Eind mei ontbood minister van Buitenlandse Zaken Erik Derycke (SP) de Pakistaanse ambassadeur. Hij sprak zijn "diepe ontgoocheling" uit over de ondergrondse kernproef die Pakistan uitvoerde - in navolging van erfvijand India. De minister waarschuwde voor een escalatie.
...

Eind mei ontbood minister van Buitenlandse Zaken Erik Derycke (SP) de Pakistaanse ambassadeur. Hij sprak zijn "diepe ontgoocheling" uit over de ondergrondse kernproef die Pakistan uitvoerde - in navolging van erfvijand India. De minister waarschuwde voor een escalatie. Mooie woorden, vooral omdat België mee hielp aan de aanmaak van de Pakistaanse kernbom zoals destijds door een parlementaire onderzoekscommissie werd vastgesteld. Midden jaren tachtig verschafte België aan Pakistan de nodige kennis voor de productie van een atoombom ( Knack, 21 oktober 1987). Van 23 tot 28 maart 1986 brachten directeur-generaal Severin Amelinckx en zijn adjunct Paul Dejonghe van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK, Mol) een bezoek aan Pakistan. Ze ondertekenden er een memorandum voor hernieuwde nucleaire samenwerking. Het SCK zou van juni 1986 af zeven Pakistaanse wetenschappers en ingenieurs opleiden gedurende een periode van minstens zes maanden. Op kosten van het SCK. In Pakistan ontmoette de SCK-delegatie onder meer Munir Abdul Kahn, van wie werd aangenomen dat hij aan het hoofd stond van het militaire nucleaire programma van Pakistan. Kahn legde eerder tijdens zijn verblijf in Nederland (1972-1975) beslag op vertrouwelijke gegevens over verrijkingsprocédés voor uranium. Hij werd voorts opgeleid door Martin Brabers van de KU Leuven, die ook vele jaren later contacten met Pakistan bleef onderhouden. Al in 1975 wist Frankrijk dat ene Dr. Kahn meer dan goede banden had met de Belgische nucleaire industrie. Kahn beweerde dat "dankzij de pilootindustrie die in Pakistan met de hulp van Belgonucléaire was opgebouwd, Pakistan in staat was het nodige plutonium te fabriceren om een atoombom te maken". Zo berichtte het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Franse ambassade in Brussel (juli 1975). MET ABSOLUTE ZEKERHEIDIn 1985 ontving SCK-topman Amelinckx de Pakistaan Kahn. Dat gebeurde op verzoek van het kabinet van staatssecretaris voor Energie Etienne Knoops (PRL). Een andere liberaal, Herman De Croo (PVV), reisde als minister van Buitenlandse Handel in januari 1987 naar Pakistan, met in zijn zog vertegenwoordigers van onder meer Asco, Acec, Belgonucléaire en Belgatom. Paul Staes (toen Agalev, nu CVP) beweerde destijds al dat Belgatom meereisde om de reactor van Kanupp bij te stellen. Die reactor was gericht op militair gebruik. In juni 1987 bracht een Pakistaanse delegatie onder leiding van de eerste minister een tegenbezoek aan Brussel. Ook dan stond de levering van nucleaire technologie centraal. In september 1987 dan was minister van Buitenlandse Zaken Leo Tindemans (CVP) in Pakistan. Zijn diensten hadden nochtans gewaarschuwd. Het hoofd van de afdeling Wetenschappen van het ministerie van Buitenlandse Zaken had vragen bij het zendingsverslag van de SCK-delegatie, onder meer bij de controlemogelijkheden van het Internationaal Atoomagentschap in Wenen (IAEA). Tindemans legde de nota naast zich neer. In een brief aan zijn collega Philippe Maystadt (PSC) van Economische Zaken schreef het huidige europarlementslid: "De politiek die wij voeren ten aanzien van Pakistan is erop gericht niet elk samenwerkingsverband op nucleair vlak met dit land te verbreken, zodat we een zekere controle kunnen uitoefenen en kunnen beschikken over geprivilegieerde informatie in verband met de nucleaire activiteiten van Pakistan." Wat konden Tindemans en België wat het IAEA niet kon? Op dat ogenblik waren er, zoals vandaag, spanningen tussen India en Pakistan. Pakistan beweerde een atoombom te kunnen maken - wat intussen is bewezen. In de regio woedde al zeven jaar de (eerste) Golfoorlog, tussen Iran en Irak. Irak genoot toen de steun van de Verenigde Staten. Pakistan steunde Iran, maar de VS stelden zich soepel op, omdat Washington het Afghaans verzet tegen de sovjetinvasie via Pakistan bevoorraadde. In een brief aan Maystadt (9 februari 1987) schreef de directeur-generaal van het Institut National des Radioéléments (IRE, de Waalse tegenhanger van het SCK) dat er "absolute zekerheid" was dat de SCK-mensen contacten hadden met mensen die verantwoordelijk waren voor het splitsen van plutonium voor militaire doeleinden. Vandaag is België verontwaardigd dat Pakistan een atoombom heeft. Pakistan weigerde het non-proliferatieverdrag tegen de verspreiding van atoomwapens te ondertekenen. Dat was zo in de jaren zeventig en tachtig. Dat is zo in de jaren negentig. Met enige vertraging maakt officieel België zich zorgen. P.R.