysen konden de onderzoekers nagaan dat er zo'n 5000 jaar geleden in wat nu Tsjaad is meer water was dan woestijn. Ook de loop van rivieren in het Congobekken kenden belangrijke wijzigingen, waarvan de sporen in katvisgenen terug te vinden zijn.