Mijnheer Schiltz, de vakbonden houden opnieuw een actiedag tegen het Generatiepact, en zullen het mogelijk niet ondertekenen.

HUGO SCHILTZ: Inhoudelijk, technisch en zuiver politiek zouden de vakbonden moeten inzien dat wat nu voorligt slechts een zeer klein en schuchter stapje is in het heroriënteren van ons sociaal stelsel. En dat laatste is nodig, gelet op ontwikkelingen als globalisering en delokalisatie, en gelet op onze concurrentiepositie ten opzichte van de buurlanden. Anderzijds stel ik vast dat er aan de basis meer onrust is dan een tijd geleden. Die onrust ent zich op het Generatiepact, meer wegens een diepere vrees voor de toekomst dan om de eigenlijke inhoud van dit pact, dat al bij al weinig revolutionaire ingrepen bevat.
...

HUGO SCHILTZ: Inhoudelijk, technisch en zuiver politiek zouden de vakbonden moeten inzien dat wat nu voorligt slechts een zeer klein en schuchter stapje is in het heroriënteren van ons sociaal stelsel. En dat laatste is nodig, gelet op ontwikkelingen als globalisering en delokalisatie, en gelet op onze concurrentiepositie ten opzichte van de buurlanden. Anderzijds stel ik vast dat er aan de basis meer onrust is dan een tijd geleden. Die onrust ent zich op het Generatiepact, meer wegens een diepere vrees voor de toekomst dan om de eigenlijke inhoud van dit pact, dat al bij al weinig revolutionaire ingrepen bevat. SCHILTZ: Nee. Ik heb altijd gepleit voor de onafhankelijkheid van de politiek, en tegen te sterke formele en structurele bindingen met de vakbond. Want al te vaak leidde dat tot bemoeienissen inzake benoemingen en het verlenen van allerlei gunsten. Maar voor een stabiele en toekomstgerichte politiek is het wel belangrijk dat er een goede verstandhouding heerst tussen politieke en syndicale top. Zoals vroeger met mensen als Louis Major en Jef Houthuys. Al was hun invloed soms té groot, vooral als hij zich niet beperkte tot de inhoud van de politiek. Het mag niet de vakbondsleiding zijn die een partij of een minister uit de regering zwiert, zoals weleens is gebeurd. In het huidige klimaat dreigen vakbonden en partijen van elkaar te vervreemden. De politici weten wat de uitdagingen voor de toekomst zijn. Het vergrijzingsfenomeen is nu wetenschappelijk zozeer en langs alle kanten zwart op wit aangetoond, dat men er niet meer omheen kan. Maar vakbonden leven meer in het klimaat van wat hun leden denken en voelen, en voor die leden is elke euro minder een euro minder. Het is afwachten of de huidige leiders sterk genoeg zijn om een langetermijnvisie te laten prevaleren op een kortetermijnvisie. En dan bedoel ik zowel de leiders van de vakbond als die van de politiek, want de huidige regering lijkt soms vooral bezig met haar eigen overleven. En volgend jaar is alweer een verkiezingsjaar, dat is ook niet ideaal voor een gedurfd beleid. SCHILTZ: Al die zaken zijn betreurenswaardig, en Wallonië blijkt er in ons land toch de koploper in te zijn, maar lange ervaring heeft me geleerd dat ook hevige stormen als deze snel weer gaan liggen. Die affaires hebben op federaal niveau tot gevolg dat de PS behoedzamer moet manoeuvreren, en niet in een positie verkeert om grote politieke risico's te nemen. Maar dat is een tijdelijk fenomeen, wie hoopt dat de partij daar een zware electorale afstraffing voor zal krijgen, vergist zich. De mensen in Wallonië leven met en van de PS, die nog altijd werk en postjes en voordelen uitdeelt. Dat weegt wel op tegen een paar schandalen. PS-voorzitter Elio Di Rupo staat voor een moeilijke opdracht. Hij heeft nogal nadrukkelijk een grote schoonmaak aangekondigd. Lukt hem dat, en kan hij daarbovenop ook nog een goed verkiezingsresultaat voorleggen, dan komt hij als grote winnaar uit deze kwalijke episode. Maar of hij de rotte appelen uit de PS-mand kan werken, en de traditionele bastions in het gareel kan krijgen, dat wil ik eerst zien. SCHILTZ: Dat lijkt me veeleer een kwestie van interpretatie. Het is juist dat die begrotingen niet structureel in evenwicht waren, zodat men eenmalige operaties heeft doorgevoerd om de rekeningen sluitend te maken. Maar als dat niet met debudgetteringen gepaard gaat, is daar niets oneerbaars aan. Begrotingen die op die manier in evenwicht gebracht worden, hebben bovendien ook een recurrent effect omdat ze de schuld, en dus de rentelast voor de volgende begrotingen, verminderen. Je mag die eenmalige operaties niet van het begrotingsresultaat aftrekken, zoals Bogaert en Devlies eigenlijk doen. In het algemeen denk ik dat de twee regeringen-Verhofstadt goede punten verdienen voor hun begrotingsbeleid. En de vermindering van de rentelast is op zichzelf een structurele ingreep. Alleen moet men goed beseffen dat je eenmalige maatregelen niet tot in het oneindige uit de lade kunt toveren. SCHILTZ: Met al mijn ervaring op Begroting zou ik toch ook de cijfers zéér grondig, en met de hulp van mijn gewezen kabinetschef, moeten kunnen bestuderen vooraleer daarover een salomonsoordeel te vellen. SCHILTZ: Zullen we dat politieke psychologie noemen? Als je de overheidsschuld vermindert, schept dat vanzelfsprekend meer ruimte om de kosten van de komende vergrijzing te financieren. Alles hangt ervan af hoe groot die schuldvermindering is, of men dat beleid kan blijven volhouden, en of de vrijgekomen ruimte effectief wordt benut voor de vergrijzing. Het is hoe dan ook een belangrijke discussie, want als Bogaert en Devlies gelijk hebben, is het probleem van de vergrijzing nog veel groter dan we dachten, en wordt de hele problematiek van het Generatiepact nog acuter. SCHILTZ: Wilfried Martens is een goede vriend, met wie ik nauw heb samengewerkt aan de staatshervorming, maar hier volg ik hem niet. De finaliteit van ons federalisme vastleggen, kun je niet. Ons land bevindt zich nog steeds in een overgangsfase, waarin ook de Europese ontwikkeling een grote rol speelt. Nu de handen binden is politiek niet verstandig, en heeft niet veel zin. Want als de druk op de ketel groter wordt, mag nog zoveel finaliteit in de wet staan als men wil, dan zal men die wet wijzigen. De geschiedenis heeft dat voldoende bewezen. Vóór we aan het federalisme begonnen, leek de taalwetgeving de ultieme doelstelling. Dat was het minimumprogramma van mensen als Frans Van Cauwelaert (CVP). Maar de sociologische druk heeft ervoor gezorgd dat er toch nieuwe stappen moesten worden gezet. Culturele autonomie werd toen de finaliteit, in grote mate verwezenlijkt door Gaston Eyskens (CVP) met zijn grendelgrondwet. Enkele jaren later was het al duidelijk dat het ook daarbij niet kon stoppen. Enzovoort. Het is ook vandaag zinloos om een eindstation vast te leggen. Misschien wil Martens een soort eed dat België zal blijven bestaan, maar ik denk niet dat veel mensen die zullen afleggen. Dat men zich niet roekeloos en overhaast in avonturen stort, is de evidentie zelf. Maar ik vrees dat Wilfried vanuit zijn Europese functie niet meer voldoende verneemt wat er in ruime kringen in Vlaanderen verteld wordt, zowel door politici als door ondernemers. En dat is dat Vlaanderen en Wallonië in de praktijk zo ver uit elkaar drijven, dat veranderingen in meer confederalistische zin onvermijdelijk zijn. Het VEV, het huidige VOKA, heeft twee jaar geleden formeel een confederalistische princiepsverklaring goedgekeurd. Hetzelfde doet de Warandegroep rond gewezen KBC-voorzitter Remi Vermeiren, een waardevolle studiegroep al betreur ik dat men er bewust geen politici of ex-politici heeft in opgenomen. Dat was nochtans nuttig geweest om de ideeën te toetsen aan de politieke methodiek en praktijk. SCHILTZ: Ja, maar dat is veel moeilijker in een federalisme met twee, en ik denk dat het sociologisch niet meer haalbaar is. Overal waar men komt, ook in de beroepsverenigingen, stelt men vast dat de Franstaligen mentaal in een andere wereld leven dan de Vlamingen. Dat is geen schande en maakt hen niet minderwaardig, maar alleen al om redenen van efficiëntie is het dan toch beter dat ieder op zijn manier werkt. Zeker in de politiek. Je maakt beter compromissen tussen twee partners die vrij zijn in hun handelen en denken, dan tussen twee partners die gedwongen worden om in één structuur samen te werken. SCHILTZ: Er is een moreel dilemma met die genocidewet, omdat niet iedereen op gelijke voet wordt behandeld. Internationaal belangrijke politici als de Amerikaanse president of de Israëlische premier ontsnappen eraan, de ex-president van Tsjaad niet. Hoe erg zijn misdaden mogelijk ook geweest zijn, dat geeft toch een wat wrang gevoel. Het is een slecht procédé om morele principes juridisch te willen vertalen in afdwingbare wetten, wanneer je niet zeker bent dat die zonder onderscheid op iedereen kunnen worden toegepast. Misdaden tegen de menselijkheid worden beter op het niveau van de Verenigde Naties vervolgd. Dat vereist dan wel de uitbouw van een ordentelijke jurisprudentiële organisatie, en de politionele middelen om de vonnissen uit te voeren. En dan nog blijft het de vraag of ook deze instantie er niet zal voor terugdeinzen om bepaalde grote heren aan te pakken. Koen Meulenaere