DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYEN Er heerst veel opwinding aan onze grenzen. Kanselier Kohl moet vechten voor zijn euro. President Chirac raadpleegt op 25 mei de Franse kiezers om ze nadien een hard besparingsprogramma te kunnen opleggen. En deze week valt de bijl voor de Britse regeringsleider John Major, de dienstwillige erfgenaam van Margaret Thatcher. Samen maakten ze achttien jaar conservatief-liberaal bewind rond, een tijdperk waarin hun land tot in zijn diepste vezels veranderde. Wie in de jaren zestig of zeventig wel eens naar Dover overstak om daarna in een grauwe trein naar Londen te sporen, herinnert zich ongetwijfeld de ongewisheid van zijn verblijf in het Verenigd Koninkrijk. Normaal gesproken maakte hij een stuk of vijf stakingen mee. Gas, elektriciteit, openbaar vervoer, post en vuilnisophaling wedijverden met elkaar in de edele kunst van de werkonderbreking om de meest bizarre redenen, zoals bijvoorbeeld een beknotting van het werkmansrecht op theepauze in de namiddag. Langzaam kwamen de Britten tot het inzicht dat ze niet langer een (koloniale) wereldmacht vormden en hun economische voorspoed niet konden blijven importeren uit tropische plantages, handelshuizen of olievelden. Toch hield hun klassenmaatschappij het nog lang vol. Arbeiders waren fier op hun sociale status en zijn in de pub of rond het voetbalveld uitgeleefde tradities. De aristocratie werd ongemoeid gelaten in haar geërfde landhuizen of op haar vervelende cricketvelden. De middenstand imiteerde kwaliteiten en gebreken van beide andere bevolkingsgroepen zoals de zin voor fair play, de gehechtheid aan lijfstraffen op school en een algemeen tekort aan arbeidslust. Ondertussen moest het Internationaal Monetair Fonds geld lenen aan de regering-Callaghan, want op één generatie tijd verloor het Britse pond meer dan de helft van zijn waarde. In april 1979 maakte winkeliersdochter Maggie Thather een einde aan Europa's meest buitenissige sociale beschaving. Politici werden niet langer automatisch gerekruteerd aan de twee grote elite-universiteiten waar ze werden opgeleid in goede omgangsvormen, flegma en een beminnelijk maar amateuristisch patriottisme. De herenclubs met besloten lidmaatschap hielden op de enige broedplaatsen voor economisch of financieel gezag in de City te zijn. De maatschappij zou in snel tempo meritocratisch worden : loon naar werken, zelfredzaamheid, familiale afkomst speelt geen rol. Voor snel rijk worden zonder werken bleven nog slechts twee wegen open : speculeren op de beurs of gokken op het juiste paard in de jaarlijkse Ascot-race. Maar de belangrijkste verandering die de Britten onder het Tory-regime meemaakten, was de genadeloze ontmanteling van de vakbondsmacht, de ziel van Labour. Jaar na jaar en wet na wet verloren de Unions van hun pluimen, prerogatieven en niet zelden parasiterende leidersfiguren. Die aanpak was zo vanzelfsprekend dat hij niet kon mislukken. In de jaren negentig werd hij door de Britse socialisten zelf overgenomen : de politieke geboorte van Tony Blair die het kapitalisme niet langer wil bestrijden maar er voor de gemeenschap meer nut uithalen. Bij hem is de vrijemarkteconomie in goede handen. Zo werd Blair de ideale schoonzoon van het Thatcherisme. Terwijl de echte zoon John Major zijn nationale economie tot een nooit geziene bloei bracht, ging het land almaar meer van zijn eeuwig glimlachende tegenstander houden. Hiermee zorgden de Britten voor een intrigerende politieke paradox : het afgestrafte succes. Blijkbaar volstaat het niet langer dat regeringschefs de werkloosheid halveren, de nationale munt verstevigen, buitenlandse investeerders aantrekken, de inflatie bezweren, straffe economische groeicijfers voorleggen. Er is meer tussen hemel en aarde dan een stijgend bruto nationaal product. Wat heeft honest John zijn mensen niet kunnen geven ? Hij die zo zijn best deed om het probleem Noord-Ierland uit de wereld te helpen, om het Europese vasteland te dwarsbomen en de Unie aan banden te leggen. Hij die een nieuwe publieke moraal predite, de back to basics-waarden ten gunste van gezinstrouw, verantwoordelijkheidsgevoel en naarstigheid. Zeer zeker nam de publieke opinie hem kwalijk dat al te veel prominenten binnen zijn eigen Conservatieve Partij de huisregels overtraden. De stroom schandelen, van sex tot financieel gezwendel, viel nooit stil. En daar wist de nederig geboren leider (hij ging op zijn zestiende van school af terwijl zijn vader als variété-artiest of hersteller van tuinkabouters de kost verdiende) geen raad mee. Hij bleef de jongen zonder diploma, de politieke autodidact die zijn hele loopbaan aan de partij te danken had en aan niets anders. In het Groot-Brittannië van de dure kostscholen en het hypocriete establishment klonk zijn veel te hoge stem als die van een politieke binnensluiper. Dat lieten de tabloïd-kranten hem met hun bekende kwaadaardigheid, voortdurend voelen. Toch kunnen die psychische achtergrondjes niet verklaren waarom Major en zijn regering in de ongenade van het publiek vielen. De grond van de zaak ligt waarschijnlijk in het Europese debat dat hij verkeerd inschatte. Tegenover het in zijn partij heersende gemor over de federale eenmaking van Maastricht-Europa vond hij geen ondubbelzinnige houding. Zijn aanpak van opting out (voor de sociale en monetaire politiek binnen de Unie) en van wait and see in de onderhandelingen over de euro, versterkten de bevolking in haar indruk dat het dossier niet deugde. Indien Major van bij het begin de euro-sceptici duidelijk had gemaakt dat de Britse toetreding tot de EG in 1973 het werk van de Tories was geweest, en van niemand anders, had de partij in Europa haar trots kunnen vinden in de plaats van haar grootste frustratie. DE NIEUWE ALMACHTJohn Major is het eerste grote slachtoffer van ontrouw aan de Europese gedachte, die sterker is geworden dan om het even welk nationaal gevoel en daarop afgestemd politiek beleid. Geen staatsman kan nog tegen de Unie op. Zij zal hem verzwelgen en, als Jonas, weer uit de buik van de bijbelse walvis op het strand spuwen. Het lijkt een wat gezwollen gedachte. Mocht ze echter waar zijn, dan leven meer dan 300 miljoen burgers onder een nieuwe staatsmacht. Zonder dat met zoveel woorden te beseffen.